Het moet de moderne mens zo gemakkelijk mogelijk gemaakt worden. Dat is de eis van de westerse welvaartsmaatschappij.
Korter werken, meer vrije tijd, minder kinderen, minder langdurige relaties en minder sociale controle.
Sociale en maatschappelijke normen zijn niet meer zo afdwingbaar als vroeger en ‘we gaan veel democratischer met elkaar om’.


‘Wat de ander doet, kan ons geen barst meer schelen, zolang het onze vrijheid maar niet bedreigt’. ‘Het geluk, het genot, het plezier, de roes en alle vormen van welbehagen zijn in het westen de jongste decennia grotendeels verzelfstandigd’.

Volgens het tijdschrift Filosofie en Praktijk is de roesbeleving volledig geïndividualiseerd in tegenstelling tot bij voorbeeld in oosterse culturen.
De roes en het welbehagen moet nú voor mezélf beschikbaar zijn en hoeft niet met anderen gedeeld te worden. Nú wil men be-roest zijn, niet later en zeker niet na de dood. ‘Ze willen nu een goddelijke tijd beleven. Ze hebben nú recht op hun roes’. De roes moet deel uitmaken van de werkelijkheid.
Een oneindig aantal bewustzijnstoestanden kan omschreven worden als roes. Er zijn lichamelijke roezen en geestelijke roezen. Roezen als verstrooiing, maar ook als bedwelming.

De roes is een vlucht uit werkelijkheid. Niet alleen marathonlopen, bungee jumpen of andere hoge-risico sporten waarmee snelheid en gevaar gemoeid zijn, maar ook ontdekkingstochten, survival-vakanties, workaholisme, het luisteren naar (opzwepende) muziek, feestvieren (dance valley, Gay Parade, houseparty’s etc.) dronkenschap, XTC en ander drugsgebruik, alsmede allerlei therapieën, consumptie,  (extreme) religieuze ervaringen en volgens sommigen het gebruik van wierook tijdens de roomse mis kunnen roezen veroorzaken.

Als deze roezen zijn uitgewerkt gaat men op zoek naar weer nieuwe roezen en bedwelmingen. Sommige mensen leven continu in een roes of in een bedwelming, uit angst voor de verveling. Elke roes moet weer anders zijn en elke roesbeleving ‘moet de vorige overstijgen’, tot aan flirten met de dood toe.
Ook lijkt ‘elke generatie een stapje verder te willen gaan in het opsnorren van efficiënte kicks en adrenalinestoten’.
Opeenvolgende roesbelevingen kunnen tot verslaving leiden, waarbij ‘de roes omwille van de roes wordt nagestreefd’.
Men heeft nooit genoeg. Dit kan desoriëntatie tot gevolg hebben. En desoriëntatie heeft weer massa-neurosen, irrationaliteit en geweld tot gevolg. De ‘korte lontjes’ campagne van de organisatie SIRE kan wellicht tegen deze achtergrond gezien worden.

De moderne mens is verslaafd aan ervaring. ‘De ervaring heeft zich als kick afgezonderd van het leven, van elke waarde gebondenheid, van elke betekenis. De beleving als doel op zichzelf is een kick. Heden ten dage is de mens belust op sensaties, hij accumuleert belevenissen’.
Volgens Frank Furedi zoeken mensen juist extreme uitlaatkleppen om zeker niet de indruk te krijgen dat hun leven saai, banaal en triestig zou zijn. Tegenwoordig is immers alles berekenbaar en veilig, daarom zoeken mensen naar adrenaline ervaringen.
Wat de commerciële  televisiezenders avond aan avond uitbraken, komt daar dicht bij in de buurt.

‘De vrije tijd is verworden tot een permanent gevoel van gemiste kansen. De roes is dan een perfect middel om dat gevoel uit te wissen’. Bovendien is de moderne mens bang, bang om iets te verzuimen dat hun eigenwaarde in stand moet houden.

Volgens een bekend sky-surfer kan een angstervaring ook heel prettig zijn. ‘Om angst echter als pure fun te beleven, moet je jezelf er wel min of meer van kunnen overtuigen dat de angst irrationeel is. Eigenlijk moet je jezelf dus wijsmaken dat er geen echt gevaar is’.
Verder: ‘Gevaarlijke sporten of reizen, allemaal goed en wel, maar is de verzekering ook in orde? En kan ik bij onheil tijdens een reis snel en kosteloos terug thuis geraken?”. De ANWB alarmcentrale wordt dagelijks met dit soort mentaliteit van het grote publiek geconfronteerd.

Door de moderne telecommunicatie technologie is de wereld één groot dorp geworden. De snelheid waarmee nieuwsfeiten zich verspreiden is onvergelijkbaar met de snelheid van pakweg honderd jaar geleden.
‘Vroeger nam de mens genoegen met een natuurlijke vorm van traagheid. Nu is de snelheid voortdurend bezig zichzelf in te halen, zichzelf voorbij te steken’. Wij willen ook steeds sneller, steeds grotere afstanden in steeds kortere tijd overbruggen. En we willen steeds sneller en efficiënter geïnformeerd worden.

Snelheid wordt geassocieerd met vreugde, vooruitgang en kennis, ‘maar niet elke snelheid helpt de mens vooruit. Op allerlei niveaus sprinten wij steeds sneller naar een moment waarop wij oververzadigd zullen worden’. Snelheid staat voor kwaliteit van het leven. Traagheid wordt geassocieerd met bejaarden, gehandicapten en zieken.

In de moderne westerse samenlevingen zijn de mensen samen op drift, bezig zichzelf te overstijgen. ‘De draaibeweging naar boven maakt hen duizelig, zodat niemand nog weet aan te geven welke richting ze gezamenlijk uitgaan’.
‘Hun bewustzijn is door het ritme en de oppervlakkigheid van het dagelijkse leven afgestompt, gestresst en vervaald’.
Ervaringsarmoede onstaat niet uit een tekort aan belevenissen, maar ze is het gevolg van een overvloed aan prikkels waaraan de (groot-stads) mens wordt blootgesteld.
Op zoek naar kicks komen zij in een vicieuze cirkel van de roesbeleving en van de verslaving terecht.