De beweging rond de Duitse kloosteroverste Klara Schlink, beter bekend als Maria Basilea Schlink, kan niet als evangelisch betiteld worden.
“Haar persoonlijke autoriteit binnen de kloostergemeenschap, verdringt Christus uit het midden van de geloofsbelijdenis, ondanks de gepraktizeerde mystiek rond ‘het kindje Jezus’. Haar eis van absolute gehoorzaamheid aan de regels van de gemeenschap staat gelijk met een kadaverdiscipline. Zij komt met anti-Bijbelse openbaringen en profeteringen aanzetten en toetsing aan de Bijbel wordt door haar verhinderd”.


Dit zegt Helmut Baginski in het weekblad Idea Spektrum ter gelegenheid van het 50-jarige bestaan van de kloosterorde in Darmstadt.

Moeder Basilea is niet alleen bekend in Rooms-katholieke kring, ook in brede evangelische kring worden haar boeken gelezen. Hoewel daarin niet direct duidelijk wordt dat zij overtuigd rooms-katholiek is, verspreidt zij met haar ideeën een welwillen­de houding tegenover de Roomse kerk.
Haar boeken zijn reeds in meer dan 80 talen vertaald. De kloosterorde produceert momenteel ook radio en televisie programma’s en verspreidt video’s met de boodschap van ‘het komende Godsoordeel’ over de hele wereld.
Haar visie op de wereld wordt overmatig bepaald door de eschata­logische gebeurtenissen die de wereld nog te wachten staan: ‘oorlogen, rampen, terreur, vervolging, honger, wetteloosheid, zonde en dood’.
Ook speelt de Mariacultus een belangrijke rol in deze orde.

Basilea Schlink heeft direct na de Tweede Wereldoorlog haar Marienschwes­ter­schaft opgericht. In de afgelopen decennia heeft de orde haar activiteiten wereldwijd uitgebreid. Schlink is nu 93 jaar.
Reeds vanaf de oprichting stond boetedoening ten opzichte van joden centraal.
Jarenlang bestond de orde uit 180 vrouwen, afkomstig uit 19 landen. De orde heeft aftakkingen in Noord-en Zuid Amerika, diverse Europese landen, Australië, Azië en Israel, waar haar verzoeningsactiviteiten onder de joden grote indruk hebben gemaakt.

Maar de kritiek op Basilea Schlink in Duitsland groeit vanwege haar sectematig optreden. Zo leert Schlink, volgens Baginski, dat Christus heden ten dage nog steeds lijdt. Hij kan de zondelast van de wereld niet alleen dragen en uitdelgen en zoekt daarom ‘bruiden’ die Hem dienend en troostend bijstaan.
Het reddingswerk van Jezus is daarom nog niet voleindigd.
Ook legt Schlink met haar absolute eis van liefde tot Jezus een claim op haar volgelingen, wat tot gevolg heeft dat mensen met hun geweten in de knoei komen. Genade en geloof worden uit het centrum van de wedergeboorte gehaald. Op schuldgevoe­lens is door Schlink een kunstmatig biecht- en boetesysteem opgetrokken. Zij schrijft voor wat ‘zonde’ is, en dat is bij voorbeeld kritiek op haar persoon. In de kloosterorde is verplichte boetedoening een eis vooraf geworden tot het ontvangen van het heil en als middel ter disciplinering.
Zo ziet de Marienschwesterschaft zichzelf als de kern van waaruit ‘eeuwig leven’ naar de wereld uit kan gaan.

Al deze onbijbelse praktijken zijn volgens Baginski inmiddels gedocumen­teerd.
Helmut Baginski was van 1965 tot 1969 pastoor bij de orde van Schlink werkzaam. Hij heeft ook de jaren daarna de beweging nauwlettend gadegeslagen.
“Men zal mijn bevindingen wel als laster betitelen. Ze zijn echter waar. Kan deze gemeenschap dan nog evangelisch genoemd worden?”