AMSTERDAM-LIENDEN, Het KNP:
In Mongolië groeit het christendom snel. In 1990 waren er hoogstens 40 christenen in het uitgestrekte land, nu zouden er minstens 50.000 christenen zijn, verdeeld over 500 gemeentes. Dat meldt William Yoder, correspondent voor de afdeling voor buitenlandse betrekkingen van de Russische Unie van Evangelische Christenbaptisten in Moskou. Yoder schrijft ook regelmatig voor de Presbyterian News Service.

De Mongoolse Evangelische Alliantie houdt er rekening mee dat rond het jaar 2020 het aantal christenen gestegen zal zijn tot 300.000, zo’n tien procent van de bevolking. Daarmee is er in het voornamelijk boeddhistische land sinds 700 jaar een christelijke en protestantse minderheid.
Er zijn oosters (Russisch) orthodoxen en rooms-katholieken in Mongolië, maar het ledenaantal is zeer beperkt, beide hebben minder dan duizend leden.

Van de 7e eeuw tot de 14e eeuw bestond er een kleine christelijke kerk. Dit waren voornamelijk Nestoriaanse christenen. In 1578 werd het Tibetaanse boeddhisme tot de officiële religie van het land verheven. Het land telt zo’n 53% boeddhisten en animisten, 41% niet-religieuzen en 4% (soennitische) moslims. Mormonen tellen ongeveer 8000 leden in Mongolië.
De sterk stijgende aantallen christenen in Mongolië is volgens Yoder het werk van voornamelijk westerse en Aziatische zendelingen.

Behalve de Mongoolse Evangelische Alliantie als overkoepelende organisatie is er ook een “Nationale Raad van Kerken”, met het hoofdkwartier in Geneve, dat samenwerkt met de Wereldraad van Kerken. Sommige kerken in Mongolië zijn lid van beide organisaties. Er wordt ook veel aan diaconie gedaan. Dit werk wordt vanuit het buitenland ondersteund door de Joint Christian Services International (JCS). Veel steun komt vanuit de presbyteriaanse kerk in Zuid-Korea.

Het unieke is dat Mongoolse christenen het onderscheid tussen luthers, baptistisch, mennonitisch, pinkster-evangelisch of gereformeerd niet kennen. Allerlei denominaties, stromingen en afsplitsingen waar de kerk in het westen al sinds de 17e eeuw door wordt geteisterd, zijn in Mongolië onbekend. Mongoolse christenen zijn nauwelijks op de hoogte van het feit dat er zovele denominaties bestaan. Zij beschouwen dit als een hindernis.
Laura Schlabach, een mennonitische zendelinge, die sinds 1993 in het land is, vertelde in een Mongoolse gemeente wat een denominatie is en hoe deze ontstonden. Een vrouw stond verbaasd op en vroeg “Waarom willen ze dat doen? Geloven ze dan niet in dezelfde God?”

Mongoolse christenen noemen zichzelf eenvoudig ‘een christelijke gemeente’ en willen ook geen etiket van een bepaalde denominatie opgeplakt krijgen. Zendelingen of kerken van buiten die dit toch proberen veroorzaken ruzies met de Mongoolse gemeentes.
Buiten de steden komen de christenen zondags meestal samen in een yurt, een grote tent midden op de uitgestrekte Mongoolse steppe. Daar aanbidden en loven zij God. De gaven van de Geest (de charismata) zijn wijdverbreid en worden als volkomen normaal geaccepteerd. Ook wordt er veel aan evangelisatie en kerkplanting gedaan in het land.

Maar door de uitgestrektheid van het land is het grootste deel van de twintig etnische groepen nog niet bereikt met het evangelie, en slechts veertig van alle 315 provincies in Mongolië hebben een kerk.
Zendelingen vertellen dat de Mongoolse regering en boeddhistische groeperingen zich rustig houden tegenover het groeiende christendom in het land. Alleen rond de verkiezingen hebben bepaalde gemeentes last van regeringsactiviteiten. Maar volgens Schlabach is toch het meest opmerkelijke dat Mongoolse christenen bij de basis van het evangelie blijven.