Nomadische herders op de Mongoolse steppe hebben te lijden onder een grote ijzerertsmijn, die grotendeels gefinancierd is met Europees geld. Maar mensen die klagen worden zwaar geïntimideerd. Dat is de conclusie van een casestudie die de Nederlandse Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) half december uitbracht over het Mongoolse bedrijf Altain Khuder, dat de mijn uitbaat. Het rapport is de eerste in een reeks over de sociale en ecologische effecten van de mondiale ijzerertsindustrie, waarin wordt samengewerkt met organisaties als CEE Bankwatch en OTWatch.

Altain Khuder is de op één na grootste ijzerertsproducent in Mongolië en sinds 2006 eigenaar en exploitant van de Tayan Nuur ijzerertsmijn in de provincie Gobi Altai. Het bedrijf heeft herders die in het mijngebied woonden van het land verdreven. Hoewel het de herders heeft gecompenseerd, laat het rapport zien dat financiële compensatie niet volstaat wanneer mensen voor hun bestaan afhankelijk zijn van hun land en land bovendien gemeenschappelijk bezit is.
“Herders hebben een financiële vergoeding gekregen”, zegt Tim Steinweg, senior onderzoeker bij SOMO, “maar daar kunnen ze geen nieuw land van kopen, omdat het land door de gemeenschap wordt verdeeld. Sterker nog, de vergoeding heeft het juist lastiger gemaakt omdat het heeft geleid tot conflicten binnen de gemeenschap.”
Maar ook de herders die verder weg wonen, voelen zich benadeeld. Omdat het woestijnachtig is, leidt verkeer en vervoer er tot enorme stofoverlast. “Dat is een bekend probleem in Mongolië”, aldus Steinweg. “Het zijn zeer zware vrachtwagens, die de grond kapot rijden. Dat genereert zo veel stof dat de mensen in het gebied, en vooral hun vee, daar vaak ziek van worden. Volgens de herders zijn er tientallen dieren door overleden. Op dit moment bouwt het bedrijf een speciale weg om de ijzererts te exporteren naar China, 168 kilometer verderop. Maar de bouw hiervan zorgt net zo goed voor een groot stofprobleem.”
De herders vinden dat ze niet voldoende betrokken zijn bij de planvorming, terwijl de nieuwe weg hun land doorkruist en het graasgebied van hun vee beperkt. “De aanleg van dergelijke infrastructuur wordt vaak gepresenteerd als een voordeel voor de omliggende gemeenschappen. Maar het doorsnijdt juist het land dat door de kuddes wordt doorkruist.”
De onderzoekers hebben een twintigtal herders gesproken, maar gaan ervan uit dat meer mensen met dezelfde problemen kampen.
Mensen die zich kritisch uitspreken, worden geïntimideerd, zegt Steinweg. “Ze zijn zelfs aangeklaagd wegens ‘georganiseerde laster’, waar tot twintig jaar op staat. De aanklacht is telkens afgewezen, maar het bedrijf ging keer op keer in hoger beroep, waarvoor de aangeklaagden verschillende reizen naar de hoofdstad moesten maken. Het kost twee volle dagen om er alleen al te komen. Dit heeft veel spanningen en problemen opgeleverd.”
Het is geen nieuws dat mijnen leiden tot problemen in de lokale gemeenschap. Altain Khuder is alleen wel een bijzonder geval, niet alleen omdat het critici zo vijandig benadert, maar ook omdat het wordt gefinancierd door de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD). De EBRD steunt de mijn met een lening van 55 miljoen dollar (44 miljoen euro).
De EBRD schrijft haar klanten duidelijke sociale en ecologische standaarden voor. Volgens de onderzoekers moet de bank beter toezien op naleving hiervan.

Bron: IPSnieuws