Monsanto de weldoener van de eeuw

ARNEMUIDEN-LIENDEN, Het KNP:
In de afgelopen eeuw is het overgrote deel van onze voedselproductie in handen gekomen van een handvol biotech-multinationals, die in snel tempo veel natuurlijke gewassen vervangen door genetisch gemanipuleerde organismen (ggo’s). Door de harde, wereldwijde concurrentiestrijd rondom de ggo’s en hun patenten zijn er nog maar weinig landen veilig voor de BigAg, oftewel de multinationals Monsanto, DuPont, BASF, Syngenta Biotechnology, DOW AgroScience en Bayer CropScience. De marktleider Monsanto is inmiddels eigenaar van 90% van alle ggo’s ter wereld. De elitaire bedrijfstop van Monsanto bestaat uit directeuren van de McDonald’s, Lockheed-Martin Corporation, American Cyanamid, PPG Industries, Sara Lee Corporation, Pharmacia, General Electric en het mediabedrijf Gannett Company. Alhoewel Monsanto zich presenteert als een duurzame en vreedzame agrarische onderneming, is het doel van de onderneming een wereldwijde controle over al het voedsel en leven op aarde.
Monsanto werd in 1901 opgericht en groeide uit tot een grote fabrikant van kunststoffen, chemicaliën, geneesmiddelen, DDT’s (dichloro diphenyl trichloroethane ofwel synthetische pesticide) en PCB’s (Polychloorbifenyl). Monsanto wist dat PCB’s giftig waren, maar negeerde interne ongevallen en onderzoeken en ging door met vervuilende productie. In de stad Anniston heeft Monsanto decennia lang duizenden tonnen PCB’s gedumpt, waardoor er veel inwoners werden vergiftigd en vervolgens stierven. In 1942 schakelde het Pentagon Monsanto in voor de ontwikkeling van de atoombom en tijdens de Vietnamoorlog kreeg Monsanto een contract voor de levering van de herbicide Agent Orange. Monsanto en DOW Chemicals, verzwegen dat Agent Orange kankerverwekkend was. Met als gevolg dat miljoenen Vietnamezen en Amerikaanse militairen werden vergiftigd en omkwamen door de te hoge dioxine. Diverse instanties klaagden Monsanto aan wegens oorlogsmisdaden, maar Monsanto beriep zich op vervalste onderzoeken en infiltreerde de US Environmental Protection Agency.

Door diverse spin-offs vercommercialiseerde Monsanto in 1993 het groeihormoon rBGH, wat er voor zou moeten zorgen dat de melkproductie van koeien toe zou nemen. De US Food and Drug Administration had het hormoon en de rBGH-melk op ‘wetenschappelijke basis’ goedgekeurd. Dat de behandelde koeien veel meer uierinfecties hadden, kreupel werden en vruchtbaarheidsproblemen hadden en dat de rBGH-melk te veel kankerverwekkende IFG-1 hormonen bevatte, werd niet vermeld. Toen de onderzoeksgegevens uitlekten, bleek dat voormalige werknemers van Monsanto binnen de FDA, het rBGH hadden doorgedrukt. Eveneens was FOX News omgekocht en wel om de gezondheidsrisico’s van het rBGH in berichtgevingen te bagatelliseren. Toen bekend werd dat de advocaat van Monsanto, Michael R. Taylor, ook nog eens zeven jaar lang in het geheim bij het advocatenbureau King & Spalding had gewerkt aan een wet die rBGH-etikettering zou verbieden, werd pas duidelijk hoe verweven Monsanto was met de Amerikaanse overheid. De controversiële rBGH-etikettering zou ervoor moeten zorgen dat de consument nooit verschil zou kunnen maken tussen rBGH-melk of gewone melk.

Monsanto veranderde in een agrarisch bedrijf, door de verkoop van de onkruidverdelger Roundup. Monsanto verdoezelde de toxiciteit van Roundup, maar uit later onderzoek bleek dat Roundup hormonen ontregelt en kanker kan veroorzaken. Monsanto werd in Frankrijk vervolgd wegens fraude en valse reclame, maar de EPA heeft nooit opgetreden. Monsanto had alle bewijslast laten vernietigen door Linda J. Fisher, de EPA Chief of Staff Administrator. Ondanks de controverse van Roundup leverde Monsanto van 2000 tot 2003 voor 25 miljoen dollar aan Roundup Ultra aan de regering-Bush, die tijdens het Plan Colombia het vergif liet uitsproeien over de cacaoplantages in Colombia. Omdat Roundup Ultra een gevaarlijke versie is van Roundup, werd niet alleen de cacao vernietigd, maar ook 8% van alle landbouwgebieden en vele waterbronnen, met het gevolg dat er 75.000 Colombianen werden ontheemd en duizenden Colombianen gezondheidsproblemen kregen. Voor deze schending van mensenrechten is de regering-Bush nooit vervolgd.

Om de verkoop van Roundup te doen toenemen, creëerde Monsanto een strategische koppelverkoop door in 1996 Roundup Ready zaden op de markt te brengen, die resistent zijn tegen Roundup, zoals RR soja, mais, koolzaad, suikerbieten of katoen. Monsanto beweerde dat met deze nieuwe technieken de landbouw wereldwijd zou worden verbeterd en ‘hongerige monden’ zouden kunnen worden gevoed. Het Witte Huis was enthousiast, maar de FDA-wetenschappers kwamen tot de conclusie dat ggo’s onvoorspelbare voedingsproblemen en ziekten zouden kunnen veroorzaken. De regering oefende druk uit op de FDA en liet Michael R. Taylor een overheidsbesluit opstellen waarin ggo’s ‘wezenlijk gelijkwaardig’ werden verklaard aan natuurlijke planten. Daardoor hoeft de Amerikaanse overheid zich nooit meer te verantwoorden over de veiligheid van het consumeren van ggo’s. Evenwel waarschuwde de commissie CRIIGEN in 2009 voor ggo-consumptie, omdat bleek dat verscheidene GE-maissoorten nadelige gevolgen hebben voor de lever, nieren en het hart. In september 2010 concludeerden eveneens wetenschappers dat het gebruik van ggo’s en Roundup kan leiden tot miskramen, geboortedefecten en kanker.

Door Clarence Thomas, een rechter van het Supreme Court en de voormalige advocaat van Monsanto, werd in 2001 een besluit genomen waardoor nieuw ontwikkelde plantenrassen octrooieerbaar zijn onder het algemene patentenrecht in de VS. Daardoor werd Monsanto eigenaar van haar eigen zaden en gewassen. Monsanto bepaalde dat de boeren geen Monsanto-zaden mogen bewaren voor volgende oogsten. Daardoor is er vrijwel geen concurrentie meer mogelijk, omdat de prijzen van de zaden en de Roundup al zijn bepaald. Boeren worden tot massaproductie gedwongen en de meeste boeren die tegen het beleid in gaan worden geïntimideerd door speciale teams en advocaten van Monsanto. Als er een akker wordt aangetroffen waarbij het gewas besmet is geraakt met ggo’s, moet al het gewas worden vernietigd wegens patentschending. Veel boeren gaan failliet en door de verloren exporthandel is er inmiddels 12 miljard dollar in de VS verloren gegaan. Ook in Zuid-Amerika en China worden de oogstopbrengsten van ggo’s steeds minder. In 2003 mislukte de RR-katoenoogst in India en de failliete boeren pleegden massaal zelfmoord.

Het nieuwe slachtoffer van Monsanto is Afrika, waar de boeren ggo’s krijgen verstrekt of moeten kopen met behulp van leningen of microkredieten. Allemaal in de naam van de hongerbestrijding en verbetering van het platteland. Monsanto gebruikt hiervoor de ‘Alliance for a Green Revolution in Africa’, een initiatief van de Gates Foundation en de Rockefeller Foundation. In oktober 2010 kwam naar buiten dat Monsanto samen met de Gates Foundation het militaire bedrijf Blackwater inzet om hun tegenstanders uit de weg te ruimen. Ondertussen stromen miljarden dollars voor ontwikkelingshulp in Afrika richting de onderzoeksinstituten van Monsanto. Op de G8-top in 2009 werd door president Obama bekend gemaakt dat de G8-landen 20 miljard dollar beschikbaar zouden stellen voor de voedselcrisis in Afrika. Deze nieuwe ‘Tweede Groene Revolutie’ is het gevolg van de consistente lobbydruk door CropLife International. Na de G8-top werd Michael R. Taylor binnen het ministerie van landbouw aangesteld voor de voedselveiligheid. Dat hij daar geen neutrale rol zal vervullen, blijkt uit zijn nevenfunctie bij de Resources for the Future, een instelling van de Rockefeller Foundation.

In 2007 had Obama aan de Amerikaanse boeren beloofd dat hij de BigAg hard zou aanpakken, maar dit bleek een loze belofte. Dat hij ook maar weinig keus had, werd duidelijk toen zijn vrouw Michelle Obama in 2009 zware kritiek kreeg van de BigAg, omdat ze een biologische tuin naast het Witte Huis opende. Obama stelde na zijn benoeming Tom Vilsack, de oprichter van het Governor’s Biotechnology Partnerschip, aan als directeur van het ministerie van landbouw. Verzwegen werd dat Vilsack in 2002 betrokken was bij een grootschalige genetische besmetting van maïs door ProdiGene. In 2009 werd het National Institute of Food and Agriculture (NIFA) opgericht, met als taak de Amerikaanse landbouw te verbeteren. Of beter gezegd: afhankelijker te maken van Monsanto. De nieuwe NIFA-directeur Roger Beachy is namelijk ook directeur van het Danforth Plant Science Center, een instituut van Monsanto.

De bijna 9 miljard dollar die Monsanto jaarlijks uitgeeft aan lobbyen, begint ook in Europa zijn vruchten af te werpen. In april 2010 werd door Obama de lobbyist van CropLife, I.A. Siddiqui aangesteld als ambassadeur van de landbouw. Siddiqui is berucht vanwege zijn openlijke aanvallen op de Europese Commissie, omdat zij volgens hem ‘voedsel weerhoud voor stervende mensen wanneer ggo’s voorgoed worden verboden in Europa’. In Europa zijn RR-gewassen (gewassen die bestand zijn tegen Roundup) nog altijd verboden, alhoewel de supermarkten er mee vol liggen. Nederland en België zijn momenteel de grootste importeurs van GE-soja voor veevoer, waardoor het meeste vlees al besmet is met ggo’s. Monsanto deed in 2008 al zijn intrede in Nederland door de overname van De Ruiter Seeds. Te verwachten valt dat de RR-zaden van Monsanto binnenkort ook in Europa te koop zijn.

Zo wordt dus de gehele wereld genetisch besmet en zijn de originele soja- of maïsplanten alleen nog maar in de oerwouden te vinden. De ggo’s komen onbedoeld in het hele ecosysteem. Zo moesten zelfs in Duitsland in juni 2010 besmette akkers worden omgeploegd. De VN berekende dat driekwart van de biodiversiteit van de landbouwgewassen in de vorige eeuw inmiddels verloren is gegaan, waaronder ruim 80% van alle maissoorten. Bovendien bleek uit een onderzoek van september 2010 dat de RR- sojateelt de voornaamste oorzaak is van ontbossing en vernietiging van de biodiversiteit in Zuid-Amerika. Monsanto is samen met de Noorse regering, Syngenta, de Rockefeller Foundation en de Gates Foundation een investeerder van de Svalbard Global Seed Vault, de Wereldzaadbank op Spitsbergen. Met ‘het oog op toekomstige catastrofes’, worden hier in een enorme bunker miljoenen zaden opgeslagen. Critici menen dat het een goede zaak is dat de biodiversiteit middels zaadopslag wordt beschermd, maar dat het geen rechtvaardige zaak is dat de ontwikkelingslanden en de boeren nooit geen toegang meer krijgen tot de zaden. De elite die per jaar voor miljarden dollars aan gedegenereerde zaden verkoopt en profiteert van de achteruitgang van de biodiversiteit, wil op deze manier de, door God gegeven planten en gewassen, voor eens en voor altijd toe-eigenen.

Trefwoorden:  ,