Volgens de Hadith zou Mohammed in Jeruzalem ten hemel zijn gevaren op een soort paard. Dit beest wordt beschreven als ‘een wit en lang dier, groter dan een ezel, maar kleiner dan een muilezel, dat zijn hoeven met een afstand gelijk aan het gezichtsveld verplaatste’. Het dier bracht Mohammed in één nacht van Medina naar Jeruzalem en vervolgens naar de hemel. Dit wordt de zogenaamde Nachtreis genoemd. Een nacht in het eerste jaar na de emigratie van Mohammed van Mekka naar Medina. Mohammed zou volgens de overlevering in de hemel gebeden hebben met de profeten en met Allah hebben gesproken. Daarna keerde hij terug naar de aarde.

De hemelvaart van Mohammed

In de Koran wordt deze gebeurtenis alleen in de soera ‘De Nachtreis’ aangehaald. Deze soera maakt toespelingen op de reis, maar in de rest van de Koran wordt dit wonderlijke verhaal met de mythische ezel Buraq niet vermeldt. De nachtreis zelf bestond eigenlijk uit twee delen: de reis van Mekka naar Jeruzalem en de reis van Jeruzalem naar de hemel.
Op detailniveau bestaan er verschillende versies van het verhaal. Het is niets anders dan een variant op en een slechte kopie van de Hemelvaart van Christus, zoals dat in de Bijbel staat beschreven.
Critici hebben ook geopperd dat voor dit mythische dier gekozen is omdat het verhaal moest wedijveren met het Bijbelse verhaal van Jezus die op een ezel Jeruzalem binnenrijdt.
Deze hele reis van Mohammed is een verzinsel van latere islamitische theologen en toevoegingen aan de Hadith literatuur zoals die beschreven staan in Bukhari Hadith 4:429; 5:227 & Tarmidi 5920.

Moslims hebben er zelfs een feest omheen gebouwd, zo rond eind juni: de Laylat al-Miraaj, ofwel ‘De nacht van de ladder’. Dit omdat een andere overlevering spreekt van een ladder waarlangs Mohammed naar de hemel zou zijn gegaan en niet samen met Buraq.
Volgens sommigen was het een geestelijke reis, volgens andere moslim theologen een lichamelijke reis van Mohammed. Volgens weer anderen was het beiden. Een andere variant van dit verhaal is dat Mohammed direct van Mekka naar de hemel is gegaan, zonder ooit in Jeruzalem te zijn geweest. Nog een variant vertelt dat Mohammed op weg van Mekka naar Jeruzalem nog even in Bethlehem en op de Sinaï is geweest (Ibn al Athir’s Chronicle, ii.37).

De overleveringen

Toen deze reis van Mohammed had plaatsgevonden ontstonden er verschillende interpretaties. Er is een overlevering die zegt dat deze gebeurtenis plaats heeft gevonden in hetzelfde jaar dat Mohammed gezonden werd. Volgens andere overleveringen was het in het jaar vijf na het gezantschap. Ook wordt de 27ste van de maand Radjab in het jaar 10 genoemd na het gezantschap of anders 17 Ramadan in het jaar 12 na het gezantschap. Volgens een nog andere overlevering vond het plaats op 17 Raibi’e I van het jaar 13 na het gezantschap.
De Hadith (‘dat wat verteld wordt’) zijn islamitische overleveringen, opgeschreven in de 8e en 9e eeuw, waar diverse uitspraken zijn verzameld die Mohammed tijdens zijn leven gedaan zou hebben. De Hadith kwam dus pas ruim honderd jaar later tot stand, puur op basis van vroegere ooggetuigenverslagen. Voor de grote meerderheid van de moslims vormt de Hadith een aanvulling op en interpretatie van de Koran. Het is een z.g. orale traditie. Wetenschappers hebben inmiddels overtuigend aangetoond dat de historische betrouwbaarheid van orale overleveringen en tradities met een korrel zout genomen moeten worden, met name in de islam.

Een aantal islamitische rechtsscholen gaat ervan uit dat de reis moet gezien worden als een droom of een visioen. Een van de vrouwen van Mohammed, Aisha, was ervan overtuigd dat deze hemelvaart van haar man fysiek nooit heeft plaatsgevonden, ‘zijn geest maakte alleen de nachtreis’. Zij kon het weten want Mohammed lag die nacht naast haar.
Maar toch geloven veel moslims dat Mohammed de reis wel degelijk fysiek heeft ondernomen. ‘In het islamitische denken is het onmogelijk dat een profeet wordt gedood, tenzij profeten goddelijke boodschappers zijn en ofwel een natuurlijke dood sterven, ofwel door God worden opgenomen’.

Buraq

In de literatuur en de kunst wordt het mythische schepsel Buraq vaak voorgesteld als een dier met het gezicht van een vrouw met grote zwarte ogen, of een hybride dat deels adelaar en deels paard is. Buraq zou ook een ossenstaart gehad hebben en zijn oren en manen waren van witte parels gemaakt, bijeengehouden met een gouden ketting, versierd met glinsterende juwelen. In sommige afbeeldingen is zijn rug en zijn zijn oren van smaragd. Aan zijn hoeven zaten vleugels. Zijn zadel was gemaakt van zijde gelardeerd met zilver en gouddraden. Verder glinsterden zijn ogen als de planeet Venus en tussen zijn ogen stond ‘Er is geen andere god dan Allah en Mohammed is zijn profeet’. Ook zou het dier alleen door profeten bereden zijn en een zekere intelligentie bezitten. Het beest kon onvoorstelbare grote stappen nemen en zich in een oogwenk zeer snel verplaatsen. Kortom, een product van iemand met een rijke fantasie.

Overigens bevond Buraq zich in de hemel samen met veertig miljoen andere Buraqs. Het was Djibriel die deze Buraq uitkoos om Mohammed te vervoeren. Buraq zat in een hoekje te huilen en Djibriel vroeg hem waarom hij huilde. Buraq antwoordde dat hij de naam van Mohammed al veertig duizend jaar eerder had gehoord en dat zijn verdriet hem al die tijd hinderde om te eten en te drinken. Djibriel werd vertederd en koos Buraq uit voor de opdracht.

Het verhaal

Dan, op zekere nacht, toen Mohammed voor de moskee in Mekka lag te slapen, verscheen de aartsengel Djibriel. (In sommige varianten verschenen hem twee aartsengelen, andere varianten drie engelen). Maar voordat ze deze spectaculaire reis beginnen snijdt Djibriel, volgens een overlevering (Sahih Al-Bukhari Hadith), eerst Mohammeds buik open van zijn strot tot aan zijn onderbuik. Djibriel wast zijn buik met heilig Zam-Zam water, waarna zijn hart gevuld wordt met wijsheid en geloof. Als door een mirakel houdt Mohammed er geen snijwonden aan over. Dan pakt Djibriel hem bij zijn arm en vertelde hem over zijn reis naar Jeruzalem op de rug van een wit rijdier.

Jeruzalem

Samen vlogen ze vervolgens naar Jeruzalem. Op het Tempelplein aangekomen, (volgens de latere islam was het de Al Aqsa moskee) bond Mohammed Buraq met een touw vast aan een ring in de westelijke muur. Na een gezamenlijke gebed te hebben verricht met onder andere Mozes, Jesaja en Jezus, besteeg Mohammed het dier met een ladder en steeg op ten hemel, waar hij door zeven hemelen reisde.

De hemel

Voor de eerste hemel riep Djibriel tot de engel Ismail en poortwachter “Open de poort!” waarna de reis verder opwaarts ging. In de eerste hemel ontmoetten Mohammed en Djibriel de profeet Adam. Adam verwelkomde hem en erkende zijn gezantschap, in de tweede hemel ontmoette hij Yahya (Johannes de Doper) en Isa (Jezus), in de derde Yusuf (aartsvader Jozef), in de vierde Idries (Henoch, één van Noachs voorvaderen), in de vijfde Haroen Ibn Imraan (Aäron), ‘een man met wit haar en een lange witte baard’, in de zesde Musa (Mozes) en in de zevende Ibrahim (Abraham). Ibrahim leunde met zijn rug tegen de “albayt alma’moer”, een huis dat dagelijks door zeventig duizend engelen wordt bezocht die daarvan nooit meer terugkeren. In alle zeven hemelen wordt Mohammed vriendelijk begroet en uitdrukkelijk zijn gezantschap erkend. Alle zeven hemelen worden bevolkt door enorme legers van engelen, in iedere hemel hebben de engelen een andere kleur.

Tenslotte ontmoette Mohammed in de zevende hemel Allah. Allah zei tegen Mohammed dat de moslims vijftig keer per dag de salat (het gebed) moesten verrichten. Toen Mohammed met dat nieuws in de zesde hemel arriveerde, stuurde Musa hem terug naar Allah omdat volgens hem vijftig keer bidden te veel en te moeilijk zou zijn voor de mensen. Mohammed keerde terug naar Allah die het aantal tot tien terugbracht. Musa vond dat nog steeds teveel, dus Mohammed ging opnieuw terug en kreeg een vermindering tot vijf keer per dag. Dat verklaart de oorsprong van het vijf keer daags ritueel bidden voor moslims.

De hel

Overigens, op Perzische gravures uit de 15e eeuw blijkt Mohammed tijdens dit uitstapje samen met zijn ezel en Djibriel ook in de hel te zijn geweest. Deze gravures staan in een manuscript genaamd Miraj Nama, dat zich bevindt in de Bibliotheque Nationale in Parijs. Daar ziet Mohammed enkele vrouwen boven het vuur, al hangend aan hun haar en gemarteld door een demon. Hun misdaad: ze hadden hun haren aan vreemdelingen laten zien. Verder ziet Mohammed nog meer vrouwen, opgehangen aan hun tong en hun borsten. Dat allemaal vanwege het feit dat ze hun man ongehoorzaam waren of dat ze onwettige kinderen hebben gebaard. Ook het boek The Miraculous Journey of Mahomet, geschreven door Marie-Rose Seguy, maakt melding van deze gebeurtenissen.
Na deze hemelreis keerde Mohammed terug naar Mekka. ‘Op de plek waar Mohammed naar de zevende hemel ging, werd later een prachtig gebouw neergezet’. Door dit verhaal is Jeruzalem, naast Mekka en Medina, voor moslims ook een heilige stad, hoewel Jeruzalem nergens in de Koran genoemd wordt. Er wordt alleen gesproken over ‘de verste moskee’.
Na zijn bezoek aan de hemelen is Mohammed naar de ‘sidratil-muntaha’ opgestegen, dat is ‘de lotusboom van de eindbestemming’. Een boom waarvan de bladeren op de oren van olifanten lijken en de vruchten op kannen. Deze boom werd plotseling bedekt met een gouden laag. Allah verhulde de boom zodat geen mens meer de schoonheid ervan zou kunnen beschrijven.

Terug naar Mekka

Na deze wonderlijke avonturen keert Mohammed vliegensvlug weer terug naar Mekka, waar hij de volgende ochtend zijn bevindingen meedeelt. Maar daar wordt Mohammed met wat minder egards behandeld. Mensen scholden hem voor leugenaar en bedrieger uit en begonnen hem weer lastig te vallen. Sommigen begonnen met spot in hun handen te klappen. De ongelovigen wilden de profeet toetsen en vroegen hem de Al Aqsa-moskee te beschrijven. Hij had deze moskee immers niet eerder gezien. Maar Allah maakte de moskee voor hem zichtbaar, waarna hij alle hoeken en deuren van de moskee aan hen kon beschrijven. Zij konden hem niet tegenspreken en zeiden: “Hij heeft een juiste omschrijving gegeven”. Maar een aantal bleef hardnekkig en konden niet geloven dat een reis waar je normaal een maand voor nodig had, door iemand in één nacht voltooid kon zijn.

Besluit

Het hele verhaal van de nachtelijke reis van Mohammed, al dan niet direct naar Jeruzalem, is gezien de vele varianten en tegenstrijdige verhalen die na de dood van Mohammed in omloop zijn gekomen niet geloofwaardig. Voor de ‘gemiddelde’ moslim levert het waarschijnlijk geen probleem op, maar feit is dat de verslagen onderling te veel verschillen.

In één Hadith wordt verteld dat Mohammed in Jeruzalem de Tempel van Salomo binnentrad. Hij vond de tempel vol met engelen die op hem wachtten. Elke engel vertegenwoordigde een groep van engelen in het paradijs. Vervolgens zag Mohammed ook alle profeten voor hem in een rij staan. Djibriel legde uit waarom deze voor hem aanwezig waren in de tempel van Salomo.

Prachtig verhaal, maar helaas. De Tempel van Salomo was meer dan vijfhonderd jaar daarvoor al verwoest. Er was sinds die tijd alleen maar een lege vlakte over gebleven.