Steeds vaker worden elementaire mensenrechten door staten opzij geschoven in de strijd tegen het terrorisme. De staat valt letterlijk de grondbeginselen van de rechtsstaat aan. Er is sprake van een frontale aanval op de klassieke grondrechten en de individuele vrijheden van de burger.
Met name het pakket van anti-terreurwetten van 2001, zoals die in Duitsland zijn afgekondigd, is het begin van deze aanval geweest. En het einde hiervan, deze totale bewapeningswedloop tegen het terrorisme, is nog lang niet in zicht.
Bevoegdheden voor politie en justitie, inlichtingen- en veiligheidsdiensten worden met het jaar opgerekt en uitgebreid.


Rolf Gössner, schrijver van het zeer kritische boek over de terreurbestrijding door de staat, meent daarom dat zijn boek eigenlijk zou moeten heten “Mensenrechten in tijden van de terreurbestrijding” in plaats van “Mensenrechten in tijden van terreur.”

Het is inmiddels zo dat een ieder die zijn eigen privacy, zijn grondrechten en zijn burgerrechten verdedigd, al snel verdacht is. Sterker nog, alle excessieve maatregelen van de overheid worden met grote instemming van de bevolking verwelkomt.
Er gaat bijna geen week voorbij of er worden vanuit de regering weer nieuwe maatregelen afgekondigd, waarbij nog meer vrijheden ingeperkt worden, nog meer wetten en wetsartikelen uitgevaardigd worden, om alle door de overheid ongewenst gedrag juridisch in te perken.
“We zijn op weg naar een autoritaire en preventieve veiligheidsstaat.” “Waar liggen de grenzen van de rechtsstaat nog, als deze voortdurend verschoven worden? De rechtsstaat moet ons juist tegen de onrechtsstaat beschermen.” Of zoals de Süddeutsche Zeitung meldde: “De oorlog tegen het terrorisme begint onze rechtstradities en onze grondwet, onze morele maatstaven en ons geweten en dus onszelf te vergiftigen.”
Overheden op nationaal en lokaal niveau zijn druk in de weer om maatregelen te nemen in hun strijd tegen het kwaad. De gevolgen hiervan zijn voelbaar bij vele sociaal-maatschappelijke organisaties en financiële instellingen in hun relatie tot de burger.

De afkondiging van alle antiterreurmaatregelen in Duitsland en in de rest van Europa hebben nauwelijks impact gehad op het terugdringen van het terrorisme zelf. Volgens de staat is er nog steeds terreurdreiging en overal duiken nieuwe ‘islamitische’ dreigmomenten op. Af en toe gloort er een succesje: er is een terreuraanslag voorkomen. Het exacte hoe en waarom en wat de achtergronden waren, blijven meestal vaag.

De vraag kan dan gesteld worden of de wetten tegen het terrorisme wel effectief genoeg zijn, of dat deze wetten juist de groepen verdacht maken die het makkelijkst ‘te pakken’ zijn en dat islamitische extremisten daarentegen gewiekst het alspiedend oog der overheid weten te omzeilen.
Gössner meent dat de staat er alle belang bij heeft om de angst tegen het terrorisme levend te houden. “Angst is de smeerolie van de staatstyrannie.”
Echter de statistieken van de politie en de Bundeskriminalamt laten iets anders zien: de criminaliteit is juist afgenomen. Duitsland is een van de veiligste landen van Europa. Dit feit is onderkent door Wolfgang Schäuble, de minister van Binnenlandse Zaken.
Maar het volk gelooft in alle soorten dreigingen die op hen afkomen, niet alleen in Duitsland maar ook in de rest van Europa.
Er is sprake van een door de massamedia geënsceneerd schrikbeeld dat de bevolking dagelijks  opgedrongen krijgt en waarin niemand zich meer veilig kan wanen.
Criminelen, neonazi’s, asielzoekers, punks, drugsverslaafden, religieuze fundamentalisten, bedelaars en zwervers, daklozen, vreemdelingen en onwelgevallige minderheden. De overheid heeft het er maar druk mee.
Alles en iedereen is een probleemgeval, een potentiële bedreiging en een gevaar voor de staat. Daarom: nog meer controle, nog meer bewaking, nog meer betutteling, onderdrukking en bestraffing. “Het eigenlijke maatschappelijke probleem wordt hiermee volledig verdrongen.”
Bepaalde politici buiten de problemen nog verder uit. “Er is sprake van een hysterie die populisme genoemd wordt.” Ook deze hysterie kan een techniek zijn om het volk nog meer ontvankelijker te maken voor weer nieuwe overheidsmaatregelen tegen het ‘terrorisme’.
Of zoals in 2004 toen vage aanwijzingen van de Amerikaanse CIA aan de Duitse regering een complete stadswijk in Hamburg op de kop zette en waar de noodtoestand werd uitgeroepen als gevolg van mogelijke islamitische terroristen, die er uiteindelijk niet aangetroffen werden.
Tijdens voetbalwedstrijden in Duitsland wordt een complete mobilisatie afgekondigd van politie, inlichtingendiensten en militairen. Er is een toenemende tendens in de samenleving van het idee dat volledige controledichtheid de veiligheid verhoogt.

In de jaren zeventig en tachtig werd Duitsland bekend en berucht door zijn nieuwe opsporingsmethoden: Rasterfahndung (het vóór het begaan van een crimineel feit een daderprofiel opstellen aan de hand van vermoedelijke indicatoren), Schleppnetzfahndung (met een magneet de naald uit de hooiberg halen) en de omstreden praktijk van Schleierfahndung (o.a. 24 uur per dag volgen van verdachten).
Allerlei recherchetechnieken zijn er op gericht om via diverse databases variabelen te vergelijken om zodoende mogelijke terroristen te kunnen ontmaskeren. In de jaren zeventig werden deze methoden tegen de Rote Armee Fraktion ingezet. Dat alles was gebaseerd op veronderstellingen hoe terroristen hun sociale en maatschappelijke leven zouden inrichten. Veel succes hadden deze methodes overigens niet.
Maar inmiddels zijn de mogelijkheden om te rechercheren drastisch toegenomen en door de voortschrijdende innovaties in de informatietechnologie is het zelfs mogelijk crimineel gedrag te voorspellen.

Op Europees niveau wordt nauw samengewerkt door diverse politie-en inlichtingendiensten. Gössner: “Aan de internationale horizon zijn al de contouren zichtbaar van een oncontroleerbaar, multinationaal systeem van politie-en inlichtingendienstennetwerken, een globaal afluistersysteem, waarmee verdachte personen en groepen van mensen in talrijke landen, die een gevaar opleveren voor de staatsveiligheid, geregistreerd en vervolgd kunnen worden.”
Spiros Simitis, de vroegere privacybeschermer die aangesteld was door de Duitse regering, zei dat het land afdrijft naar een totalitaire samenleving.

Met name de ontwikkelingen in het strafrecht en het strafprocesrecht roepen grote vragen op bij privacybeschermers. Politie-en geheime diensten lopen steeds verder in elkaar over en qua taken vinden er steeds meer overlappingen plaats. Bijzonder verontrustend in een land waar men na de Tweede Wereldoorlog, na twaalf jaar nationaal-socialistische terreur, de politie en de geheime diensten uit elkaar getrokken heeft, juist om samenballing van deze machten tegen te gaan.
Gössner noemt de belangrijkste overheidsorganen die bij toerbeurt met elkaar samenwerken: politie, recherche (Bundeskriminalamt), de Bundesnachrichtendienst, de contraspionage, militaire inlichtingendiensten, douane, het ministerie van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken. Controle hierop is er nauwelijks. Gössner besteedt er een heel hoofdstuk aan.
Ook gaat hij dieper in op de specifiek Duitse situatie op het gebied van bescherming van mensenrechten, burgerrechten en diverse wetten ter bescherming van de staat en de jurisprudentie er omheen en de gevolgen daarvan voor de burger.

Neonazi’s moeten bestreden worden, maar Gössner wijst wel op het gevaar dat vandaag de neonazi’s aan de beurt zijn, maar dat morgen de overheid een heel andere groep op het oog kan hebben.
In een samenleving waar de rechteloosheid steeds meer toeneemt en de grondrechten steeds meer onder druk komen te staan, is dit niet onmogelijk.

Uitvoerig besteedt Gössner aandacht aan de ontwikkelingen op het gebied van biometrie, camerabewaking en telecommunicatie. Inmiddels worden in vele Europese landen alle telecommunicatiegegevens van de burgers een jaar of langer bewaard. De verplichte identificatieplicht is nu in alle Europese landen een feit.
Otto Schily, voormalig minister van Binnenlandse Zaken, had ook financiële belangen bij zijn politieke besluiten. Hij heeft een topfunctie in de firma Safe ID Solutions AG.
Deze firma ontwikkelt en verkoopt hoogwaardige technologie voor het produceren van identiteitsbewijzen. Ook bij de firma Byonic Systems AG heeft hij een topfunctie. Dit bedrijf specialiseert zich op het lezen van elektronische documenten en irisherkenning.

Op het gebied van controle van allochtonen en buitenlanders is Duitsland het meest voortgeschreden. Net als in ons land weet het grootste deel van de bevolking nauwelijks wat voor wetgeving de afgelopen jaren is uitgevaardigd als het gaat om de burger en de vreemdeling te bespieden en zijn gangen te controleren.

De strijd tegen het ‘terrorisme’ heeft inmiddels folteren ‘salonfähig’ gemaakt. De CIA gebruikt vliegvelden in diverse Europese landen voor het vervoer van verdachte islamitische terroristen. In diverse landen heeft de CIA mensen verhoord en gemarteld. Het Europese parlement ontkent dit tot op de dag van vandaag.

Gössner vraagt zich af hoe het komt dat al deze ontwikkelingen op zo weinig maatschappelijk verzet stuiten. Volgens hem denkt de meerderheid van de bevolking dat overheidsdictatuur en ambtelijke tyrannie niet mogelijk is in een democratie.
Feit is wel dat de meeste mensen zich bang laten maken en daar ook naar handelen. “De zwaarbewapende en autoritaire staat, zoals die zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld, kan zichzelf beroepen op het feit dat zij het grootste gevaar is voor de burgerrechten en de democratie.” Gössner zou daarom willen dat mensenrechtengroeperingen op Europees niveau veel meer met elkaar gaan samenwerken.

Rolf Gössner: Menschenrechte in Zeiten des Terrors – Kollateralschäden an der ‘Heimatfront’.
Uitg. Konkret Literatur Verlag, Hamburg 2007, 288 pag.