De catastrofen van de 20e eeuw waren niet, zoals de postmodernisten beweren, het gevolg van de Verlichting, maar het gevolg van de terugkeer van voor-moderne religies met hun nihilisme. Het gaat hier in belangrijke mate om de gnostische religies en het manicheïsme dat de wereld in twee uitersten verdeelden.


Voor de gnosis werd de wereld verdeeld in wetenden, verlichten en onwetenden. Het manicheïsme verdeelde de wereld in goeden en bozen.
Het nationaal-socialisme met zijn ‘Gotteskriegertum’ is een perversie, een logisch gevolg van dit gnostische en manicheïstisch dualistisch lineaire wereldbeeld. Ook invloeden van bepaalde oosterse religies kwamen hier bij kijken.

Bij Adolf Hitler stond uiteindelijk alles in dienst van de vernietiging. Met zijn machtsovername werd Europa letterlijk aan het irrationalisme en de duisternis overgegeven.
Zijn aanvalsoorlogen richtten zich tegen het menselijk leven als zodanig. De nazi-gnosis, deze gnostische oer-mythe haatte de schepping. Het nationaal-socialisme was een destructieve mythe.

Hoewel de (politieke) islam niet met het nazisme is te vergelijken, vertoont zij, godsdienstpsychologisch gezien, wel de gevaarlijke trekken van dit traumatische wereldbeeld. Zij is ook tegen de ratio en vertoont dezelfde middeleeuwse en irrationele eigenschappen, zoals doodsverachting.

Dit stelt Harald Strohm, auteur van een studie naar de geestelijke bronnen van de nazi-filosofie en het nationaal-socialisme.

Zijn studie, opgezet als een collage van teksten, is met name bedoeld als een soort ‘Vergangenheitsbewältigung’, een moreel, psychologisch en psychisch weer in het reine komen met het verleden. Deze omgang met het verleden heeft ook politieke, religieuze en sociale gevolgen.

De hoofdstukken Mythologie en Psychologie vormen de kern van zijn uiteenzetting, waarin het wezen van de gnostische oer-mythe en de nazi-gnosis wordt uitgelegd.
In tegenstelling tot de opvattingen in de reguliere historiografie, zijn Hitler’s racistische ideeën meer het gevolg geweest van twee denkers die een paar decennia voor hem geleefd hebben: Jörg Lanz von Liebenfels met zijn ‘theozoölogie’ en Guido von List met de gnostische ariosofie. Zij hebben grote invloed gehad op het ontstaan van de nazi-idee.
Beide verdeelden de wereld in sterke blond-arische, ‘verlichte’, goddelijke cultuurdragende Übermenschen die bedreigd worden door de donkerhuidige, cultuurondermijnende en duisternisverspreidende ‘sodomsapen’, de Untermenschen.
Volgens Hitler waren dat de joden en de negers. Er is dus een rassenoorlog gaande.
Rond de vorige eeuwwisseling was dit geen borrelpraat, maar onderdeel van de psychologische en mythische belevingswereld van velen. Een kleine stap dus naar een daadwerklijke vernietigingsoorlog.

Aan het onstaan van de nazi-gnosis heeft trouwens ook de theosofie en de antroposofie van Rudolf Steiner, ongewild misschien, zijn bijdrage geleverd.

Strohm wijst er op dat de studie van het manicheïsme een helderder beeld geeft van de nazi-gnosis van de vorige eeuw. Deze manicheïstische gnosis is als een onderstroom door het avondland getrokken en heeft in de 19e en 20e eeuw zijn plaats gevonden in met name Midden-Europa. Strohm besteedt veel aandacht aan de invloed van het manicheïsme binnen het westerse denken.

Mani streed voor de overwinning van het licht, Hitler streed voor de overwinning van het arische bloed.
Al het niet-arische bloed moest vernietigd worden, waarbij hij het risico liep zijn eigen volk en uiteindelijk de hele wereld te vernietigen.
Dit alle gedreven door angst (Weltangst) en haat die voortkwamen uit de duistere krochten van de menselijke ziel.

‘De gnosis, zoals wij die kennen, had geen interesse in een hervorming of verbetering van de aardse verhoudingen, maar bezat geen ander programma om ze genadeloos en voor altijd te vernietigen en streefde een herstel na van de ‘oersituatie’, ‘ein Idealwelt des Geistes’.
Dus geen terugkeer van het leven op aarde waarin het vrouwelijk, scheppende en regeneratieve principe heerst, maar destructie.
‘Deze gnosis wil als absolute waarheid aangenomen worden en wie deze waarheid in bezit heeft, kan andere waarheden niet tolereren’. ‘Betweterij in plaats van leergierigheid, arrogantie en trots versus dialoog; fanatisme tegen verzoeningsgezindheid’.
Het zijn de elementen die iedere keer weer in dictaturen en ideologisch-totalitaire stelsels opduiken. Het zijn altijd weer de ‘mythen der duisternis’.

Met Hitler’s opvoeding was al het een en ander niet pluis, zijn haatgevoelens zoals hij die beschreef in ‘Mein Kampf’ werden nog versterkt door deze destructieve gnosis.
‘Dit was het theoretische fundament van zijn wereldbeschouwing, zonder welke het nationaal-socialisme zich nooit zou hebben ontwikkeld, wat het geworden is’.
‘De persoonlijke destructiviteit van Hitler en de destructiviteit van de gnosis vielen samen, net zoals de sleutel in het slot. Zonder de gnostische ‘bovenbouw’ zou Hitler misschien een hoerenmoordenaar, een relschopper of een geval voor de psychiatrie zijn gebleven’.

Strohm beschrijft de gnosis idee van een aantal andere vroegere religies en geheime genootschappen. De overeenkomsten zijn iedere keer weer treffend.
Enerzijds verlichting, zelfverheffing en uiteindelijk vergoddelijking van de mens, anderzijds verachting van de wereld en materiële zaken, seksuele promiscuïteit en destructiviteit met als extreme uitloper het satanisme, zoals bij Aleister Crowley.
Het gaat volgens Strohm allemaal terug naar dezelfde religieuze en psychologische wortels van het manicheïsme.

Hoe het nu verder moet wordt niet duidelijk bij Strohm. Geen medicinale diagnose, maar een filosofische diagnose stelt Strohm voor.
‘De mythe van de gnosis leidt tot de mythe van de angst, die moeten we leren begrijpen, vooral de psychologische wetmatigheden die hieraan ten grondslag liggen’

Heldere analyses, maar moeten we streven naar de verzoening van licht en duisternis zoals Strohm voorstelt?
En wat bedoelt hij daar nu concreet mee? Het is allemaal een beetje ongrijpbaar. Moeten we linguïstische therapie toepassen zoals de filosoof Wittgenstein voorstelde? Wittgenstein wilde met alle therapeutische middelen loskomen van de cultuur van het avondland.

Volgens Strohm kunnen we alleen zo een helder beeld krijgen van godsdiensten. En kunnen we zo de godsdienstige therapie toepassen bij de verzoening van licht en duisternis.

Harald Strohm: Die Gnosis und der Nationalsozialismus -eine religionspsychologische Studie-, Alibri Verlag, Aschaffenburg, 2005, 277 pag.