De 66 boeken van het Oude en Nieuwe Testament blijken voor vele rooms-katholieken niet genoeg te zijn.


Het meest recente nummer van de Fatima Crusader, een Canadees blad dat uitgegeven wordt door een orthodoxe groep roomsen, onder de naam ‘National Commit­tee for the National Pilgrim Virgin of Canada’, en gegroe­peerd rondom een zekere pater Nicolas Gruner, onthult de inhoud van een brief die van Jezus afkomstig zou zijn.
Het bestaan van de brief die ooit in het graf gevonden is waar Jezus heeft gelegen, is eind vorige eeuw in de openbaarheid gebracht. Maar de brief zelf is nooit bekend geworden aan het grote publiek binnen de kerk.

De brief die nooit iemand gezien heeft, is volgens het blad Fatima Crusader nog steeds in bezit van de paus en wordt al tweeduizend jaar lang in een zilveren doos bewaard.
Dat is ook de reden dat Jezus zelf verscheen aan de toenmalige koningin van Hongarije, Elizabeth, de heilige Mathilda en de heilige Bridget, die van Hem de inhoud van de brief mededeeld kregen.
Anders zouden de rooms-katholieken voor altijd van de ‘bemoedi­gende’ inhoud van de brief verstoken blijven, aldus Fatima Crusader.
Het KNP publiceert hierbij enkele delen van deze brief.

Allereerst waarschuwt Jezus tegen werk op zondag, want op zondag moet je naar de kerk gaan en God bidden om je zonden te vergeven.
Er zijn zes dagen om te werken, de zevende dag is bestemd om de kerk en de armen ten dienst te staan.
Jezus vervolgt: “De mensen die tegen mijn religie tekeer gaan, en mijn brief verdoezelen, die zal ik verlaten”. “Maar degenen die een kopie van deze brief bij zich dragen, zullen bewaard blijven tegen de verdrin­kings­dood en tegen een plotseling overlijden. Zij zullen vrij zijn van alle besmettelijke ziektes en beschermd worden tegen blikseminslagen”, (…) en tegen hun vijanden en tegen de hand van een onrechtvaar­dige overheid en al zijn lasteraars en valse getuigen”.
En: “In de huizen waar deze brief aanwezig is, zal geen kwaad geschieden. Ook als iemand stervende is en reeds veertig dagen deze brief bij zich draagt, daar zal de Heilige Maagd aan hem of haar verschij­nen”.
Verder in de brief deelt Jezus een genade uit die mensen bevrijd uit het vagevuur.

De grenzen van blasfemie worden overschreden met de mededelingen dat Hij voor en tijdens Zijn kruisdood “150 slagen op Zijn hoofd heeft gekregen”.
“In totaal 108 stompen in Mijn maag, 180 keer in Mijn gezicht gespuwd”, (…), “6666 keer op Mijn lichaam geslagen, 110 keer op het hoofd gesla­gen, 110 hoofd­won­den als gevolg van de doornenkroon, in het totaal 1000 wonden over het hele lichaam”, (…) “door 608 soldaten naar het kruis geleidt, 1008 die Mij hebben bespot op Golgotha”, (…) “en het totale aantal druppels bloed dat ik verloren heb bedraagt 28.430”.

De laatste pagina van het tijdschrift Fatima Crusader, waar deze lasterlij­ke taal is afgedrukt, kan men afscheuren en de kopie van de brief bij zich dragen, tegen alle gevaren die een mens omringt.
Fatima Crusader wordt wereldwijd door miljoenen gelezen.