Noord-Koreaanse christenen hebben Open Doors gevraagd om nog meer hulp, vooral in de vorm van gebed. Kerkleiders laten weten dat de Noord-Koreaanse staat opnieuw een periode van ‘100 dagen strijd’ heeft afgekondigd. Deze mobilisatie betekent dat praktisch iedereen zich in moet zetten voor het land. Wie ogenschijnlijk doelloos wordt aangetroffen, wordt direct naar een werkkamp gestuurd. “Hierdoor krijgt het volk niet de kans zichzelf in leven te houden. In de provincie Hwanghae is het al weer normaal om dode kinderen op straat te zien liggen”, aldus lokale christenen.

Het communistische Noord-Korea van de ‘Geliefde Leider’ Kim Jong-Il is al jaren niet in staat om het eigen volk te eten te geven. In de jaren negentig kwamen miljoenen mensen om van de honger. De huidige hongersnood gaat steeds meer lijken op de verschrikkingen van voor en kort na de eeuwwisseling, stelt Open Doors-woordvoerder Jan Vermeer. “Helaas zijn er geen mediateams in het land om te registreren wat hier gaande is. Wij horen van onze contacten dat ouders sterven of hun kinderen achterlaten, omdat ze niet langer kunnen aanzien hoe hun zonen en dochters verhongeren. Hele groepen kinderen zwerven door het land. Als ze worden gepakt door de politie, worden ze naar een overvol weeshuis gebracht. Daar sterven ze meestal alsnog. Om zichzelf in leven te houden, handelen Noord-Koreanen nu ’s nachts op illegale markten. De volgende dag moeten zij zich weer melden op hun werk.”

150 dagen strijd
Op 17 september eindigde een periode van ‘150 dagen strijd’. Vijf dagen later kondigde Noord-Korea een nieuwe mobilisatieperiode af van 100 dagen. Vermoedelijk vanwege de internationale spanningen rondom het land. De controles in Noord-Korea zijn tijdens deze mobilisatie nog strenger dan anders en van de ene naar de andere plaats reizen, kan alleen met de juiste vergunning. Ook het werk van Open Doors heeft veel hinder ondervonden. “Het is veel moeilijker geweest om ondergronds bijbels, christelijke boeken, medicijnen, voedsel en andere hulpgoederen te verspreiden”, zegt Vermeer. “Daarom hebben we de eerste 150 dagen afgewacht en wilden we daarna weer verder gaan met onze projecten. Nu er opnieuw sprake is van vergaande mobilisatie en controles hebben we getwijfeld wat we moesten doen. Ook de Noord-Koreaanse christenen hebben hier in het geheim een gebedsbijeenkomst over gehad. Zij kwamen tot de conclusie dat ze het gevaar niet moesten schuwen. Zij wilden doorgaan met de projecten. Wij willen hen hierin ondersteunen. Ook hebben ze ons om extra gebed gevraagd.”

Bidden
Vermeer: “We hopen dat veel kerken en individuele christenen in Nederland regelmatig willen bidden voor Noord-Korea. De Noord-Koreaanse christenen zijn moedig. In het geheim proberen ze anderen over het geloof te vertellen. Ook staan ze anderen bij met praktische hulp. We kennen een vrouw die al te weinig eten heeft en toch altijd een deel apart legt voor mensen die nog minder hebben dan zij. Noord-Korea is slechts één dagreis ver, maar als we bidden, kunnen we direct naast de christenen staan, hen bemoedigen en beschermen. Op www.opendoors.nl kunnen mensen zich opgeven om per e-mail maandelijks actuele gebedspunten te ontvangen.”