In het maandblad “Foreign Policy” verscheen onlangs een artikel over Noord-Korea, geschreven door Kongdan Oh (Institute for Defense Analyses) en Ralph C.Hassig (University of Maryland). Zij hebben het land bij wijze van spreken met een vergrootglas in de hand bestudeerd. Zij zien een volk, dat langzamerhand is uitgeput door eeuwen van autoritaire regeringen. Kan hieruit een volk worden gevormd, dat past in deze tijd? Nationalistisch geterroriseerd, gewend aan niet meer rechten dan een deurknop.

De 22,5 miljoen inwoners van een zogenaamd “Democratische Volksrepubliek” hebben nooit de luxe gekend van het spreken over de politieke leiding van hun land of enigerlei politieke activiteit kunnen ontplooien. Zij leven onder het toeziend oog van de alomtegenwoordige politie, die tot taak heeft hen te isoleren van de buitenwereld. Vanaf de dag van hun geboorte worden de mensen gebombardeerd met communistische propaganda.
Artikelen in de dagbladen beginnen vaak met “zoals Kim Jong II heeft bepaald”. Onverschillig of het over varkens fokken of buitenlandse politiek gaat. Op de beeldbuis, via de radio, in schoolboeken, op aanplakbiljetten, in films en toneelvoorstellingen, steeds wordt de leiding van de Kim familie bejubeld.

Zo wordt de geest van de ‘juche’ versterkt; dat wil zeggen dat het land onafhankelijk moet zijn en alleen op zichzelf vertrouwt’. “Wij zijn de meesters van onze eigen bestemming” en daarom volgt men dan blindelings de leiding van het zenuwcentrum van de revolutie (dat is dan Kim Jong II).
De verleidingen van de Westerse cultuur moeten worden weerstaan. “Wij maken onze eigen welvaart”, d.w.z binnen de grenzen van het Noord-Koreaanse communisme. “Wij belasten de centrale regering niet met onze problemen”.

Tot die problemen behoren armoe en ondervoeding (waar sinds 1995 bijna drie miljoen mensen per jaar aan sterven). Hieraan zijn de inwoners gewend; dus kan het staatshoofd onbevreesd zijn gang gaan. Enigerlei verzet krijgt niet de kans, zich te ontwikkelen.
Er zijn vergaderingen van regeringswege, die men verplicht is bij te wonen. Radio’s zijn van een knop voorzien die uitsluitend is afgesteld op de zenders van de regering of de communistische partij. Er zijn maar weinig mensen die telefoon hebben thuis, of een computer.
De plaats van inwoning verlaten mag alleen met een speciale vergunning. Het land verlaten wordt als landverraad beschouwd en kan worden gestraft met gevangenisstraf of de dood.

Alle belangrijke beslissingen in het leven van mannen en vrouwen in Noord-Korea worden genomen door de overheid. Die bepaalt, waar men mag wonen, naar school gaan of een baan krijgen. Daarvoor moet men dan lid worden van de arbeidersvakbond. Wie niet genoeg geld heeft, om eten te kopen, moet maar wat persoonlijke dingen verhandelen.
De ruggengraat van de maatschappij wordt gevormd door een paar miljoen partijleden die de elite vormen. Zij hebben voorrang op elk gebied. Zij moeten zien, dat ze bij de top functionarissen in het gevlij blijven. Ze leven voortdurend in angst, dat ze hun meesters niet genoeg zullen behagen Corruptie neemt hand over hand toe. De economische leiding is in handen van amateurs.

Het leger telt 1 miljoen man in uniform en 6 miljoen reservisten. Zij gehoorzamen blindelings hun leider Kim Jong II; zonder hem zouden ze gemakkelijk een militaire regering kunnen vormen.
Waarschijnlijk zouden dan een paar miljoen hongerige mensen het land uit vluchten naar Rood-China en Rusland toe. Als het regime in elkaar zou storten, zou de regering van Zuid-Korea de leiding kunnen overnemen, maar dan zou het nog jaren duren, voordat de economie normaal zou kunnen functioneren.
Een extra moeilijkheid zou zijn, dat in Zuid-Korea een ander dialect wordt gesproken. Niettemin zien de mensen in Noord-Korea verlangend uit naar de dag van hun bevrijding.