Naar verluidt hebben Noord-Koreaanse wetenschappers dodelijke experimenten met gas uitgevoerd op politieke gevangenen. Ze begonnen daarmee in de Zeventiger Jaren van de vorige eeuw en bleven dat zelfs doen tot 2002.
In vraaggesprekken die 10 uur duurden, vertelden Noord-Koreanen over bloedstollende experimenten. Gevangenen werden in glazen kamers geplaatst en blootgesteld aan chemicaliën die hen binnen enkele uren doodden, zei Rabbi Cooper, onderdekaan van het Simon Wiesenthal Centrum, een Joods instituut gevestigd in Los Angeles, dat opkomt voor mensenrechten.


Cooper zei dat de mededelingen afkomstig waren van Nood-Koreanen die nu in Zuid-Korea wonen en die bij de experimenten betrokken zouden zijn geweest.

“Het was opmerkelijk dat de moorden zo openhartig en gedetailleerd beschreven werden,” zei Cooper. “Aan de andere kant was het schokkend dat er decennia later geen spoortje van spijt bij de daders waargenomen werd.”
De wetenschappers redeneerden zo: “Het waren politieke gevangenen, die toch al ten dode opgeschreven waren. Daarom was er niets immoreels in het gebruik van hen voor experimenten.”

Cooper zei dat de interviews geleid waren door activisten voor mensenrechten in Seoul, niet door de Zuid-Koreaanse regering.
Niemand van de Noord-Koreanen woonde de persconferentie bij; over hen werden weinig verdere bijzonderheden vrijgegeven.
Tijdens een latere ontmoeting met ambtenaren van het Zuid-Koreaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken zei Cooper, dat de Zuid-Koreaanse ambtenaar geen enkele poging deed om dit soort activiteiten te ontkennen. Hij zei wel dat het jammer was.

Cooper gaf een gedetailleerd verslag uit de mond van een 31-jarige Noord-Koreaanse scheikundige die zei dat hij deel uitmaakte van één van twee parallelle groepen die bij experimenten betrokken waren.
De groep van de scheikundige experimenteerde op dieren en tekende de gegevens op een kaart aan.
De uitgeweken Nood-Koreaan zei tegen Cooper dat zij, als de experimenten lukten, “de resultaten aan hun collega’s overdroegen; die gingen experimenteren op menselijke proefkonijnen.

Twee Noord-Koreanen met wie Cooper sprak, waren bronnen voor twee uitzendingen van de BBC eerder dit jaar.
Deze programma’s bevatten vraaggesprekken met Noord-Koreanen die zeiden dat chemische experimenten op mensen uitgevoerd werden en documenten die het land uitgesmokkeld zouden zijn.
Pyongyang heeft de berichten tegengesproken.
De experimenten werden minder vaak en om andere redenen uitgevoerd dan die van de Nazi’s, zei Cooper. Maar de rapporten onderstrepen het belang van het betrekken van de mensenrechten bij gesprekken met Noord-Korea, zei hij.

Zuid-Korea heeft het vermeden Noord-Korea direct te confronteren met mensenrechten. Op de Wet op de Mensenrechten in Noord-Korea, die in oktober door de president bekrachtigd is, hebben verscheidene leden van de regerende Uri-partij kritiek geleverd. Zij vonden de maatregel vijandig en een bedreiging voor de verzoening tussen de Korea’s in een tijd dat de economische samenwerking toeneemt.