Een encyclopedisch naslagwerk van 550 pagina’s gewijd aan de topelite van België. Dat is het sociologische onderzoek wat journalist Jan Puype gedurende twee jaar gedaan heeft in een groot aantal clubs die België kent en waar de topelite van het land informeel samenkomt.

“Clubs zijn geen plaatsen waar contracten worden afgesloten. Er vinden geen harde discussies of onderhandelingen plaats. Het is een wereld waar het ons-kent-ons-principe heerst en waar met een glas champagne in de hand amicale relaties worden opgebouwd. Opzichtig zaken doen is not done, dat wordt zelfs bestraft. Maar als je eenmaal aanvaard bent binnen de club en je zit met een probleem of je wil pakweg informatie van een hoge ambtenaar, dan is de stap om te zeggen ‘Piet, kunnen we morgen eens afspreken?’ heel snel gezet. Daarom: contacten leiden tot contracten. Die manier van werken is een essentieel onderdeel van het functioneren van de elite van België”.

Puype’s boek is een gedetailleerde beschrijving van het clubleven waar de topelite zich beweegt. Het is een ‘blik op de wondere wereld van het samenklitten der elite’.

De absolute top wordt gevormd door de Cercle Gaulois, De Warande en de Club van Lotharingen.
Er zijn clubs voor de adel, clubs alleen voor vrouwen, militaire clubs, discussieclubs, serviceclubs als de Rotary en de Lions, regionale clubs, discussieclubs, leeftijdclubs, golf clubs en internationale clubs als de prestigieuze European Round Table of Industrialists of andere clubs bestemd voor Brusselse ‘eurocraten’.

“Clubs zijn onderdeel van het functioneren van de elite, net als elitescholen en luxueuze vakantieoorden. Het zijn plaatsen waar de elite elkaar kan leren kennen en waarderen zodat ze elkaar met de voornaam kunnen aanspreken. Het levert dus wel degelijk iets op. Het zorgt voor de smeerolie”.
Leden van een club vormen dus een vriendschapsnetwerk en soms gaat dat behoorlijk ver, zoals Puype laat zien.
Sommige clubleden zijn bij voorbeeld allemaal verzekerd bij een en dezelfde verzekeringsmakelaar die eveneens lid is van de club.
Bestaande banden worden verstevigd. Nieuwe banden worden gecreëerd door nieuwe leden die in het algemeen maar mondjesmaat worden toegelaten. Je moet gevraagd worden.

Puype’s boek is gedetailleerd wat het noemen van leden aangaat. Het is enkel een bloemlezing van de ledenlijsten. “Als je de volledige lijst hebt, kan je wel verbanden blootleggen”.
Dat is ook een van de reden waarom Puype meer openheid wil. Er zou een soort openbaar register moeten komen waarin ‘iedereen die met overheidsgeld betaald wordt, politici, gerecht, politie, moet melden waar hij allemaal lid van is’.

Puype’s voorstel is overigens door het parlement opgepikt. Op 1 april 2005 moesten alle ministers, parlementsleden, mandatarissen, topambtenaren, kabinetschefs een vermogensaangifte en een lijst van mandaten, ambten en beroepen indienen bij het Belgische Rekenhof.
Deze aangifte is ‘een middel om een schijn van belangenverstrengeling of onterechte voordelen te voorkomen’. Dit betreft ook voor leden van eliteclubs, verenigingen waartoe men niet vrijelijk kan toetreden.

Puype’s onderzoek duurde twee jaar. In deze periode was hij welkom bij praktisch alle clubs waarover hij heeft geschreven. Alleen bij de vrijmetselaars was hij uitgesloten van de deelname aan interne activiteiten.

Bekende namen passeren de revue, ook namen van bekende Nederlanders die lid zijn van het Belgische clubleven, zoals Ruud Lubbers (Executive Club Belgium), Onno Ruding (Cercle Gaulois en De Warande) en Wim Kok (Orde van den Prince, een club die fel tegen de verfransing van Vlaanderen is). Praktisch iedereen die in de Belgische toppolitiek wat in de melk te brokkelen heeft is lid van een van deze eliteclubs. Een uitgebreid personenregister van 23 pagina’s vergemakkelijkt de zoektocht door de krochten van België.

En er wordt veel ‘genetwerkt’. Deze meerwaarde ligt in de eerste plaats in de ‘uitbreiding van persoonlijke contacten, de kennisverruiming en informatiedeling’. ‘De ‘verzilvering’ van de geïnvesteerde tijd en energie is geen doel op zich, maar blijkt na verloop van tijd voor iedereen gegarandeerd’.

ING topman Michel Tilmant is lid van twee exclusieve clubs: de Club van Lotharingen en de Cercle Gaulois.
Absolute recordhouder van lidmaatschappen is Etienne Davignon, Bilderberger, voorzitter van het machtige European Round Table of Industrialists en bestuursvoorzitter van de Generale Maatschappij. Hij is lid van de Warande, de Cercle Gaulois, de Club van Lotharingen, De Universitaire Club en de Koninklijke Golfclub Ravenstein. Daarnaast verzorgt Davignon het hele jaar door lezingen bij talloze andere exclusieve clubs.

Jan Puype: De Elite van Belgie -Welkom in de Club-, Uitgeverij Van Halewyck, Leuven, 2004, 552 pagina’s.