Sinds de Amerikaanse Yale universiteit in 1750 zijn eerste studenten registreerde, heeft deze leerfabriek zijn eigen clubs, sociëteiten, organisaties en met name geheime genootschappen gekend. Doel van deze organisaties was om studenten te verenigen rond een gezamenlijk doel of gezamenlijke belangen.

Met name de Yale universiteit staat bekend om zijn informele netwerken. Zo bestaan er literaire genootschappen met hun eigen bibliotheken en hun literaire discussie avonden. Vele studenten zijn daarvan lid, zeker in de eerste jaren van hun studie.
Daarnaast bestaan er gezelschappen die zich bezighouden met kunstzinnige activiteiten en sport. De zg. culturele clubs spelen een belangrijke rol aan de Amerikaanse universiteiten. Traditioneel heeft elke ethnische minderheid zijn eigen sociaal-culturele instelling. Ook heeft elke godsdienstige groepering meestal wel een vereniging waar studenten zich bij kunnen aansluiten. Zo hebben de Anglicanen, Baptisten, Episcopalisten, Congregationalisten, Rooms-Katholieken, Lutheranen en de Mormonen hun eigen vereniging of club.

Veel interessanter is het bestaan van geheime genootschappen op de universitaire campus. Hierover is slechts weinig geschreven.
Over sommige geheime genootschappen is bijna niets bekend. Toch is er over de meeste genootschappen wel iets te vinden op internet. Meer betrouwbare informatie staat meestal in wat oudere boeken.
De afgelopen 250 jaar hebben veel van deze geheime genootschappen bestaan. Vele zijn inmiddels ter ziele, anderen bestaan al vele decennia, soms meer dan 100 tot 150 jaar.

Het oudste geheime genootschap aan Yale is Phi Beta Kappa, opgericht in 1780. De oprichting was mede te danken aan de invloed van de Amerikaanse vrijmetselarij. Dit wordt vermeldt in de juni editie van het maandblad Scottish Rite Journal, dat uitgegeven wordt door de vrijmetselarij. Negen belangrijke leden van Phi Beta Kappa waren lid van de loge.
Phi Beta Kappa bestaat nog steeds. In 1832 stichtten ontevreden Phi Beta Kappa leden een nieuw geheim genootschap, Skull & Bones.
Samen met de twee ‘rivaliserende’ geheime genootschappen Scroll & Key, opgericht in 1841, en Wolfs’ Head, opgericht in 1883, zijn dit de drie meest ‘bekende’ geheime genootschappen. Alle drie houden zij een zg. Tap Day in april, waarbij nieuwe leden worden aangenomen via een soms bizar verlopende initiatierite, die aan een initiatie bij de vrijmetselarij doet denken. Het is een emotioneel gebeuren.

Van de Tap Day wordt verslag gedaan in de Yale Daily News, de Yale Herald en in de Yale Banner, waar ook de laatste wetenswaardigheden over deze geheime genootschappen staan vermeldt.

Andere geheime genootschappen waarover nauwelijks iets bekend is, zijn onder andere Book and Snake (1863), Spade and Grave, Sword and Crown, Star and Dart, Gin and Tonic, Berzelius (1848), St.Elmo (1889), Elihu Club, en Manuscript.

Het meest is over Skull and Bones bekend geworden. Zij organiseren hun Tap Day in een naargeestig aandoend gebouw in New Hampshire.
Ex-president George Bush en zijn vader Prescott Bush waren lid van Skull and Bones, evenals de huidige Amerikaanse president, de zoon van George.

Het bestaan van dit netwerk van geheime genootschappen wordt het zg. Griekse systeem genoemd. Alle genootschappen hebben de namen aangenomen van letters van het Griekse alfabet. Het gaat om zg. fraternities en sororities, broederschappen en zusterschappen. Ongeveer 200.000 studenten melden zich jaarlijks aan, slechts weinigen worden aangenomen. Eenmaal lid van zo’n genootschap verzekert dit een betere positie in de samenleving. Lidmaatschap wordt gezien als een ‘passport for life’. De gebouwen waar zij samenkomen zijn vaak geconstrueerd naar maçonniek voorbeeld.
Tegenwoordig is 85% van alle voorzitters van grote concerns en 80% van alle Amerikaanse gekozen politici ooit lid geweest van een genootschap.

Enkele voorbeelden: Tau Beta Pi, Sigma Xi, Kappa Kappa Gamma, Alpha Kappa Omega, Pi Beta Phi, Sigma Phi Epsilon, Kappa Alpha Theta en Alpha Kai Omega, het meest populaire zustergenootschap.
In 1966 werd ex-president Bill Clinton lid van Alpha Phi Omega op de Georgetown University.

In totaal zijn er ongeveer tweehonderd van dit soort ‘geheime’ genootschappen aan Amerikaanse universiteiten. Zij vormen de basis van de politieke machtsstructuur van de Amerikaanse samenleving.