Na de ineenstorting van het communisme in Oost-Europa blijft de Duitse Bondsrepubliek het belangrijkste doel van de Russische spionagediensten.
De KGB spionagedienst is weliswaar gereorganiseerd, maar zijn taken zijn grotendeels overgenomen door de GRU, de militaire inlichtingendienst.
In de periode na 1991 zijn er in Duitsland minstens 150 spionnen ontmaskerd. In dezelfde periode zijn er in Engeland 35 spionnen ontmaskerd, in Frankrijk 80 en in Oostenrijk 100 agenten.


Dit staat in een geheime studie van 36 pagina’s opgemaakt door het Keulse Bundesamt für Verfassungsschutz, de Duitse FBI. De genoemde studie rouleert intern reeds meer dan een jaar. Dit meldt de Süddeutsche Zeitung.

Volgens de studie blijft Duitsland na de val van het communis­me en het opdoeken van de KGB, het hoofddoel van de diverse Russische geheime diensten, met name van de GRU.
Naast de gebruikelijke politieke spionage zijn de Russische diensten nu uit op micro-elektronica, genentechnologie en hoogwaardige computertechnologie. Volgens de studie van het Bundesamt wordt door de persoonlijke vriendschap tussen Helmut Kohl en Boris Jeltsin het spionageprobleem in de taboesfeer getrokken. Het is “niet opportuun om daarover te praten”.
Drie jaar geleden heeft de Duitse contraspionage op de uitwijzing van meer dan honderd Russische spionnen aangedrongen, maar de autoriteiten negeerden de zaak. Het Bundesamt kreeg het verwijt naar het hoofd “koude oorlogskrij­gers” te zijn.

Hoewel de Duitse- en Russische spionagediensten op bepaalde terreinen met elkaar samenwerken, zoals bijvoorbeeld in de strijd tegen het terrorisme, blijven de twee diensten elkaar als grote rivalen beschouwen.
Zo blijkt dat de GRU na de ineenstorting van de DDR in 1989, tot 1994, de datum waarop de Russische troepen zich moesten terug­trekken, een immens agentennetwerk heeft opgebouwd.
Na de val gaf Moskou opdracht de spionageactiviteiten nog te versterken. Ook na het verdwijnen van de DDR hebben de Russen in het oostelijke deel van Duitsland agenten opgeleid voor spionage­acties in West-Duitsland. Commentaar van de Duitse contraspionage chef: “Wij hebben de Russen financieel ondersteunt, en nu spioneren ze tegen ons”.

Russische spionnen in Duitsland zijn voornamelijk gestatio­neerd in de ambassade in Bonn, in consulaten, handelsmissies, in ondernemingen en joint-ventures die met Rusland handel drijven. Het aantal firma’s dat met Rusland handel drijft is van 20 naar 3000 gestegen. Volgens het Bundesamt zijn daar meer dan 60 Russische spionnen werkzaam.
In 1993 verhoogde Jeltsin het budget van de GRU om infiltratiepo­gingen in dit soort firma’s te bekostigen. Daarbij zouden de Russen volgens de Duitsers ‘buitengewoon agressief’ te werk gaan.
Met vervalste documenten probeerden de agenten van Moskou het land binnen te komen. In meer dan 460 gevallen hebben de autoriteiten reizen van verdachte Russen naar Duitsland gewei­gerd. Moskou was daarover zo ontstemd, dat zij als tegenactie de accreditering van een Duits militair attaché in Moskou blokkeer­de.

Samenwerking van de Russische diensten met de Oost-Europese landen staat op een zeer laag pitje. Met de Baltische landen wordt helemaal niet meer samenge­werkt. Alleen op Cuba hebben de Russen nog een enorme afluisterinstallatie in bedrijf. Jaarlijks betalen de Russen daarvoor 200 miljoen dollar.