James Hatfield, een Amerikaans journalist, schetst in zijn boek ‘Fortunate Son – George W. Bush and the Making of an American President’, een onthullend beeld van drie generaties  Bush.
De politieke kliek die onder leiding van Bush het machtigste land ter wereld bestuurt, karakteriseert Hatfield als een kapitalistische oligarchie, die vier principes nastreeft: de totale liberalisering van de handel, liberalisering van de kapitaal-, goederen- en dienstverleningsstromen, vergaande privatisering, deregulering en flexibilisering van alle sociale betrekkingen in het openbare leven, in het bijzonder in de arbeidsrelaties. Bush krijgt hierbij ongelimiteerde steun van de Wereldhandelsorganisatie, het IMF en de Wereldbank.

Alle verdragen die de Verenigde Staten op het gebied van milieumaatregelen, bestrijding van internationale criminaliteit en het tegengaan van verspreiding van kernwapens niet wenst te ondertekenen, hebben op een of andere manier hiermee te maken. De huidige president van de VS met zijn kabinet voert hier met strakke hand de regie.

Deze familie Bush werd en wordt door Texaanse oliemiljardairs gesponsord en gesteund. Hatfield merkt op dat er voor de eerste keer in de Amerikaanse geschiedenis een politieke dynastie is gevestigd.
Voordat de leden van de ‘Bush-dynastie’ de politiek in gingen maakten ze al deel uit van de sociale netwerken die de entree in de politieke arena vergemakkelijken: de Ivy League, de studentenvereniging Phi Beta Kappa en de Yale Universiteit, waar vader en zoon ingewijd werden in het bizarre geheime genootschap Skull & Bones.

Het is gebruikelijk dat in een biografie zoveel mogelijk belangrijke wetenswaardigheden van een persoon ter sprake komen, daar maakt deze biografie geen uitzondering op.
Hatfield etalleert twee generaties Bush als een stel politieke wheeler-dealers, nietsontziende manipulators die hun politieke vrienden en vijanden lieten bespioneren, rabiate leugenaars en misleiders, sjoemelaars in de voorkennis met aandelentransacties alsmede gefraudeer met verkiezingsuitslagen en voortdurende beloftes van belastingverlagingen die nooit werden nagekomen.
De Bush familie heeft binnen diverse belangrijke oliemaatschappijen een dikke vinger in de pap, compleet met hechte verbindingen met de politiek.
Zo beschrijft Hatfield de zakelijke belangen van vader en zoon Bush in Dresser Industries, Zapata Petroleum Company, Pennzoil, Arbusto Energy, Harken Energy, Tom Brown Inc.,  maar ook bij banken en gerenommeerde advocatenkantoren, die de vuile was van de Bush’ familie zoveel mogelijk probeerden binnen te houden.
Ook de pers was en is in de meeste gevallen op de hand van de Bush familie. De financiering van zijn politieke campagne vormt een hoofdstuk apart. Het was en is vrij baan voor de oliemaatschappijen en andere grote bedrijven onder leiding van Bush.

Andere minder frisse zaken, grote schandalen die in Amerika in de jaren tachtig voor headlines zorgden (Iran Contra, BCCI) en waar beide Bush’s dan weliswaar niet direct bij betrokken waren, maar toch een sfeer van verdenking op zich hebben geladen, komen ter sprake.
Als er één familie in Amerika in de afgelopen eeuw is geweest die superrijk is geworden door de oliedollars, dan staat na de Rockefeller familie de familie Bush bovenaan de lijst.

Ook noemt Hatfield enkele minder fraaie episodes uit het persoonlijke leven van de huidige president: hij zou geruime tijd last hebben gehad van een aanzienlijk drankprobleem.
En in 1972 werd Bush junior, de huidige president gearresteerd wegens cocaïne bezit. Feiten die in de Amerikaanse pers niet worden genoemd, maar daarom niet minder waar zijn.

Maar als gouverneur van Texas heeft hij zijn staat een onmiskenbaar stempel opgedrukt. Een autoritaire armoedestaat, noemt Hatfield het.
Feiten: De ‘gevangenisdichtheid’ is in Texas de hoogste van Amerika. De staat Texas kent het hoogste aantal executies in de VS. Genadeloos liet hij de ter dood veroordeelde Karla Faye Tucker, die in haar cel christen werd, executeren. De meerderheid van de Texanen steunde echter Bush’ besluit.
Strenge maatregelen in de bestrijding van criminaliteit, maar tegelijkertijd nauwelijks beperkingen tegen vrij vuurwapenbezit.
Draconische maatregelen werden doorgevoerd tegen iedereen die afhankelijk is van een sociale uitkering. In Texas hebben 22% van alle werklozen een uitkering, terwijl dat op federaal niveau 35% is. Er is een zeer strenge wetgeving tegen drugsbezit en drugsgebruik.
Texas staat bijna op de laagste plaats als het gaat om maatregelen ter bescherming van het milieu. De staat Texas is de ergste luchtvervuiler van alle Amerikaanse staten. Door deze luchtvervuiling zijn longziektes en astma explosief gestegen.
Het aantal families dat geen ziekteverzekering meer kan afsluiten is de afgelopen jaren dramatisch gestegen.
Bij 39% van jonge kinderen is er sprake van een slechte gezondheidstoestand. Een op de zes Texanen leeft onder de armoedegrens, in de rest van Amerika is dit veel lager. In Texas sterven meer kinderen dan in de rest van Amerika aan kindermishandeling en verwaarlozing.

Hatfield is met het schrijven van zijn biografie op enorme tegenstand gestoten. Een persoonlijke hetzecampagne was zijn deel.
Het had weinig gescheeld of het boek was niet in Amerika verschenen. De eerste druk werd in zijn geheel uit de handel genomen. Zijn gedrevenheid om de beerputten rond de Bush familie te openen, leidde na eindeloze pesterijen tot zijn zelfmoord in juli 2001.
Het boek van Hatfield is sinds kort ook in de Duitse vertaling verkrijgbaar.

James H.Hatfield: Das Bush Imperium – Wie George W. Bush zum Präsidenten gemacht wurde, met een voorwoord van Jean Ziegler.
Atlantik Verlag, Bremen, 2002, 427 pag.