De conservatieve Rooms-Katholieke organisatie Opus Dei begint met de uitgave van een nieuwe serie informatiebulletins onder de titel ‘Heilige Jozefmaria Escriva’. Het eerste nummer verscheen eind oktober.
“Tot aan de heiligverklaring van Jozefmaria Escriva op 6 oktober 2002, verschenen er 26 bulletins met informatie over zijn leven, gunsten die mensen op zijn voorspraak verkregen en de voortgang van zijn heiligverklaringproces. Op veler verzoek beginnen wij nu – zeven jaar later- met een nieuwe serie bulletins met herinneringen aan en gunsten op voorspraak van de heilige Jozefmaria”, aldus het bulletin.


“De gunsten verkregen op voorspraak van de heilige Jozefmaria die in dit bulletin zijn opgenomen, geven blijk van de devotie tot deze heilige en kunnen een aansporing zijn om zelf gunsten te vragen op zijn voorspraak.”

Het bulletin verschijnt op het moment dat de omstreden organisatie Opus Dei zijn 50-jarig bestaan viert in Nederland.
Opus Dei is een in 1982 door de paus verheven personele prelatuur van de Roomse Kerk en werd op 2 oktober 1928 gesticht door Josemaria Escriva de Balaguer (1902-1975). Escriva werd in 2002 door de Rooms-Katholieke Kerk heilig verklaard.
Opus Dei staat voor ‘Gods Werk’. De volledige naam is Prelatuur van het Heilig Kruis en Opus Dei. In Nederland heeft het prelatuur zijn zetel in Amsterdam. Wereldwijd telt de organisatie ruim 85.000 leden waarvan de meesten in Spanje en de traditioneel Rooms-Katholieke landen.
In 1955 en 1961 bezocht Escriva Nederland, een soort inspectiereisje.

Tegelijkertijd met de heiligverklaring van Josemaria Escriva werd het solidariteitsfonds Harambee in Kena opgericht, bedoeld om de onderwijskwaliteit te verbeteren. De taken van Opus Dei zijn, naar eigen zeggen, “de evangelisatie in eigen omgeving: in familie-en vriendenkring, op het werk en in de sociale relaties.”
Opus Dei is actief op verschillende terreinen. In 1961 ging  onder leiding van de organisatie het studentenhuis Leidenhoven in Amsterdam van start, een jaar later een studentenhuis alleen bestemd voor meisjes. In de zeventiger jaren breidden deze studentenhuizen zich uit naar Utrecht.
“De studentenhuizen staan open voor iedereen, ongeacht religie of levensbeschouwing. Van de bewoners wordt verwacht dat ze elkaars overtuigingen respecteren. De huizen hebben een kapel waar regelmatig de Mis wordt gevierd en bezinningsbijeenkomsten plaatsvinden.”
Voor scholieren zijn er jongerenclubs in Amsterdam, Utrecht, Maastricht en Hengelo. Meer info op www.deborcht.nl en www.josko.nl. Daar wordt, evenals op de sites van de diverse studentenhuizen, verwezen naar Opus Dei.

Sinds 1987 heeft Opus Dei het conferentieoord Zonnewende in Moergestel in bezit. (www.soka.nl)  Ook verzorgt het een beroepsopleiding voor de horeca, banket en hospitality, dat in 1991 van start is gegaan onder de naam Europrof. Europrof richt zich op vrouwelijke studenten vanaf 16 jaar. Europrof is overigens op hetzelfde adres gevestigd als het conferentieoord in Moergestel.
Op de website van Europrof is geen enkele verwijzing te vinden naar Opus Dei, ook niet in de ‘mission statement’. Dat riekt naar misleiding, want de organisatie staat toch duidelijk voor zijn doelen en laat al gauw zijn ware karakter zien aan degenen die met een Opus Dei organisatie verbonden  zijn. Daarvoor zijn talloze (onverkwikkelijke) voorbeelden van, in binnen -en buitenland.

Wat doet het Opus Dei voor jongeren? De website spreekt duidelijke taal: “De centra van het Opus Dei bieden vormingsactiviteiten aan voor studerende en werkende jongeren, zoals geloofscursussen, geestelijke begeleiding, culturele ontmoetingen en sociale projecten. In de vorming wordt, naast andere zaken, het belang onderstreept van studie en werk. Een goede studie- en beroepsvorming is nodig om later de maatschappij van dienst te kunnen zijn, om te kunnen werken aan vrede en harmonie en om een meer menselijke, rechtvaardige en christelijke wereld op te bouwen.”
Opus Dei ziet het als zijn algemene taak: “Zijn gelovigen de pastorale zorg en vorming geven die nodig is om hun zending in de wereld te kunnen vervullen. De Prelatuur geeft ook vorming aan degenen die zich in het geloof willen verdiepen. Lessen, voordrachten, bezinningsdagen, geestelijke begeleiding, etc. helpen het evangelie en de leer van de Kerk in praktijk brengen.
De vormingsactiviteiten, die gescheiden voor mannen en vrouwen zijn, worden gehouden op plaatsen en tijden die verenigbaar zijn met de werktijden en de sociale en gezinsplichten van de deelnemers.”

Maar: “Niet-katholieke christenen en mensen van andere religies kunnen geen deel uitmaken van de Prelatuur. Zij kunnen wel met het Opus Dei meewerken. De medewerkers bidden voor het Opus Dei en dragen met praktische en financiële hulp bij aan de sociale en maatschappelijke initiatieven van gelovigen van de Prelatuur in heel de wereld. Er zijn orthodoxe, protestantse, joodse, islamitische, boeddhistische en ook niet-religieuze medewerkers van het Opus Dei.”

De regionale vicaris in Nederland is dr. Christian G.E. van der Ploeg. Sinds 1991 is hij werkzaam in het landelijke bestuur van het Opus Dei in Nederland. In 1999 werd hij door de bisschop van Haarlem benoemd tot studentenpastor in Amsterdam en een jaar later tot rector van de Amsterdamse Onze Lieve Vrouwekerk op de Keizersgracht.

Opus Dei heeft in bepaalde kringen geen goede reputatie. Dit komt omdat enkele jaren geleden Opus Dei in verband is gebracht met allerlei gemene complotten, zoals beschreven staan in de misdaadroman en bestseller DaVinci Code.
Toch laat Opus Dei weinig van zijn macht zien. Jaren geleden schreef de Belgische onderzoeksjournalist André van Bosbeke een boek over de macht van Opus Dei in zijn land.
Het blijkt dat belangrijke leden van de regering, bankiers, topmensen in het bedrijfsleven lid zijn van Opus Dei, maar weinigen zijn hiervan op de hoogte.
“Wat het Opus Dei-lidmaatschap betreft, bepalen de statuten dat elke vorm van geheimzinnigheid vermeden dient te worden (art. 89 lid 2). Mensen in de omgeving zullen in de praktijk op de hoogte zijn van het lidmaatschap. Leden zien echter geen aanleiding hun lidmaatschap publiekelijk bekend te maken. De wijze waarop zij de heiligheid proberen na te streven beschouwen zij als een privé-zaak.”

Er bestaat in België een vereniging van ex-leden, Fiat Lux. Volgens deze organisatie ondermijnt de heiligverkaring van Escrivá de geloofwaardigheid van de Kerk omdat Escriva helemaal geen vroom man was. “Hij had een explosief temperament en kon mensen kraken. Hij was ook erg op comfort gesteld en voelde zich best in het gezelschap van rijken.”
Een andere zeer kritische kijk op Opus Dei heeft www.odan.org. Odan staat voor Opus Dei Awareness Network.

Vele andere kritische boeken zijn de afgelopen jaren verschenen, geschreven door kenners van de Roomse kerk, maar ook door ex-leden van Opus Dei.
Peter Hertel bij voorbeeld, schrijft over de macht van Opus Dei in Duitsland. Hij heeft het over “een sluipende machtsovername.” Matthias Mettner heeft het over “een katholieke maffia.” Anderen over “een kerkelijke CIA” en Robert Hutchison, schrijver van ‘Their Kingdom Come’, beschrijft de activiteiten van Opus Dei in Spanje en Italië. (contacten met de maffia, geheime diensten, politieke complotten, bankwereld, fraude en geritsel met vastgoed o.a.). In de dertiger jaren van de vorige eeuw bestond de complete regering in Spanje uit Opus Dei leden.

Op 24 juni jl. bij het vijftigjarig bestaan van Opus Dei, schetste mgr. W. Eijk, aartsbisschop van Utrecht, tijdens een eucharistieviering in de Catharinakathedraal in Utrecht, de periode van de afgelopen vijf decennia als volgt: “Wat troffen de Nederlandse pioniers van het het Opus Dei aan toen ze in 1959 kwamen? Aan de buitenkant was de kerk een bloeiende organisatie. De kerken waren vol, de Missen waren vol. Twaalf procent van alle missionarissen over de hele wereld waren afkomstig uit ons land. Dat zou niet lang meer duren. Vier jaar later kwam de grote omslag. Luidkeels werd door veel priesters, leken en religieuzen de hymne aangeheven: ‘Weg met ons’.
Je staat verbaasd als je daar naar terugkijkt. Met zelfhaat keken katholieken naar hun verleden. Alles moest overboord. Kazuifels, eerst met de grootste eerbied omgeven, werden gedragen door hippies in het Vondelpark. Een tweede Beeldenstorm woedde.” (….) “We kijken nog steeds tegen de dramatische gevolgen van deze periode aan. Hoe kon in zo’n korte tijd de Kerk in Nederland in elkaar storten?” (….)
Maar in 1959 kwam Opus Dei naar ons land. “Op een dramatisch moment voor de Kerk. Tegelijkertijd op het juiste moment. God heeft in zijn voorzienigheid altijd in de Kerk nieuwe bewegingen doen ontstaan, met een spiritualiteit, gegrond in het geloof van de Kerk, die het mogelijk maakte onder de nieuwe maatschappelijke omstandigheden te komen tot een levend en voor het dagelijks leven betekenisvol geloof.”

Isidorusweb, een website voor surfende katholieken, geeft een kritische en treffende kijk op Opus Dei: “Het Opus Dei denkt eigenlijk zeer rigide kerkelijk. Het is niet conservatief, maar reactionair. Zij staan voor een rijke en versierde Latijnse liturgie en het absolute navolgen van kerkelijke regels. Kritische zin in verband met het celibaat of de moraal zijn onmogelijk. Dit maakt constructief nadenken over, bijvoorbeeld, anticonceptie totaal onmogelijk. Bovendien zijn ze rijk en wie geld heeft, heeft macht en kan lobbyen.”
“Wie geld heeft, heeft invloed. Het Opus Dei heeft geld en hangt door zijn statuut niet af van de grillen van tussenpersonen. Hoewel de beweging volgens haar beginselen apolitiek is, is ze dat in werkelijkheid niet. Het is zeer waarschijnlijk, dat het Opus Dei lobbywerk geleverd heeft tegen het homo-huwelijk en de euthanasiewet, maar dat is dan louter gebaseerd op de idee van het heilig maken van de mens. De snelle heiligverklaring van Escrivá heeft echter niets met die macht te maken, want zo’n verklaring is onderhevig aan strikte criteria, zoals een genezingswonder. Anderzijds is geld een onontbeerlijke factor bij een zalig- en heiligverklaring en dat is natuurlijk geen probleem voor het Opus Dei.”

“De leden van Opus Dei komen vooral uit de intellectuele katholieke bovenlaag van de maatschappij en zijn vaak invloedrijke politici, uitgevers, auteurs, bankiers en zakenmensen, leden van de hoge clerus, hoge Vaticaanse ambtsdragers (waaronder twee kardinalen) en al of niet gehuwde leken met een academische titel (arts, advocaat, econoom). De priesters die de geestelijkheid van de prelatuur vormen komen voort uit de lekengelovigen van het Opus Dei. De toetreding tot het Opus Dei wordt gezien als een bovennatuurlijke roeping: een persoonlijke oproep van God om het leven in zijn dienst te stellen en de universele oproep tot heiligheid in het dagelijkse werk en het sociale leven bekend te maken.”