Minister Yossi Sarid verklaarde in de Knesset, dat wanneer er in september ‘Palestijnse’ verkiezingen komen, dit onherroepelijk zal leiden tot de stichting van de staat Palestina binnen de staat Israël. Misschien (nog) niet in naam, maar wel in de praktijk.


Minister Sarid is voorstander van het vertellen van de onverbloemde waarheid. Aldus ‘The Jerusalem Post’ (International Edition).
Wat hij zei is in strijd met wat premier Yitschak Rabin altijd heeft gezegd, maar hij sprak de mededelingen van Sarid niet tegen…

Sinds de dag dat de ‘Oslo overeenkomst’ werd ondertekend, heeft de socialistische regering zorgvuldig verzwegen wat de consequentie was. Dat is: zodra de Israëlische militairen Judea, Samaria en Gaza hebben verlaten, en de Arabische inwoners hun verkiezingen hebben gehouden voor een eigen ‘Palestijnse administratie’, dan is er een Palestijnse staat in de gebieden die Israël in 1967 heeft veroverd. Dan is het land weer net zo kwetsbaar als het voordien ook was…

Deze zaak is blijkens een officiële verklaring tegen de wensen van de regering in Washington. Het komt ook niet overeen met de plannen die in Camp David werden vastgelegd. Wijlen premier Menachem Begin verstond onder autonomie voor de Palestijnen een vorm van zelfbestuur op lokaal niveau, zonder wetgevende bevoegdheden, en met een beveiliging door politie-eenheden (geen leger).
Dit is vervangen door een bewind dat eigen paspoorten mag uitgeven, een eigen vlag mag voeren, met een wetgevende vergadering, een eigen leger, en geheime politie-organen. Van daaruit naar een volledige staat is de kleinst mogelijke stap. Sarid begrijpt dat de hele wereld de nieuwe administratie zal erkennen, ongeacht de vraag of die ‘Palestina’ zal worden genoemd. Hij acht het echter onvermijdelijk.

Sarid gelooft dat Israël en ‘Palestina’ naast elkaar kunnen bestaan, dat er geen reden meer zal bestaan voor haat en nationalistische ‘passies’. Totdat de toestand voldoende stabiel zal zijn, moet het verplaatsen van personen en goederen nog wel streng worden gecontroleerd, denkt hij.
Om de Palestijnse economie op de been te helpen, zullen Israël en ‘de rijke landen van de wereld’ wel moeten helpen. De regering in Jeruzalem zou (ongeveer) één miljard dollar per jaar moeten betalen aan Palestijnen die niet langer in Israël kunnen werken…

De moeilijkheid van de gedachtengang van Sarid is vooral dat hij met geen woord rept over de mogelijkheid dat er terroristen zullen zijn, die doorgaan met hun handwerk. De Palestijnse politie heeft hen niet bedwongen, maar bijv. de Hamas-beweging houdt zich tijdelijk in om het leger van Israël geen reden te geven haar terugtrekking uit te stellen.
Zij willen zo vrij mogelijk kunnen opereren. De religieuze fanatici onder hen zijn niet in rook opgegaan: de Jodenhaat leeft.

Yasser Arafat heeft praktisch niets gedaan om de terroristen aan banden te leggen. In toespraken tot zijn volgelingen komen nog altijd de woorden ‘bloedige strijd’ en ‘martelaarschap’ voor ‘om ‘Palestina’ te bevrijden’.
De leiders van Hamas verkondigen dat beperkt ‘staakt het vuren’ in de strijd met de Joden mogelijk is of ‘toelaatbaar’. Ze zeggen zelfs dat zodra er een Palestijnse staat is gesticht in de bezette gebieden, dat slechts het realiseren van de ‘eerste fase’ betekent van het P.L.O.-plan van 1974 voor het vernietigen van de staat Israël.