Het is ruim 20 jaar geleden, dat het land onaf­han­kelijk werd van Australië.
Daarom werd het passend gevonden, in Madang het ‘Pacific Forum’ te houden. De regering deed haar best, voor de gasten te verhul­len dat het land bezig is bankroet te gaan, ondanks grote reserves aan olie en goud, die het land rijk is.
Zeker, de economie is opgekrikt door het Internationale Mone­taire Fonds, maar er heerst een verschrikkelijke inflatie en totale wetteloosheid.
Dit is het resultaat van een ongelofelijk wanbeleid van de regering, of beter gezegd; corruptie in alle lagen van het bestuur. Damien Murphy schrijft in ‘The Bulletin’, dat de nationale politici niet veel meer hebben gedaan dan geld dat was bestemd voor gezondheidszorg, onderwijs en wegen-aanleg, in hun eigen zakken te stoppen.


De man, die de eerste regeringsleider was, Michael Somare, zegt nu dat ‘t een verloren zaak is. “Dit is niet hetzelfde land, dat waard was om er voor te vechten”, verklaarde hij tijdens een samenkomst in de universiteit in Port Moresby.
Papoea Nieuw Guinea heeft een bevolking van ongeveer vier mil­joen inwoners, die voor het grootste deel zijn geboren nadat het land onafhankelijk werd.

De jaarlijkse groei komt op 3%. De mensen worden gemiddeld niet ouder dan 56 jaar. Van het bouwen van gezondheidscentra (klinieken of hulpposten) verspreid over het hele land is niets terecht geiomen, als gevolg van het algemene wanbeleid van regering en ambtenaren. Malaria, tuberculose en AIDS maken steeds meer slachtoffers. Kerkelijke en humanistische groepen doen hun best, zoveel mogelijk mensen te bereiken met medicij­nen en voorlichting. Dat is niet eenvoudig, want 85% van de bevolking woont in traditionele dorpen in de rimboe. Van hen kan 40% lezen en schrijven.

De lagere scholen worden bezocht door 73% van de jeugd, maar dat hangt af van het jaargetijde en werkzaamheden, die thuis verricht moeten worden; meisjes komen zelden. In de steden zoeken meisjes vanaf veertien jaar vaak tevergeefs naar een man om mee te trouwen, want de jonge mannen moeten hard werken om aan de kost te komen.

De straten van Port Moresby zien er verwaarloosd uit; er zitten overal gaten in het asfalt. Sommige huizen hebben moeilijkheden met de waterleiding, omdat er te weinig druk op staat : onderbrekingen in de electriciteitsvoorziening zijn meer regel  dan uitzondering. Er wonen daklozen in het oude vroegere parlementsgebouw. De gewezen residentie van de eerste minister is verlaten wegens brandgevaar. Het nieuwe ‘Somare House’ (elf etages) in de buitenwijk Waigani staat leeg wegens een juridische ruzie.

Door Europese medewerkers te onslaan en te vervangen door ‘eigen’ werkkrachten is het bestuur verder verlamd. Door geld­gebrek is er minder politie beschikbaar en de soldaten klagen over weinig soldij en voedsel.
De nationale luchtlijn ‘Air Nuigini’ serveert dikwijls geen voedsel meer onderweg, de stewardessen lopen maar wat op en neer (sommigen hebben in geen maanden meer hun salaris gekre­gen).

Sinds 1984 zijn er verscheidene mensen uit Irian (het vroegere Nederlands Nieuw Guinea) de grens over gekomen, gevlucht voor de toenemende aanwezigheid van Indonesische (Javaanse) kolo­nisten.
In 1989 begon een guerilla oorlog met inwoners van Bou­gainvil­le, waarbij landeigenaars en een kopermijn betrokken zijn. Besprekingen op hoog niveau, in Cairns, zijn op niets uitgelo­pen.

Houthandelaren uit Maleisië en de Filippijnen hebben onlangs contracten afgesloten voor het kappen van oude bomen, die veel waard zijn: daar betalen ze goed voor. De salarissen van de ambtenaren zijn bevroren (zij vormen 75% van het jaar­lijkse budget van de regering). De regering gelooft, dat er een redelijke kans is, dat Papoea Nieuw Guinea de crisis te boven zal komen. De Wereldbank heeft een lening toegezegd en ook Australië zal te hulp komen.