In het dagblad “The Boston Globe” is een nieuw boek besproken, dat onlangs is verschenen. Het is “Surprise, Security, and the American Experience”, van de hand van professor John Lewis Gaddis. Hij is een algemeen gerespecteerd man, die krijgskunde doceert aan de Yale University. “The Boston Globe” noemt hem de deken van de studies op het gebied van de koude oorlog en een eminente diplomatieke historicus.

Hij toont aan, dat President George W. Bush in zijn land een voortreffelijke strategie heeft ontwikkeld en toegepast, die uniek is in de buitenlandse politiek, die nog maar een paar eeuwen oud is. Hij stelt de President op één lijn met Franklin Delano Roosevelt (1882-1945). wat wijsheid en wilskracht aangaat.
Hij spreekt van een “grand strategy”, die een ontwerp vormt, waaruit de te volgen politiek voortkomt. Het ziet de roeping van een land onder de ogen, het bakent zijn belangen af, en stelt vast welke zaken voorrang verdienen. Een deel van de aantrekkelijkheid (de grandeur) ligt in de duurzaamheid. Een enkele goede strategie kan tientallen jaren meegaan, en zelfs het pad effenen voor eeuwen van politiek werk. Aldus prof. Gaddis.

Aan de hand van deze analyse kunnen we in de geschiedenis de eerste “grand strategy” zien van Monroe en Adams, na de Britse invasie van Washington (1814). Zij beantwoordden deze bedreiging met het ontwikkelen van een politiek van het verkrijgen van toekomstige veiligheid, door territoriale expansie; ze vulden vacuüms op met Amerikaanse pioniers. voordat vijandige krachten konden binnen komen.

Die strategie deed het uitstekend in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, die ‘t land van grote veiligheid verzekerde. Roosevelt’s plannen voor na de tweede wereldoorlog vormden een “grand strategy”, die Amerika’s veiligheid verkreeg door vrije markten in het leven te roepen en zelfbeschikking voor Europa, om toekomstige botsingen in Europa te voorkomen.
Later besefte men in Washington ook, dat de Russen in bedwang gehouden moesten worden. President Clinton kwam met een nieuwe strategie, maar hij meende dat het wel vanzelf zou gaan, met globalisatie en democratie samen. “Ik denk dat hij zat te slapen achter het schakelbord”, zegt prof.Gaddis.

Daar tegenover stelt bij President George W.Bush, die zich in korte tijd heeft ontwikkeld tot een nationale leider. Hij heeft grote bewondering voor hem gekregen
Hij observeert, dat de President het heeft gewaagd beslissend en dapper die strategie te herwaarderen, na de schok van de elfde September.
Hij plaatste de democratisering van het Midden-Oosten in het centrum van zijn doctrine, en de dringende noodzaak de terroristen (en revolutionaire regeringen) te beletten nucleaire wapens in handen te krijgen. Hij verwierp stoutmoedig de dwang van een verouderd internationaal systeem, dat in werkelijkheid niet meer was dan een momentopname van de uiterlijke gedaante van macht die in 1945 bestond. Aldus prof. Gaddis.

Het is interessant op te merken, dat hij dus het standpunt verwerpt van John Kerry, en andere Democraten, dat President Bush geen actie had moeten ondernemen zonder goedkeuring van de Verenigde Naties; een verouderde opvatting.

Prof.Gaddis besluit met de notitie, dat er door het militaire optreden van Amerika in Irak een bescheiden verbetering is gekomen in de globale economisch conditie van de U.S.A., een diepgaande samenspraak met Arabische regeringen over politieke hervormingen, terugtrekking van de Amerikaanse strijdkrachten uit Saudi-Arabië, en toegenomen ongerustheid van Syrië en Iran over de nabijheid van de Amerikanen (wat hun expansiedrift zal beteugelen). Dit zijn positieve gezichtspunten.