“Hoe protestantser een land des te minder is het ontvankelijk voor corruptie”.
Dat is het resultaat van een onderzoek van de Duitse politicoloog Ulrich von Alemann, die zijn conclusies gepubliceerd heeft in het tijdschrift ‘Der Überblick’.
Van de twaalf landen in de wereld die volgens ‘Transparancy International’ de laagste graad van corruptie kennen, zijn tien landen als protestants te kwalificeren. Dat zijn Ijsland, Finland, Nieuw-Zeeland, Denemarken, Zweden, Zwitserland, Noorwegen, Australië, Nederland en Groot-Brittannië.
Alleen Oostenrijk en Singapur, die in het onderzoek niet beschouwd worden als protestants, staan in de top 12 van minst-corruptie gevoelige landen.


Opmerkelijk genoeg staat Duitsland, het oerland van de Reformatie, in het onderzoek op de zestiende plaats.

De Duitse theoloog Johann Hinrich Claussen vraagt zich in de Frankfurter Allgemeine Zeitung af of in Duitsland de confessionele wortels inmiddels niet zijn afgestorven, gezien de vele politieke en financiële schandalen van de afgelopen jaren.
Doorslaggevend voor de mate van corruptie-gevoeligheid is de versterking van de individuele verantwoordelijk als gevolg van het protestantisme ‘die met platte hierarchieën, wederzijdse controle en een algemeen bewustzijn dat maakt dat iedereen verplicht is om aan het algemeen welzijn bij te dragen’.
Met name zie je dit volgens Claussen bij de invloed van Pinkstergemeentes en evangelisch/charismatische gemeentes op de samenleving in landen buiten Europa.
‘Hun strenge conservatieve moraal leidt tot een nieuwe levensdiscipline’. Deze christenen leren ijverig en vol verantwoordelijkheidsbesef te werken, goed met geld om te gaan, drugs en andere bedwelmingsmiddelen uit de weg te gaan en goed voor hun families te zorgen. In hun gemeentes nemen ze voor elkaar de verantwoording’.

Bron: Idea Spektrum