Blijkens een hoofdartikel in het weekblad ‘The Free China Journal’ (Tai­wan), luchtpost-editie, wordt de communistische regering hoe langer hoe feller in het dwingen van mensen, te buigen voor het regiem in Peking.
De vrijheidslievende Wang Den is onlangs tot meer dan tien jaar gevangenis­straf veroor­deeld, omdat hij openlijk heeft gepleit voor democratie, met vrijheid van meningsui­ting en vrijheid van drukpers. Hij schreef artikelen in bladen in Hong Kong, Taiwan en elders.

Wang Den kent de gevangenissen van Rood-China en weet hoe de tegenstan­ders van de communistische dictatuur daar worden behandeld, want hij was destijds de leider van de opstandige demonstraties op Tienanmen Square (bloedig uit elkaar geslagen op 4 juni 1989) en werd veroordeeld tot vier jaar cel.
In bewoordingen, die geen ruimte laten voor twijfel, heeft hij de wettig­heid van de regering in Peking ontkend en hun monopo­lie-positie te kijk gesteld.
Hij is ervan beschuldigd, dat hij het communistische dogma heeft onder­mijnd. Sinds mei 1995 heeft hij in voor-arrest gezeten, want de aanklagers konden het er niet over eens worden, hoe de beschuldiging precies zou luiden. Ten slotte werd het ‘schul­dig aan samen­zwering om de regering omver te werpen’.

In Peking wordt zijn veroordeling gebruikt om andere jongeren af te schrikken (Wang is inmiddels 27 jaar geworden). Van de rechtszitting werd een toneelvoor­stelling gemaakt om ‘de gewone man’ angst aan te jagen.
Dit was ook gedaan op 13 december 1995, toen de stichter van de ondergrond­se democra­tische beweging in China, Wei Jing­sheng, uit zijn cel werd gehaald voor een nieuwe berechting en een nieuwe straf kreeg van veertien jaar.
Iedere inwoner van Rood-China moet er voortdurend aan worden herinnerd, dat ook al wordt er af en toe eens geglimlacht tegen buitenlanders, de mensen onder de rode leiders rechte­loos zijn.

Peking weet tot nu toe geen beter middel om 1,2 miljard mensen in bedwang te houden. Rood-China is een wereldmacht, die wedijvert met Rusland en de U.S.A. om in de toekomst het wankele evenwicht te verstoren en haar gebied uit te breiden, ten koste van een paar miljoen mensenlevens, maar daar mag niemand over nadenken.

Peking blijft weigeren, president Lee Teng-hui te erken­nen als het wettige staats­hoofd van de onafhankelijke repu­bliek Vrij China (Taiwan). Een uitnodiging van Lee aan Presi­dent Jiang Zemin (Peking) om eens te komen praten, werd niet aange­nomen.
Christenen worden in toenemende mate lastig gevallen, opge­jaagd of verne­derd.
Niettemin groeit hun aantal, verspreid over het hele conti­nent. Zij, die kans hebben gezien te ontsnappen, hebben daar meermalen over verteld.
De kustprovincies doen in toenemende mate zaken met bedrijven en banken op Taiwan. Dat wordt oogluikend toegelaten, maar men make zich geen illusies over een milder bewind in Rood-China. Na elke adempauze komt er weer een periode van grotere druk.

De naam China is destijds ontleend aan de Tsj’in-dynastie, gesticht door de intelligente keizer Sje Hwang-ti, die in 221 vóór Chr. tal van elkaar bestrij­dende volken een halt toeriep en ze in één rijk verenigde. De geschiedenis van het land begint al in 1989 vóór Chr., maar daar zijn weinig bijzonder­he­den over bekend.
De eerste Christenen bereikten China in 635 na Chr. Het waren monniken, die van de toenmalige keizer toestemming kregen een klooster te bouwen in Ch’ang-an. Pas vanaf 1927 kwam het Protestants-Christelijk geloof binnen.