Dit jaar is het veertig jaar geleden dat in Oostenrijk de roomse sekte Corpus Operis Angelorum is opgericht. De sekte is beter bekend onder de naam Opus Angelorum, het Engelenwerk.
De oprichtster van Opus Angelorum, Gabrielle Bitterlich, heeft de organisatie in zijn bestaan omgevormd tot een soort geheim genootschap.
De roomse organisatie is gehuisvest in de burcht St.Petersburg in Tirol. Afgesloten voor de wereld leven de sekteleden een eigen bestaan.

Bitterlich werd in 1896 geboren. Al op jeugdige leeftijd zou ze de gave bezeten hebben om haar eigen beschermengelen te zien.
In 1949 krijgt ze van haar biechtvader het advies om haar  openbaringen aan een dagboek toe te vertrouwen. Het eerste boek dat verscheen heette ‘Het Rijk der Engelen, deel A’.
In de daaropvolgende jaren schrijft ze dertien boeken en werkt haar ideeën over het Engelenwerk verder uit.
In 1961 trekt ze zich terug in het plaatsje Silz. Bitterlich overlijdt in 1978 en werd opgevolgd door Georg Blasko.

De ideeën omtrent het Engelenwerk vormen een geheime leer waarin hemelse en duivelse machten, engelen en demonen een centrale rol  spelen. Bitterlich beschrijft de 300 engelen gedetailleerd: hun namen, hun uiterlijk en wat voor taken ze hebben.
Het engelenleger verdeelt ze in negen afdelingen die elk in drie hiërarchieën verdeeld zijn. Elke engel heeft een kwade tegenspeler.
Volgens Bitterlich leven we in het tijdperk van de apocalyptische strijd tussen engelen en demonen. Satan is al de Rooms-katholieke kerk binnengedrongen.
De mens vindt zijn heil als hij zich aan een persoonlijke engel verbindt en probeert een mystieke band te vormen om zo de strijd in te gaan. De mens moet daarvoor eerst gewijd worden.
Ook is elke plaats, elk beroep, elke gemeenschap, elke dag en elk deel van de heilige mis aan een engel toegewezen.

Analoog aan het rijk der engelen beschrijft Bitterlich het rijk van demonen. Volgens haar moeten vroedvrouwen, boerinnen, zigeuners, zwarte katten, zwarte kippen, gladharige honden, varkens, ratten en slangen goed oppassen, want zij zijn het meest ontvankelijk voor duivelse machten.
Elke demon heeft zijn eigen machtsbereik, bijvoorbeeld bepaalde steden, maar ook joodse woonwijken. Daarom moeten exorcisme-gebeden regelmatig uitgesproken worden.

Opname in de sekte verloopt in vijf stadia die in totaal jaren kunnen duren. Verzoening speelt een belangrijke rol: dagelijkse biecht en heilige communie.
Elke week wordt in een langgerekte gebedstijd het lijden van Christus herdacht, met het doel verzoeningsgezindheid te bevorderen.

De leer van Opus Angelorum wordt geheimgehouden, leden mogen niets naar buiten brengen. De leden zijn eveneens de paus en de leer van de roomse kerk trouw. Maar de paus denkt er anders over.
In 1983 heeft het Vaticaan het gebruik van de geschriften van Bitterlich verboden evenals het gebruik van engelennamen en de wijding aan engelen. De privé openbaringen van mevrouw Bitterlich worden niet erkend. In 1992 heeft het Vaticaan dit opnieuw bekrachtigd.

De privé openbaringen van Bitterlich laten gnostische elementen zien. De leer omtrent engelen zoals Bitterlich die beschrijft heeft niets met de christelijke leer te maken, maar komt voort uit het oud-Perzische dualistische wereldbeeld en de joodse kabbala. De beschrijving van de engelenhiërarchie door Bitterlich staat haaks op de bijbelse leer. In de geheime leer van Bitterlich wordt Christus praktisch geheel door Maria verdrongen.

Het zal niet verbazen dat er een strenge discipline bestaat binnen deze sekte. Jongeren die tot Opus Angelorum toetreden, worden geïsoleerd van hun vroegere omgeving en als lijfeigenen behandeld. Angst regeert. Ook is het onmogelijk de burcht in Silz te bezoeken of met leden te spreken.

De sekte telt wereldwijd 1 miljoen leden, waaronder 50 bisschoppen en meerdere kardinalen. Ook priesters zijn lid.
Zij worden opgeleid in Anapolis in Brazilië waar ook de geschriften en boeken van de sekte gedrukt worden.
Opus Angelorum kent een groot aantal ondergeschikte gemeenschappen en organisaties. Wereldwijd bezit Opus Angelorum kastelen, huizen en landerijen en andere onroerende goederen.