Deze maand bestaat het Britse Royal Institute of International Affairs (RIIA) 75 jaar. Het RIIA, gevestigd in Londen, is de Britse pendant van de Amerikaanse Council on Foreign Relations (CFR). De CFR is een think-tank en een zeer belangrijk adviesorgaan voor de Amerikaanse regering.

Lidmaatschap van de CFR is een voorwaarde om te horen tot ‘s lands elite. Voor het RIIA gaat dit eveneens op. De nadruk bij het RIIA ligt op het wetenschappelijke onderzoek van internationale politieke en economische vraagstukken. Lange tijd gold zij als de research afdeling van het Foreign Office.

Het RIIA organiseert regelmatig meetings met toppolitici, fora, besloten bijeenkomsten en geeft boeken en andere publicaties uit. Het RIIA geeft een maandblad uit genaamd ‘The World Today’ en een kwartaalblad ‘International Affairs’.
Filialen van het RIIA bevinden zich in Australië, Canada, Nieuw-Zeeland, Nigeria, India en Trinidad & Tobago en het instituut heeft een belangrijke invloed op de politiek.
Al deze instituten zijn in de Britse koloniale tijd opgericht om de heersende elite te verenigen rondom gezamenlijke waarden en belangen.

In het hoofdkwartier in Londen maken Lord Callaghan, Lord Carrington en Lord Jenkins de dienst uit in dit super-aristocratische, koloniale overblijfsel uit vroegere tijden.

Voor velen is echter de achtergrond en onstaansgeschiedenis van het RIIA in nevelen gehuld.
In 1890 kwamen drie mannen bij elkaar om een plan te bespreken dat tot doel had een heus geheim genootschap op te richten, compleet met ‘inner’ en ‘outer circles’.
De belangrijkste van de drie, Cecil Rhodes, wilde een elite-organisatie creëren die alle wijze mannen in de top van het Britse Rijk bij elkaar bracht. Samen met Lord Milner wees hij degenen aan wie hij in zijn genootschap wilde opnemen.
Dit genootschap moest gebaseerd zijn op de principes van de Jezuïeten orde. Rhodes beschreef dit in 1875 en in zijn testament van 1902 bekrachtigde hij nogmaals dit plan met zijn principes.

Vanaf eind vorige eeuw tot de Eerste Wereldoorlog heeft het genootschap onder diverse namen bestaan. Rhodes die uitgebreide financiële belangen had in de diamantmijnen in Zuidelijk Afrika en de goudmijnen in Rhodesia, zag het Britse Gemenebest als hoogste politieke en morele schepping der mensheid en het eindresultaat van de hoogste morele capaciteiten van de mens. Dit was voor Rhodes het ‘Leitmotiv’ voor zijn politiek.
De Rhodes Scholars, de Milner Group of de Round Table Group (zoals dit genootschap later zou heten), vormde een hechte sociaal-politieke topelite in het Britse establishment en werd het instrument bij uitstek van het Britse imperialisme.

In 1919, na de vredesconferentie van Parijs, is feitelijk het RIIA opgericht, hetzelfde jaar waarin ook de CFR werd opgericht. Leden waren o.a. belangrijke Britse bankiers, politici en Britse vertegenwoordigers van de Volkenbond die een belangrijk aandeel hadden in de implementatie van het mandaat systeem.
Financiële steun ontving het RIIA vrijwel direct van de bankwereld, de Rockefeller Foundation en de Carnegie Corporation in New York . Het was ook de tijd waar het RIIA en de Amerikaanse CFR nauw samenwerkte. In 1922 oefende het RIIA al een totale invloed uit op ‘The Times’.
Momenteel zijn de leden en geldschieters van het RIIA bijna 4000 organisaties uit de Britse samenleving, waaronder oliemaatschappijen, computergiganten, vliegtuigmaatschappijen, banken (waarvan sommige met een zeer dubieuze achtergrond), diverse buitenlandse ambassades in Engeland (waaronder de Nederlandse), grote kranten en binnen- en buitenlandse televisie omroepen.

Maar het belangrijkste mag niet vergeten worden. Het RIIA is géén onafhankelijke operende onderzoeksinstelling, maar een organisatie die de Britse politiek en waarden propageert. Het is in handen van een kleine elite die is voortgekomen uit de Rhodes Scholars en de Milner Group.
Deze kleine elite controleert het RIIA door middel van een uitgebreid netwerk van familiale en zakelijke contacten.