In het Amerikaanse weekblad ‘Insight’ gaat Jamie Dettmer, de vertegenwoordiger in Moskou, uitvoerig in op de gesprekken op hoog niveau tussen de staatshoofden van China en Rusland.
Zij geven aanleiding tot grote ongerustheid onder de Westerse experts, die de strategische partners met argusogen gadeslaan.


Nadat president Wladimir Poetin zich bereid had getoond om de betrekkingen van Rusland met de NATO te verbeteren, liet een vertegenwoordiger van het ministerie van buitenlandse zaken van Rood-China merken, dat zijn land er niet blij mee was, maar bovendien niet geloofde dat er veel van terecht zou komen.
Poetin, het gewezen hoofd van de KGB/SVR, zette daarom gauw de puntjes op de i door een Engelse journalist te vertellen dat e.a.a. niet betekende, dat hij een Westelijk bondgenootschap zou steunen dat acties zou ondernemen zoals tegen Joegoslavië vorig jaar. Zijn vriendelijke woorden waren dus alleen maar bedoeld om hem er wat minder gevaarlijk te laten uitzien, voor het geval iemand liep te piekeren over zijn zwarte verleden. Meer aandacht kreeg en verdiende de zaak niet.

Honderd maal belangrijker is de zichtbaarder geworden vriendschappelijke betrekking van Moskou met Peking.
Generaals en admiraals in Washington hebben de politici gewaarschuwd, dat een unie voor de deur staat, en dat men in het Kremlin blijkbaar wil terugkeren naar de levensgevaarlijke communistische machtspositie van weleer.
In het Londense dagblad ‘The Times’ wijst de hoofdredacteur erop, dat Poetin kennelijk vastbesloten is van Rusland een militair bolwerk te maken, en bereid is elk land te helpen dat als politiek gelijkdenkend kan worden beschouwd.
Hij veroordeelt de gemakzucht en zelfingenomenheid van Westerse regeringen, en heeft met name geen goed woord over voor Madeleine‚ Albright, de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, die Poetin heeft geprezen. Zij beweerde dat de Russische leider een heel nieuw signaal had uitgezonden. Zij hoorde niets van agressief nationalisme doorklinken van achter de schermen in het Kremlin

In vergaderingen van de Verenigde Naties is het al goed te merken dat de Russen en de Chinezen elkaar de bal toespelen, en het steeds vaker roerend eens zijn. “Wij zoeken contact met meer landen met wie wij kunnen samenwerken”, zei de Russische diplomaat Yuli Vorontsov.
Ze hebben fel geprotesteerd tegen het Amerikaanse systeem van beveiliging van haar grenzen door geleide projectielen (‘missile-defense’).

Niet alleen in New York maar ook in Genève maken Russische en Chinese ambassadeurs hier veel drukte over. Zij zeggen geen wijziging te wensen van het ‘Anti-Ballistic Missile Treaty’ van 1972 en bezweren met uitgestreken gezichten Washington af te zien van testen van het systeem. Zij zeggen dat het dient om hun nucleaire arsenalen te ondermijnen. Generaal Leonid lvashov vertelt iedereen dat die Amerikaanse beveiliging bedrog is, en gericht is tegen Rusland en China. Hij gebruikt zijn verhaal als rechtvaardiging voor legeroefeningen van de Russische en Chinese legers samen. Meer dan 2000 Russische geleerden werken nu voor de Chinese generale staf, “voor onderzoekingen”. President Poetin was nauwelijks geïnstalleerd, of hij kreeg al bezoek van de Chinese minister van defensie, Chi Haotian. Ze vergaderden uren lang over hun samenwerking in de 21ste eeuw, zoals ze na afloop zeiden.

De Russische minister Igor Ivanov heeft de U.S.A. nadrukkelijk gewaarschuwd Taiwan niet militair te beveiligen. Als Rood-China zich genoodzaakt zou zien, over te gaan tot een invasie. “Niemand behoort tussenbeide te komen, Taiwan is een deel van China” beweerde hij.
Merkwaardig genoeg is Rood-China de grootste afnemer van moderne Russische wapens, op de voet gevolgd door India. Daarbij een nieuw slagschip van de Sovremenyi klasse met geleide projectielen en dozijnen Su-30 oorlogsvliegtuigen. Aan nieuwe bestellingen wordt gewerkt