“De reguliere media zijn erg goed om alleen de meningen en opvattingen van die wetenschappers te verkondigen die geloven dat fossielen macro-evolutie bewijzen. De media onderdrukken informatie en nieuwe inzichten van wetenschappers die het oneens zijn met de opvattingen van evolutionisten en opvattingen die ervan uitgaan dat fossielen macro-evolutie zouden bewijzen. Er zijn vele wetenschappers die het niet eens zijn met de Darwinistische macro-evolutie.”

Dit schrijft Babu G. Ranganathan in een artikelenserie in de Engelstalige versie van de Pravda, de voormalige communistische partijkrant. In deze serie wordt de vloer aangeveegd met de evolutietheorie. Ranganathan is een Amerikaans theoloog, bioloog en schrijver van boeken en artikelen over de verhouding schepping en evolutie.

Een van de fundamenten van de evolutietheorie zijn de fossielen. Alles is er op gericht aan de hand van de aardlagen de ouderdom van de fossielen vast te stellen. En niet alleen dat, men wil graag tussenvormen zien die aan zouden tonen dat de mens van de aap en nog verder terug, uit de oersoep zou zijn ontstaan. Dat dit een bijna onmogelijke taak is laat Ranganathan zien aan de hand van diverse vormen van wetenschappelijk bedrog.
De Nebraska mens, de Peking mens, de Piltdown mens en diverse andere vormen van bedrog, bedoeld om aan te tonen dat er een overgangsvorm was tussen aap en mens, de zg. ‘missing link.’
Evolutionisten construeerden de Nebraska mens. Later bleek dat de half mens-half aap geconstrueerd was uit één enkele tand. Nog later bleek dit een varkenstand te zijn geweest.
De Piltdown mens hield het wat langer uit, veertig jaar. Achteraf bleek het enkel bedrog.
En ook met talloze dieren hebben evolutionisten willen aantonen dat er overgangsvormen waren, maar die zijn nooit gevonden.

“Miljoenen mensen zijn op school opgevoed met leerboeken dat fossielen het wetenschappelijk bewijs waren van evolutie. Maar, waar zijn dan al die fossielen van half geëvolueerde dinosaurussen en van tal van andere dieren gebleven?” “In veel gevallen gebruiken evolutionisten enkele overeenkomende kenmerken tussen diverse soorten als een voorbeeld van overgangsvormen, maar dit zijn nooit de echte ‘missing links’ die juist volledig en compleet moeten zijn.”
“Maar als men kijkt naar de aanwezige fossielen, zijn er alleen maar complete en volledig ontwikkelde vormen. Er zijn geen gedeeltelijk geëvolueerde vormen die aantonen dat er een geleidelijke proces van evolutie heeft plaatsgevonden. Zelfs onder evolutionisten zijn er die diametraal tegenover elkaar staan en volledig andere interpretaties van de fossielen geven.”

Het vreemde is dat de evolutietheorie ‘overgangsvormen’ niet kan aantonen, laat staan bewijzen.
Uitgaande van vele honderden miljoenen jaren evolutie zouden de aardlagen toch wereldwijd overvol moeten zitten met fossielen en karkassen van alle mogelijke overgangsvormen die een onbegrensde en onmetelijke tijd hebben gehad om zich over de hele wereld massaal voort te planten.
Echter, niets is gevonden dat deze theorie ondersteunt. Het is juist eigenaardig dat deze overgangsvormen nooit gevonden zijn, terwijl volgens de evolutietheorie de ‘voorraden’ in de aardlagen onuitputtelijk en ronduit overdadig zouden moeten zijn. Echter, niets van dit alles.
“Alle gevonden fossielen zijn volledig ontwikkeld. Er zijn geen voorbeelden van half ontwikkelde veren, of half ontwikkelde ogen, een half ontwikkeld ademhalingssysteem of half ontwikkelde bloedvaten, magen of ingewanden of andere half ontwikkelde vitale organen.
Aan half ontwikkelde magen of darmen heeft een dier niets. Een vleermuis van ‘honderd miljoen jaar oud’ ziet er nog net zo uit als de vleermuis van vandaag.
Bij voorbeeld, als een poot van een reptiel zou evolueren in een vleugel van een vogel, zou het een slechte poot worden nog ver voordat het een goede vleugel zou worden. Een hagedis met half-geëvolueerde poten en vleugels kan niet rennen noch wegvliegen van zijn achtervolgers. Hoe zou hij moeten overleven?” En dat miljoenen jaren lang? Zogenaamde overgangsvormen zijn gewoon uitgestorven dieren.

Als er weer eens een aankondiging in de media wordt gedaan dat er een ‘overgangsvorm’ gevonden is, blijkt dat er “een flink aantal evolutionisten niet eens is met de voorstelling van zaken.” Zij worden per definitie uit het nieuws gehouden en hun standpunten worden niet of nauwelijks gehoord.
Ranganathan nadrukkelijk: “Elke claim die ervan uitgaat dat er een overgangsvorm is gevonden, vindt geen enkel hard bewijs in de wetenschap, en dat sinds Darwin.”

Ook aan de dateringsmethoden blijkt nogal wat te mankeren. De algemene mening is dat de juistheid van dateringsmethoden een ‘wetenschappelijk feit’ is. Dat is allesbehalve waar.
Bepaalde dateringsmethoden blijken zeer onnauwkeurig. Zo onnauwkeurig dat men zich moet afvragen of hier wel serieus wetenschap wordt bedreven.
Bovendien is het op zich al een potsierlijk idee dat een bepaalde dateringsmethode het verschil zou kunnen aantonen van iets dat 300 miljoen jaar oud is of iets dat 250 miljoen jaar oud is.
Er is hier sprake van zulke enorme lange tijdssegmenten dat elke wetenschappelijke relevantie in meetresultaten in het niet valt. Contextuele invloeden uit de historie kunnen meetresultaten drastisch beïnvloed hebben. Ook wetenschap is in het doen van uitspraken aan een zekere begrensde tijd gebonden. Wetenschap die pretendeert uitspraken te kunnen doen over zaken van miljoenen en miljarden jaren geleden, is geen wetenschap meer, maar pure speculatie of een seculiere vorm van geloof.

Die dateringsmethoden van aardlagen hebben natuurlijk consequenties voor het vaststellen van de ouderdom van fossielen. Maar in feite is dit een cirkelredenering: de aardlaag is heel oud, dus moet het fossiel daarin ook oud zijn. En als we dit zelfde fossiel elders vinden, moet de aardlaag waarin het fossiel gevonden is, net zo oud zijn. “Het is een evolutionistische vooronderstelling waar maar weinig mensen kritiek op leveren.” Ook worden er massaal fossielen gevonden in aardlagen die volgens de evolutietheorie daar helemaal niet in thuis horen.
Een eerdere artikelenserie in de Pravda over dateringsmethoden zet grote vraagtekens bij de dateringsmethoden van evolutionisten.

De traditionele evolutietheorie staat onder zware kritiek. Dat is een van de redenen dat een variant momenteel van deze theorie populair is, het zg. Punctuated Equilibrium. Dat wil zeggen dat tijdens de evolutie planten en levende wezens zich plotseling veranderd hebben van de ene soort in de andere. Maar op sommige punten wordt de theorie nog onhoudbaarder. Waarom de ene soort wel en de andere niet? En wat blijft er dan over van natuurlijke selectie, een van de fundamenten van de evolutietheorie.
Het DNA zit zo complex in elkaar dat plotselinge mutaties eerder regressie veroorzaken en geen progressie. Bijna alle mutaties leiden tot degeneratie. “De meeste biologische variaties vinden plaats vanwege nieuwe combinaties van reeds bestaande genen en niet vanwege mutaties.”
Mutaties in de genen van menselijk of dierlijk haar, zou een andere haarsoort kunnen voortbrengen, maar deze mutaties brengen nooit veranderingen van haar naar veren of vleugels teweeg.

Ranganathan: “Wetenschap kan niet bewijzen dat we hier op aarde zijn door schepping, maar evenmin kan de wetenschap bewijzen dat we hier bij toeval zijn of door macro-evolutie ontstaan zijn. Niemand heeft beide processen kunnen observeren. Beide zijn gebaseerd op geloof.
En als het om geloof gaat heeft de schepping betere papieren dan de Darwinistische theorie van macro-evolutie.”
(…) “Omdat de wetenschap niet kan verklaren hoe het leven en het universum ontstaan is, wil niet zeggen dat er geen Schepper is. Zou het rationeel zijn om te geloven dat er geen vliegtuigbouwer achter het vliegtuig zit omdat de wetten van de wetenschap kunnen uitleggen hoe een vliegtuig vliegt?

In het artikel van de Pravda wordt verwezen naar onder andere het Amerikaanse Institute for Creation Research in Californië, dat baanbrekend onderzoek verricht naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van schepping en evolutie. Hoe meer we te weten komen en hoe meer inzicht we verkrijgen, des te ongeloofwaardiger en des te zwakker de evolutietheorie. Maar de media berichten hier niet over.
Want op de belangrijkste voorvraag kan nooit antwoord gegeven worden: hoe kan menselijk leven, intelligent leven, ontstaan zijn uit morsdode materie?
En als dat al gebeurd zou zijn, dan zou al het genetische materiaal, alle genetische informatie al in de dode materie hebben moeten zitten. En om dat te geloven, heb je een honderd keer groter geloof nodig dan het geloof in de schepping door een almachtig God.