In het rechercheonderzoek naar seriemisdrijven is de belangrijkste vraag om de dader zo snel mogelijk te pakken te krijgen. Je moet weten wie de dader is en waar hij te vinden is.
In dit laatste voorziet het Criminal Geographic Targeting-Model, een software programma ontwikkeld door de Canadese wetenschapper Kim Rossmo, oud-rechercheur en misdaadbestrijder uit Vancouver en momenteel hoogleraar criminologie aan de Texas State University.


Met behulp van dit geografisch profileren kan een antwoord gegeven worden op de vraag ‘waar zit de dader?’. Met de software van Rosso en vooral een goede rechercheanalyse wordt het zoekgebeid naar een dader sterk verkleind.

Geographic profiling is het nieuwe instrument voor misdaadanalyse dat de komende jaren in de drie zuidelijkste provincies ingezet gaat worden.
Sinds oktober 2003 is het programma al in gebruik in het politiekorps Limburg-Zuid. Een Britse politie-ingewijde zorgt voor training en ondersteuning.

Geographic profiling wordt vaak over het hoofd gezien. “Met dit jonge analysehulpmiddel kan een rechercheteam zijn onderzoek focussen en strategieën gericht inzetten, zodat je met minder mensen eerder bij de dader uitkomt”.
Een ‘geoprofiel’ van de dader is ‘een gouden wegwijzer’, volgens het Algemeen Politieblad.
“Met deze methode stel je de meest waarschijnlijke locatie van de verdachte vast door een analyse te maken van de plaatsen-delicten van het seriemisdrijf. Maar het is alleen mogelijk bij een serie van minimaal vijf delicten die door één dader zijn gepleegd”.

Op een landkaart wordt eerst een gebied afgebakend van alle plaatsen-delicten van een seriemisdrijf.
Zo wordt het werkgebied van de dader ingekaderd. Een computerprogramma bepaalt vervolgens het zoekgebied. Donkerrood licht is de plek waar de grootste kans bestaat dat de dader er woont. Zo blijft er een zoekgebied over van gemiddeld 5% van het totale werkgebied van de dader.
Het geheim van de slimme computerzoekprogrammatuur is de waarschijnlijkheid, de logica en de ervaringsgegevens, daarop steunt deze ‘wonderanalyse’.

Het is een bekend feit dat serieverkrachters niet houden van reizen en onnodig risico’s lopen. Hij kiest dat gebied uit dat hij kent als zijn broekzak, zodat hij onbespied kan toeslaan en vanwaar hij snel weer kan ontsnappen. “Hun jachtgedrag blijkt zelfs parallelen te vertonen met dat van Afrikaanse leeuwen”.(De Limburger, 30-12-03)
Ook zal hij nooit te dicht bij zijn eigen huis toeslaan in verband met mogelijke herkenning door buurtbewoners. Vermoordt hij het slachtoffer, dan wordt het lichaam meestal ver van zijn woning gedumpt (alles ervaringsgegevens).
“Al dit soort aannames en rationele keuzes stoppen statistici in een stuk software dat tot achter de komma de kans berekent dat de dader in gebied X woont”. Het gaat dus om wiskundige modellen.

Een politiewoordvoerder: “Staar je vooral niet blind op theorie, gebruikte algoritmes en software. Vijf procent is de software en 95 procent is de menselijke component. Het gaat erom dat het toepasbaar is en dat je politiekennis benut”.
Deze politiekennis bepaalt uiteindelijk wat je wel en niet in de computer stopt. Overigens blijkt de computer wel 10.000 berekeningen per seconde te kunnen uitvoeren.

Tot nu toe zijn er zestien zaken in Nederland geweest waarin geographic profiling is ingezet. Daarvan zijn er inmiddels zeven opgelost en drie zaken lopen nog. “Een goede score, hoewel misschien iets vertekend. Immers, je toont alleen maar aan dat je miskleunt als je de dader buiten je geoprofiel vindt. Maar daar ging je nu net bewust niet zoeken”.
Aan bewijsvoering draagt het slimme computerprogramma overigens niet bij. Geographic profiling lost dus geen misdaden op, het is slechts een hulpmiddel.

Vijf belangrijke gegevens zijn noodzakelijk voor het geoprofiel van de dader:
Zaakgegevens. Het misdrijf zelf, details over de locaties en plaatsen van delict, modus operandi, data, dag van de week, tijdstippen, weertype, wapentype, alleen of meerdere daders.
Geografische data. Waar hebben dader en slachtoffer elkaar ontmoet (reis- en looproutes), topografische gegevens, demografische gegevens, gebiedsomschrijving en gebruik van het land, ruimtelijke barrières, luchtfoto’s.
Slachtoffergegevens. Ras, sekse, leeftijd, sociale activiteiten en (gebruikelijke) reisroutes.
Gedragsanalyse / psychologisch daderprofiel.
Verdachten-data. Leeftijd, ras, sekse, criminele en justitiële gegevens, psychiatrische geschiedenis, transportmethodes en reisroutes, adressen van huidige en vroegere woon-en verblijfplaatsen, scholen en tewerkstellingen, locaties van familieleden, kennissen en vrienden.(In de VS worden ook DNA-profielen in het onderzoek betrokken).

Na het geoprofiel volgt meestal de recherchestrategie. Aangenomen dat de dader in een bepaald gebied woont, ‘kun je daarbinnen veel gerichter, efficiënter en intensiever zoeken en bij voorbeeld kiezen voor een grootschalig DNA-onderzoek binnen het gebied’.
Uit een aantal vage verdachten (nog steeds op basis van geographic profiling), kun je de aandacht richting op diegenen die in het gebied van het geoprofiel wonen.

Observatie en patrouillering gaan vervolgens plaatsvinden. Plaatselijke bewoners worden foto’s en/of compositietekeningen getoond, posters worden opgehangen, camera’s opgesteld, kentekens van verdachte auto’s die zich in dit gebied bevinden worden nagetrokken, zeker als de eigenaar van deze auto niet in dit gebied woont, er zal worden gefouilleerd.
Zijn er bekeuringen in het gebied uitgeschreven kort na een geconstateerd misdrijf? Dit kan duiden op het feit dat de dader in zijn werk gestoord is en geprobeerd heeft snel te ontkomen. Vraag bewoners te letten op alle verdachte bewegingen en geluiden.
Houden de activiteiten van de dader na deze maatregelen plots op en begint het ergens anders opnieuw, dan is het bijna zeker dat de dader uit het gebied van het geoprofiel komt.

Bij getuigen die een auto hebben zien wegrijden maar geen kenteken hebben genoteerd, kan de politie aan de hand van kleur, merk, type deze gegevens koppelen aan een postcodebestand van eigenaren van deze auto in en rond het gebied. De kring van verdachten is dan in één klap beperkt.

Op de website geographicprofiling.com staan een vijftal case studies van deze manier van misdaadanalyse die zijn uitgevoerd in het Verenigd Koninkrijk, Canada en Duitsland.
In een zaak in Duitsland hebben Britse politiemensen hun Duitse collega’s ondersteund met de oplossing van een zaak.

Het programma dat het politiekorps Limburg-Zuid aangeschaft heeft, is al jaren in gebruik bij de Britse politie.
Politiemensen die zich gaan bezighouden met geographic profiling moeten eerst een opleiding volgen. Deze duurt twee jaar en kost 150.000 euro.
Wereldwijd zijn er slechts 30 specialisten waarvan het grootste deel werkzaam is bij de FBI, Scotland Yard en de Royal Canadian Mounted Police. En nu sinds kort ook in Duitsland en Nederland.

De Financial Times Deutschland meldde dat het project van het korps Limburg-Zuid alleen kans van slagen heeft als nauw wordt samengewerkt wordt met de Belgische en Duitse collega’s.
Opmerkelijk is dat de Britse krant ‘London Times’ onlangs meldde dat met deze methode Jack the Ripper nooit enige kans gehad zou hebben om niet gepakt te worden.

Geographic profiling breidt zich dus steeds verder uit. De kans dat onschuldige mensen als verdachten gezien gaan worden neemt dus sterk toe.

Na Rasterfahndung en Schleppnetzfahndung uit de jaren tachtig zijn we aangeland bij een veel geraffineerder systeem van opsporing.
In een land dat steeds meer maatregelen neemt om criminelen en ‘terroristen’ op te pakken, waar bevoegdheden van politie-en veiligheidsdiensten steeds verder worden opgerekt, burgers nauwlettend in de gaten worden gehouden met wie ze bellen en welke websites ze bezoeken, kliklijnen die intensief worden gebruikt, worden de methoden van de overheid om de burger te controleren steeds grootschaliger.

Nu wordt geographic profiling nog gebruikt om serieverkrachters te achterhalen, maar wie garandeert dat dit uiterst slimme computerprogramma behalve serieverkrachters en brandstichters, overvallers en inbrekers, geen andere ‘misdaden’ kan opsporen?