De afgelopen twintig jaar is Sierra Leone verworden tot de pleisterplaats bij uitstek voor wapenhandelaars, maffiosi, spionnen, huurlingen en louche zakenlui uit alle uithoeken van de wereld. Het land waar tot voor kort een wrede burgeroorlog woedde, wordt stilaan leeggeroofd en ontdaan van al zijn functies als staat.


Dit is de mening van John Peleman in zijn brochure ‘Sierra Leone en de diamanthuurlingen’, uitgegeven bij de Antwerpse Internatio­nal Peace Information Service (IPIS), het belangrijkste onafhan­kelijke vredesdocumenta­tiecentrum in Vlaanderen.

Sierra Leone is het slachtoffer geworden van internationale diamantsmokkel door buitenlandse ‘investeerders’ die gesteund wordt door Britse huurlingen­legers en afgedekt wordt door corrupte presidenten die het land met behulp van buitenlandse geldschieters en adviseurs in een poel van criminaliteit, een gierende inflatie en de totale corruptie hebben geworpen. Zij zijn het ook die de burgeroorlog vanuit Liberia hebben geïmporteerd.

Sinds de onafhankelijkheid in 1961 hebben de diverse regeringen in het land geprobeerd om enig centraal gezag te verwerven over meer dan twaalf etnische groepen. Steun van lokale chefs werd afgekocht die dankzij het Britse koloniale systeem ook controle uitoefenden over de lokale economische activiteiten. In 1968 waren de diamantinkomsten goed voor een kwart van het BNP. De diamantconcessies werden over de toenmalige president en zijn eigen stromannen verdeeld. Een wijdvertakt systeem van cliënte­lisme en corruptie en een complete schaduweconomie had het land in de greep.

In de diamant-, goud-, olie-, en rijsthandel had deze president het voor het zeggen. Ook in de visserij, transport, toerisme, bankwezen en de bouwindustrie had hij samen met enkele buiten­landse partners een monopoliepositie.
Via dubieuze handel en manipulatie met wisselkoersen met Iran en de PLO werd er een grootscheepse roof van overheidsinkomsten gepleegd.
In deze periode probeerde de PLO voor de kust van Sierra Leone een eiland in handen te krijgen waar een trainingskamp geïnstalleerd zou moeten worden. Maar onder druk van een zekere Kalmano­witch, een Israëlische diamantsmokkelaar, Mossad-agent, handels­attaché van een Zuid-Afrikaans thuisland en voormalig Israëlisch regeringsadviseur ging de deal niet door.

In 1985 probeerde president Momoh de bezem door het land te halen. Tevergeefs. Hij zag dat met name Libanese handelaren en hun smokkelpraktijken de aflossing van Sierra Leone’s staatschuld in gevaar brachten. Saneringspro­gram­ma’s opgelegd door de Wereldbank en het IMF haalden eveneens niets uit.
Maar Momoh kwam in zijn strijd om een centraal gezag al gauw terecht bij internationale criminelen.
Om zijn rivalen uit te schakelen, rivalen die bij de clan van de vorige president behoorden, schakelde Momoh een Israëlische diamanthandelaar en geldschieter in, de genoemde Kalmanowitch. Al snel werd het land misbruikt voor het witwassen van diamanten die elders vandaan kwamen. Vooral Israëlische bedrijven maakten zich hieraan schuldig. Zij waren al eerder betrapt bij de smokkel en doorvoer van wapens via Sierra Leone voor het apartheidsbewind in Zuid-Afrika.
“Sierra Leone werd de draaischijf voor internationale misdaadkartels of clandestiene operaties van geheime diensten die gebruik maakten van het machtsvacuüm en de al bestaande corrupte circuits om hun eigen agenda uit te voeren”, aldus Peleman.

Met name Kalmanowitch blijkt een belangrijk figuur te zijn in de wereld van de illegale diamanthandel. Hij had connecties met de Russische maffia, werd in Londen gepakt voor chequefraude, kwam op borgtocht vrij, werd in Israël wegens Sovjetspionage veroor­deeld en kwam in 1993 opnieuw vrij. President Momoh verloor hierdoor een belangrijk steunpilaar.

Het jaar 1988 was een economisch rampjaar voor Sierra Leone. Meteen stonden er nieuwe Israëlische zakenlieden voor de deur om diamantcontracten af te sluiten die vervolgens net als hun voorgangers de edelstenen via het land witwasten en exporteerden.
In 1990 kwamen er voor het eerst huurlingen in het land, georganiseerd in para-militaire brigades van niet-Afrikanen die voor ordehandhaving in het mijnbouwgebied zorgden, de rebellen van het lijf hielden en in een aantal gevallen de mijnen probeerden te heroveren en de exploitatie van diamanten ter hand namen. Er brak voor het land een van de meest bloedige periodes aan waar het guerrillaleger dood en verderf zaaide.
In april 1992 werd het regiem van Momoh verjaagd. Ook zijn opvolger Valentine Strasser moest zich noodgedwongen de steun van internationale diamanthande­laars laten welgevallen.
In 1994 sloot hij een militair akkoord met Israël, dat grondstof­fenconcessies moest beschermen tegen plunderaars. Ook met De Beers sloot Strasser contracten af, totdat hij in 1996 het veld moest ruimen voor president Kabbah. Strasser had net als zijn opvolger, nauwe contacten met Executive Outcomes. Na zijn val vluchtte hij naar Groot-Brittannië.

Peleman concentreert zich in zijn brochure met name op Britse huurlingenlegers (beveiligingsfirma’s) die naar Sierra Leone zijn uitgestuurd om mijnbouwgebie­den te ontzetten, te beschermen en daarbij en passant concessies van de regering op te eisen. Dit levert naast de officiële soldij die ze al uitbetaald kregen, veel extra geld op. Peleman brengt een groot aantal Britse huurlingen­organisaties ter sprake: Sandline International, Defence Systems Ltd, Control Risk, J&P Security, Gurkha Security Guards Ltd.
Met name de rol van Executive Outcomes, die aanvankelijk fungeerde als een privé-inlichtingendienst voor De Beers en Anglo-American en later als een commercieel militair bedrijf, een “department for dirty tricks” met talloze connecties in het bedrijfsleven, wordt uitvoerig beschreven.
Deze huurlingen hebben uitgebreid ervaring opgedaan en zijn “vooral gespecialiseerd in het opknappen van vuile klussen voor de Britse geheime diensten in de voormalige kolonies”. Zijdelings hielden zij zich ook bezig met ivoor-, wapen- en drugshan­del.

Al deze destabilisatiecampagnes werden gedoogd door het Britse ministerie van Defensie, het Foreign and Commonwealth Office en gesteund door de Britse ambassadeur in Sierra Leone, Peter Penfold, die net als de chefs van de belangrijkste huurlingenor­ganisaties zijn carrière heeft opgebouwd binnen de Special Air Service (SAS), verantwoordelijk voor geheime operaties in de voormalige Britse kolonies.
Ook is het onthullend te zien hoe al deze huurlingenorganisaties met hun zwartgeblakerd blazoen, connecties hebben in de top van de politieke en financiële wereld en in de wereld van de Britse en Amerikaanse (militaire) inlichtingen­diensten.
De meeste gevechtsoperaties werden gecoördineerd met de Nigeri­aanse troepen van de ECOMOG-vredesmacht die met Alphajets luchtsteun boden tijdens de operaties van de huurlingen en het regeringsleger van Sierra Leone. Konvooien van de Britse marine lagen voor de kust en zorgden voor de logistiek.
“De Mossad, de Libanese milities, de PLO, MI-6, de CIA, de vrienden van de Apartheid met hun netwerken, de Russische maffia, (…) allen ontdekten ze de voordelen van deze oase van wette­loosheid en geïnstitutionaliseerde corruptie”, aldus Peleman. Ook leden van de ECOMOG vredesmacht waren betrokken bij de diamant­smokkel.

Het hele scala aan ‘beveiligingsfirma’s’, het strenge bezuini­gingsbeleid van de Wereldbank en het IMF in deze periode hielden het land in een criminele en ijzeren wurggreep waar gewiekste criminelen, maffiabazen, internationale drugshandelaars, wapensmokkelaars en financiers van staatsgrepen het land leeggeplunderd hebben. Peleman: “Toegang tot de grondstoffen is de belangrijk­ste inzet van deze nieuwe krijgsheren”.
Een andere internationaal gezochte crimineel verklaarde: “Mijn enige motief is de bescherming van mijn zakelijke belangen”, aldus Rakesh Saxena, een schatrijke bankier van Indiase afkomst, wapenhandelaar en financier van de coup in 1997 in Sierra Leone. Zijn moeder werkt op het Secretariaat van het Britse Gemenebest in Londen.