Het is niet overdreven te zeggen, dat de hele Westerse wereld jaloers is op de jarenlange grote bedrijvigheid van de stadstaat Singapore. Het maandblad “Foreign Policy” heeft hier uitvoerig over geschreven. Toen in 1819 Sir Stamford Raffles een Britse handelspost vestigde aan de monding van de Singapore-rivier, was hij vastbesloten, dat het een opslagplaats en vrijhaven zou worden, die zich zou concentreren op dienstverlening aan handel en scheepvaart. Nu zijn er maar weinig landen overgebleven, die bij Singapore in de schaduw kunnen staan wat economische verbindingen aangaat op de hele wereld.

De totale handelsomzet per jaar is nu in Singapore 13 keer hoger dan die van de Verenigde Staten van Amerika (in vergelijking met de portie van GDP). Hoewel het slechts een-tiende deel van de GDP van Italië heeft, ontvangt het dezelfde jaarlijkse hoeveelheid aan buitenlandse investeringen. Het maakt meer gebruik van moderne communicatiemiddelen (e-mail, internet) dan landen als Engeland en Duitsland. Er komt opvallend weinig corruptie voor. Singapore heeft gemiddeld zeven miljoen bezoekers per jaar. Dat is twee maal zoveel als het aantal inwoners.

De ontwikkeling van de stadstaat is afgeremd door vertragingen in de wereldeconomie, de oorlog tegen het terrorisme, beschermende maatregelen en het efficiënter maken van allerlei bedrijven. Minister Lee Hsien Loong zegt:
“Alle landen in Azië moeten streven naar meer zelfdiscipline. Ze moeten vrijwillig samenwerken met dezelfde gedragsregels. Ook op landbouwgebied, en daar hebben sommigen moeite mee. Landen met welvaart beschermen de boeren, om politieke redenen, door de invoer uit kleine arme landen tegen te houden. Je kunt moeilijk met honderd landen onderhandelen, als er een paar grote tussen zitten, die daar helemaal niet blij mee zijn. Dat is dan een probleem. Maar, Singapore oefent geen controle uit op de toevloed van kapitaal, dus het zakenleven heeft de ruimte om zich aan te passen, waar nodig”.

Lee Hsien Loong is van mening, dat Japan in grote moeilijkheden zit doordat het is vastgeroest in oude tradities, die van de ene generatie op de andere worden gehandhaafd. Rood-China heeft ernstige problemen met corruptie en allerlei veranderingen in het bestuur van het land, maar het ziet er niet naar uit, dat het regime in elkaar zal zakken, zegt Lee. De blijvende aanwezigheid van de Amerikaanse vloot in de Pacific acht hij van het grootste belang. Het hele gebied voelt zich daardoor beschermd en kan zich rustig ontwikkelen.

“De Chinezen kijken naar ons als een modelland, vanwege onze liberale economie en zouden het graag overnemen, maar wie kan zeggen of wat werkt in Singapore met weinig inwoners, ook zal werken in zo’n groot land. Hier kunnen we zeggen, dat de mensen moeten ophouden rommel op de grond te gooien in de stad, of anders krijgen ze duizend dollar boete, en dat gelukt, in een paar jaar. Probeer dat in China en er verandert niets. Maar in het algemeen is er de laatste jaren wel het een en ander verbeterd”.

Singapore lijkt wat op Londen of New York of München, maar is ‘t niet. Het is een multiculturele gemeenschap. De Moslims houden zich apart, maar de Christenen, Hindoes en Boeddhisten zijn bezig zich met elkaar te vermengen. Zij zijn er allen trots op Singaporeanen te zijn. Zij accepteren de strenge regels voor recht en orde, correct moreel gedrag, enz., want zij zien het nut daarvan in. De regering heeft ook gedragsregels voor de pers, radio en televisie, om de bevolking te beschermen tegen schadelijke invloeden. Het dagblad “Straits Times” wordt door velen beschouwd als de spreekbuis van de regering, maar zij hebben een vrijwillig gevolgde code.