De nieuwe Nederlandse wet ‘Toetsing van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding’ vrijwaart artsen van strafvervolging, als zij onder bepaalde voorwaarden euthanasie plegen en dit achteraf melden aan een regionale commissie voor toetsing.
Een internationale primeur, maar wat weet men daar eigenlijk van?

In het algemeen is de voorlichting over de nieuwe euthanasieregeling gebrekkig. De Nederlandse bevolking realiseert zich niet of nauwelijks, dat door deze regeling de bescherming van het leven in het strafrecht ernstig wordt uitgehold. Ook in gevallen van kwade trouw is de nieuwe regeling van toepassing, waardoor justitie niet of pas laat kan vervolgen. Dit is des te merkwaardiger, omdat het strafrecht nu juist is bedoeld voor kwade zaken.

Ook de voorwaarden waarop euthanasie mag worden gepleegd laten te wensen over. Een verzoek daartoe hoeft niet eens schriftelijk te worden gedaan, zodat achteraf in geval van twijfel er niets kan worden bewezen. Alleen patiënten die hun wil niet kunnen uiten, bijv. dementerenden, moeten hun verzoek om euthanasie tijdig op schrift stellen, wanneer zij dat nog kunnen.
De vrijwilligheid van het verzoek kan bovendien twijfelachtig zijn, omdat de omgeving iemand onder druk kan zetten.

Het criterium dat er sprake moet zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden, is bijzonder vaag. Bedoeld is lichamelijk of psychisch lijden. Op 30 oktober 2000 bepaalde de Haarlemse rechtbank evenwel in de zaak Brongersma, dat ook levensmoeheid van deze man van 86 jaar een reden voor euthanasie kan zijn.
En wat te denken van de pil van Drion voor zelfmoord, waarvan de minister van Volksgezondheid, mevrouw Borst, in NRC-Handelsblad van 14 april 2001 zei, dat zij daar niet tegen is. Over een dergelijke pil voor jong en oud wil de Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie in het najaar een brede maatschappelijke discussie aangaan. Dat hier de deur wijd wordt open gezet voor misbruik als dergelijke pillen vrij circuleren, spreekt vanzelf.

In wezen worden de artsen door de euthanasieregeling met een oneigenlijke taak opgezadeld. Zij moeten de drijfveren van de verzoeker goed kunnen peilen en zijn omstandigheden precies kennen. Daarvoor zijn zij niet opgeleid. Bovendien moeten zij soms al in een vroeg stadium zeker zijn van hun diagnose en de prognose van het verloop van de ziekte. De artsen zijn in Nederland overbelast omdat er veel te weinig zijn. Bovendien verkeren de ziekenhuizen in de problemen door een tekort aan artsen, bedden en verpleegkundigen, waardoor huisartsen ziekenhuispatiënten thuis moeten behandelen. Huisartsen zitten daarom echt niet op een extra belasting te wachten.

Bijzonder kenmerkend voor de nieuwe Nederlandse euthanasieregeling is bovenal het feit, dat deze regeling een sterk levensbeschouwelijk karakter draagt. De regeling gaat uit van het aardse bestaan, zonder oog te hebben voor een eeuwige werkelijkheid. Wie het lijden ontvlucht door de dood te zoeken, is van alles af. Geen godsdienst gaat van deze gedachte uit.
Het is daarom in wezen een agnostische regeling, voortkomend uit een geseculariseerde levensbeschouwing.