Op 22 juni jl. verliet Soner Önder eindelijk als vrij man een zwaarbeveiligde Turkse gevangenis. Op de dag af was het 12 jaar en zes maanden na zijn arrestatie op 17-jarige leeftijd op eerste kerstdag 1991.
Buiten de poorten van een Turkse militaire gevangenis in Tekirdag, ongeveer 135 km ten westen van Istanbul, viel Soner, inmiddels 31 jaar oud, zijn familie in de armen. Zijn vrijlating vond gisteren in de late namiddag plaats.

Ooms, neven en nichten waren overgevlogen vanuit Duitsland, Zweden, Nederland en diverse steden in Turkije, om samen met zijn moeder, drie van zijn broers en zussen en zijn advocaat bij de langverwachte hereniging te zijn. Huilend en applaudisserend omhelsden ze hem en kusten hem keer op keer op zijn wangen.

Soner is de jongste in een christelijk Syrisch-orthodox gezin van negen kinderen. Vier zusters en twee broers wonen in Europa. Zij zijn allemaal zo’n 15 tot 20 jaar geleden met hun gezinnen uit zuidoost Turkije geëmigreerd, toen in die regio de strijd uitbrak tussen de Koerden die een eigen staat willen en het Turkse leger. Soner heeft de meeste van zijn 15 neefjes en nichtjes nooit gezien; zij zijn geboren tijdens zijn gevangenschap.

Behalve Soner’s 74-jarige moeder, die twee maanden geleden vanuit Zweden naar Istanbul was gekomen in afwachting van haar zoons vrijlating, werd Soner ook herenigd met twee van zijn zusters en een broer.
De vrijlating van de jonge christen kwam drie dagen eerder dan aanvankelijk verwacht, omdat eerst geen rekening was gehouden met schrikkeljaren. In totaal heeft hij drie keer een 29e februari in de gevangenis doorgebracht.

Van het moment dat hij de gevangenis verliet tot ver na middernacht, werd Soner overstelpt met telefoontjes en bezoekjes van familieleden, vrienden en kerkleiders die allen deelden in zijn vreugde.

Die avond had zijn moeder zijn lievelingskostje voor hem bereid, ‘icli kofte’, gepaneerde, pittig gekruide gehaktballetjes. Toen men aan Soners moeder vroeg hoe ze vond dat hij eruit zag, keek ze stilletjes naar haar jongste zoon, en glimlachte. “Te dun,” zei ze, en ze schudde haar hoofd.
Soner heeft zijn verkorte levenslange gevangenisstraf voor vermeende betrokkenheid bij een Koerdische terroristische aanslag op 25 december 1991, nu volledig uitgezeten.

Tijdens het urenlange wachten bij de gevangenispoort van Tekirdag besprak Hasip Kaplan, de bekende mensenrechtenadvocaat die Soner vertegenwoordigt, de juridische status van zijn cliënt met de familie. Kaplan bevestigde dat de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) nog steeds op zich laat wachten.
Nadat Soner’s juridische mogelijkheden binnen het Turkse rechtssysteem waren uitgeput, heeft hij meer dan zes jaar geleden zijn zaak aanhangig gemaakt bij het EHRM in Straatsburg.

Soner’s vrijlating kwam minder dan een week na de beslissing van het Turkse Parlement om de staatsveiligheidsrechtbanken – Soner is door zo’n rechtbank berecht – officieel af te schaffen. Deze rechtbanken zijn in de jaren 1980 opgericht, toen het land werd bestuurd door het leger. Al twee decennia lang worden deze omstreden rechtbanken door het EHRM zwaar bekritiseerd.

Hoewel Kaplan had betoogd dat de ‘bekentenis’ van de tiener was verkregen door lichamelijke marteling, weigerde de Turkse rechtbank kennis te nemen van een officieel forensisch rapport dat Kaplans bewering bevestigde. Kaplan is van plan om, zodra het EHRM zijn uitspraak heeft gepubliceerd, een nieuwe procedure te starten bij een Turkse gerechtelijke instantie om Soner’s onschuld vast te stellen.

Soner was op de terugweg van een kerstdienst, toen hij in de bus werd gearresteerd. De politie was op dat moment bezig met een onderzoek naar een Koerdische terroristische aanslag op een plaatselijk winkelcentrum, waarbij doden waren gevallen.
Hij en zijn familie denken dat zijn arrestatie enkel was gebaseerd op het feit dat op zijn identiteitskaart staat vermeld dat hij is geboren in Diyarbakir, waar de opstandige Koerdische afscheidingsbeweging PKK actief was. Die strijd heeft uiteindelijk het leven gekost van 35.000 burgers en militairen.

Hoewel hij nooit heeft geprobeerd ze echt te tellen, schatte Soner gisteren het aantal kaarten en brieven die hij tijdens zijn gevangenschap in drie verschillende gevangenissen van christenen uit de hele wereld had ontvangen, op ten minste 11.000. Open Doors, de Nederlandse organisatie voor hulp aan vervolgde christenen, heeft al die jaren actie voor hem gevoerd. Politieke actie om zijn veroordeling te herzien heeft niet mogen baten, maar de oproep aan de achterban om kaarten naar hem te sturen kennelijk wel.
“Veel van die kaarten kon ik niet lezen,” gaf hij toe, “maar ze waren zo kleurrijk en ik werd er enorm door bemoedigd,” vertelde hij onder het genot van een kopje Turkse koffie. Aangezien het gevangenen niet was toegestaan om iets aan de muren van hun cel te hangen, had hij veel van zijn kaarten aan andere gevangenen gegeven.
Een van zijn eerste vragen was of er een mogelijkheid was om al die christenen te bedanken die hem hadden geschreven en voor hem hadden gebeden vanaf het moment dat tien jaar geleden zijn zaak internationale bekendheid kreeg. “Misschien kan ik iets op het Internet zetten,” mijmerde hij.

Soner wil zo gauw mogelijk naar zuidoost Turkije reizen om het graf van zijn vader te bezoeken en om familie en vrienden te bezoeken in Diyarbakir en de regio Midyat waar hij is opgegroeid. Hij is ook van plan op zoek te gaan naar een Engelstalige universiteit waar hij kan gaan studeren.
Soner heeft onlangs zijn studentenstatus vernieuwd, zodat hij tijdelijk wordt vrijgesteld van zijn militaire dienstplicht, die in Turkije 15 maanden duurt.