Nu de rookwolken rond de Deense cartoonrel opgetrokken zijn blijkt dat de aanstichters niet de Denen te zijn geweest.
Het idee om voor de islam beledigende cartoons te publiceren zou wel eens het idee geweest kunnen zijn van de voormalig Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George Shultz.

Dit schrijft althans het goed geïnformeerde Amerikaanse Executive Intelligence Review (EIR).

De op 30 september vorig jaar gepubliceerde cartoons in Jyllands Posten riepen aanvankelijk geen enkele reactie op. Toen in oktober dezelfde cartoons in Egyptische kranten verschenen, bleven eveneens reacties uit.
Pas toen het bepaalde islamitische heethoofden politiek goed uitkwam brak de rel pas uit. Een parallel doet zich voor met de georganiseerde campagnes tegen het boek van Salman Rushdie halverwege de jaren tachtig.

De commentaren in het NRC Handelsblad luidden: ‘De spotprenten waren niet meer dan een lont in een licht ontvlambaar mengsel van druk en spanningen, veroorzaakt door een veel breder scala van problemen in de islamitische wereld’
‘Het is duidelijk dat een stuk of wat onruststokers in Europa en de islamitische wereld de woede van de moslims hebben opgestookt en een paar verwoestende protesten hebben uitgelokt, met name de brandstichting in ambassades en kantoorpanden in Damascus en Beiroet. Dat is het politiek equivalent van het voetbalvandalisme in Europa’. ‘Aan beide kanten zijn de campagnes goed geregisseerd’.

Maar daarmee is nog niet de vraag beantwoord wie er eigenlijk achter de publicatie van de cartoons in het Deense dagblad Jyllands-Posten zat.

Volgens EIR publiceert het Deense dagblad regelmatig artikelen waarbij de verhoudingen tussen het westen en de islam op scherp gesteld worden.
Jyllands-Posten heeft vorig jaar bijgedragen aan de financiering en de oprichting van een politieke think tank. Deze think tank heet CEPOS, het Deense Centrum voor Politieke Studiën.
Met 80.000 Amerikaanse dollar afkomstig uit het Jyllands-Posten fonds kon het CEPOS vorig jaar maart zijn deuren openen. De organisatiestructuur van het CEPOS is als die van neo-conservatieve think tanks in de Verenigde Staten, zoals de Heritage Foundation en het American Enterprise Institute.
In de adviesraad en in het bestuur van CEPOS zit als erelid George Shultz.

De cultureel redacteur van Jyllands-Posten, Flemming Rose, droeg vorig jaar een aantal cartoonisten op de beledigende cartoons over Mohammed te tekenen.
In oktober 2004 reisde Rose naar de VS, waar hij in de jaren negentig correspondent geweest was voor een andere Deense krant.
Daar interviewde hij Daniel Pipes, een rabiate neo-conservatief en islamofoob. Pipes is lid van het Committee on the Present Danger (CPD), waar George Shultz mede-bestuurder van is. Shultz was van 1982 tot 1989 minister van Buitenlandse Zaken.
Andere leden van dit Comité zijn onder andere Joseph Lieberman, een neo-conservatieve havik, Robert McFarlane, voormalig nationaal veiligheidsadviseur onder Reagan en de voormalige CIA directeur James Woolsey, die advocaat was van de wegens ernstige fraude in ongenade gevallen Achmed Chalabi, voor korte tijd de stroman van de Amerikanen in Irak.
Op de webiste van het CPD wordt recentelijk opgeroepen tot de gewelddadige omverwerping van het regiem in Iran.

Toen Rose van zijn reis naar de VS naar Denemarken terugkeerde publiceerde hij direct een artikel genaamd ‘de dreiging van de islam’. Toen via internet onthuld werd dat Rose het idee voor zijn artikel van Pipes ontleend had, ontkende Pipes op zijn website in alle toonaarden dat hij hier wat mee te maken heeft gehad.

De vice-voorzitter van CEPOS, David Gress, zei in een interview in februari op de Deense radio dat het conflict tussen de islam en het westen ‘een nieuwe Koude Oorlog is, waarbij degenen die niet de Jyllands-Posten steunen, vergelijkbaar zijn met diegenen die vroeger de Sovjet unie te vriend wilde houden’.
Tussen 2001 en 2003 was Gress benoemd tot ‘John M. Olin Professor of History of Civilizations’ aan de Universiteit van Boston. De schatrijke Olin familie en de aan hen gelieerde Olin Foundation hebben miljoenen dollars gedoneerd aan de neo-conservatieve zaak.
David Gress is niet alleen vice-voorzitter van de CEPOS, maar zit bovendien ook in het bestuur van Jyllands-Posten.

De tachtigjarige Shultz laat zich geregeld gelden als een islamhater bij uitstek. Hij is nog steeds actief achter de schermen van de politiek, net als bij voorbeeld Henry Kissinger.
In januari pleitte hij in een persconferentie in Washington voor de omverwerping van het Iraanse regiem.
Shultz past uitstekend in het rijtje van de huidige neo-conservatieve machthebbers in Amerika.
Dat Shultz eerder de verhoudingen met de islam op scherp heeft weten te zetten, bleek uit documenten van de Internal Revenu Service (IRS), de Amerikaanse belastingdienst.
Daaruit werd duidelijk dat de Koret Foundation, een joodse liefdadigheidsorganisatie in San Francisco, een in Jeruzalem gevestigd instituut financieel ondersteund heeft. Het gaat om het Institute for Advanced Strategic and Political Studies (IASPS).
Het IASPS publiceerde in 1996 het zg.’Clean Break’ document, dat kort daarna aan de Israëlische premier Netanyahu werd overhandigd en waarin opgeroepen werd de Oslo akkoorden met de Palestijnen ongeldig te verklaren en de regiems in Irak, Iran en Syrië omver te werpen.

Top-adviseur bij de Koret Foundation is George Shultz. Via de Koret Foundation komt ook veel geld terecht bij het Hoover Institution en andere projecten van Shultz.
In 1996 kreeg Shultz de ‘Koret Prize’ voor zijn rol als adviseur voor de Israëlische economie. Onder premier Netanyahu gaf Shultz advies inzake economische en politieke kwesties en vooral hoe er met de Palestijnen omgegaan moest worden.
Shultz betrokkenheid bij de toenmalige Israëlische regering is eigenlijk nooit goed onderzocht.

Shultz was tevens korte tijd voorzitter van het Committe for the Liberation of Iraq (CLI), een verzamelbak van de meest gepantserde neo-conservatieven. Het CLI had nauwe contacten met het American Enterprise Institute en het Project For A New American Century.
George Shultz zit tevens in de adviesraad van het CLI. Het CLI krijgt direct steun van het Witte Huis, omdat het CLI destijds inzake Irak, nogal wat hardere tonen liet horen dan de Amerikaanse regering zelf wilde afgeven. Het droeg allemaal bij tot de oorlogsnevel die opgetrokken moest worden om Irak ‘legitiem’ aan te vallen.
Andere adviseurs van het CLI waren ex-CIA directeur James Woolsey en Richard Perle, top-adviseur van het Pentagon. Hij is degene geweest die medeverantwoordelijk was voor het beleid om het Amerikaanse leger op Irak af te sturen.

Hoofd van het CLI is Bruce Jackson, tot 2002 topman van wapen concern Lockheed Martin, producent van kruisraketten en voorzitter van het US Committee to Expand NATO.
Jackson is een van de bestuurders van het Project For A New American Century (PNAC), een in 1997 opgerichte think tank met het doel ‘het hele Midden-Oosten schoon te vegen’.
Het PNAC wordt onder andere gefinancierd door de John M. Olin Foundation.
Het PNAC is de spin in het web als het gaat om ‘regime change’ in diverse landen in het Midden-Oosten.

Weer een andere adviesfunctie bekleedt Shultz bij het WINEP, het Washington Institute for Near East Policy. Het WINEP heeft de publiek opinie bewerkt en opgezet tegen Irak en voor een Amerikaanse invasie in dat land. Andere top adviseurs van WINEP zijn ex-Navo generaal Alexander Haig en neo-conservatieve havik Richard Perle. Bij Perle komen vele touwjes in het conservatieve web samen.

Shultz heeft zijn sporen verdient in de strijd tegen de islam. Dat hij dat doet met het opzetten van mensen en organisaties tegen de islam is zijn gebruikelijke manier van doen.