De Belgische Staatsveiligheid heeft in het verleden intensief samengewerkt met de Britse Secret Service, onder meer bij de jacht op zionistische terroristen en de strijd tegen het Provisional IRA. Als dank kreeg de Staatsveiligheid al eens een kratje whisky toegestuurd. Dat blijkt uit The Defence of the Realm van Christopher Andrew, een nieuw boek over de geschiedenis van MI5.

Op 2 juni 1947 werden Betty Knouth en Jacob Elias gearresteerd aan de Belgische grens toen ze op het punt stonden om naar Frankrijk te gaan. In een valse bodem van de valies van Knouth zaten omslagen, geadresseerd aan Britse functionarissen, ontstekingsmechanismen, batterijen en een lont. Beide arrestanten bleken lid te zijn van de Stern Gang, een zionistische terreurgroep die gewapenderhand de Britten uit het toenmalige Palestina wou verjagen.
De groep had onlangs eenentwintig bombrieven verstuurd naar onder meer Winston Churchill, Anthony Eden en andere Britse toppolitici. Sommige brieven kwamen op de bestemming aan maar ontploften niet, andere werden tijdig onderschept.

De dubbele arrestatie op Belgisch grondgebied, overduidelijk als gevolg van een tip van de Britse Secret Service of MI5, gebeurde net voor de bombrieven in Groot-Brittannië arriveerden. De 21-jarige Betty Knouth, alias Gilberte of Elizabeth Lazarus, kreeg van de Belgische rechter een gevangenisstraf van een jaar wegens het smokkelen van verboden explosieven. Haar kompaan Jacob Elias, die in werkelijkheid Yaacov Levestein heette en een lange staat van dienst had als terrorist, werd veroordeeld tot acht maanden.

Na enige tijd werd Knouth vervroegd vrijgelaten, waarna ze een geïmproviseerde persconferentie gaf in een café in Parijs. “Of ik de bombrieven heb verstuurd? Spijtig genoeg werd ik door de Belgische politie gepakt vooraleer ik het kon doen”, verklaarde ze. “Volgens Belgische experts waren ze dodelijk. Ik vind het jammer dat ze niet ter bestemming zijn geraakt.”
In een tijd waarin alle aandacht gaat naar de strijd tegen Al Qaida en andere islamistische terreurgroepen is het nuttig om even terug te blikken in de geschiedenis. Stern en andere zionistische paramilitaire organisaties, zoals Haganah en Irgun, stonden in de tweede helft van de jaren veertig bovenaan op de prioriteitenlijst van MI5. De strijd tegen het zionistisch extremisme was zelfs de eerste grote contraterrorisme-operatie van de Britse dienst.

Menachem Begin was destijds de leider van Irgun, een groepering die onder andere verantwoordelijk was voor de bomaanslag in 1946 op het King David Hotel in Jeruzalem (91 doden). Yitzhak Shamir was een van de chefs van de Stern Gang, de kleinste en meest radicale van de drie zionistische groepen, een groep die in totaal 42 politieke moorden heeft gepleegd. Zowel Begin als Shamir werden later eerste minister van Israël en internationaal gerespecteerde staatsmannen.

Het oprollen van de Stern-cel in België was lang niet het enige voorbeeld van de puike samenwerking tussen MI5 en de Belgische veiligheidsdiensten. Zo werd de Belgische Staatsveiligheid in de jaren zeventig ook ingeschakeld door de Britse geheime dienst bij de strijd tegen het Provisional Irish Republican Army (PIRA). Daar bestonden gegronde redenen voor, want de Ierse republikeinse terreurorganisatie pleegde ook aanslagen op Belgische bodem. Op 22 maart 1979 werd bijvoorbeeld de Belgische bankier André Michaux in Brussel doodgeschoten. Het moordcommando had zich in het doelwit vergist en dacht abusievelijk dat de bankier de Britse vertegenwoordiger bij de NAVO was.

Diezelfde ochtend waren in Den Haag de Britse ambassadeur Richard Sykes en zijn butler doodgeschoten. Nog in datzelfde jaar was er de bomaanslag op een tribune in Brussel waar een Britse militaire muziekkapel zou gaan spelen waarbij achttien gewonden vielen. En in december 1980 werden in Brussel twee schoten afgevuurd vanuit een traag voorbijrijdende auto op de Britse EEG-commissaris Christopher Tughendhat. Al die aanslagen werden toegeschreven en in sommige gevallen opgeëist door het Provisional IRA.
In de jaren tachtig besloot het PIRA de aanslagen tegen Britse doelwitten op het Europese continent stop te zetten, maar begon de groep wel uitvalsbasissen op te zetten in België en Frankrijk, met de steun van lokale sympathisanten, om van daaruit bomaanslagen voor te bereiden in Groot-Brittannië en om wapens aan te kopen. Net als in andere West-Europese landen besloot de Belgische inlichtingendienst in nauw overleg met MI5 om een aparte afdeling op te richten die zich uitsluitend en voltijds bezighield met het PIRA. Dat werk resulteerde begin 1991 in de arrestatie van drie PIRA-leden in Brussel.
“Er werden waarschijnlijk levens gered”, schreef de baas van MI5 achteraf aan de Britse premier. “De operatie demonstreerde de nauwe samenwerking die bestaat tussen Europese veiligheidsautoriteiten in de bestrijding van het Ierse terrorisme.” Als dank stuurde MI5 een kist whisky naar de Belgische Staatsveiligheid.

Deze en vele andere verhalen staan beschreven in het onlangs gepubliceerde boek The Defence of the Realm. The Authorized History of MI5 (uitgeverij Allen Lane) van Christopher Andrew, professor moderne en hedendaagse geschiedenis van Cambridge University en sinds jaren dé specialist inzake de geschiedenis van de Britse inlichtingendiensten.
De auteur kreeg zeer uitzonderlijk vrijwel onbeperkte toegang tot de 400.000 documenten in het archief van MI5 en werkte sinds 2002 aan het project. Het resultaat is een pil van meer dan duizend bladzijden, of zoals een Britse krant schreef: “Een boek dat groot genoeg is om uit te hollen en er een Luger in te verbergen, en zwaar genoeg om er een duikboot vol spionnen mee tot zinken te brengen.”

De geautoriseerde geschiedenis van MI5 verscheen naar aanleiding van het honderdjarige bestaan van de geheime dienst. De beslissing om die verjaardag op die manier te vieren betekent een duidelijke breuk met de traditionele cultuur van geheimdoenerij die tot voor kort zo kenmerkend was voor nagenoeg alle (westerse) inlichtingendiensten.
Uiteraard moest de auteur zich houden aan een paar elementaire spelregels: geen informatie over potentiële doelwitten, geen gegevens over de gebruikte technieken en geen woord over de informanten en menselijke bronnen van de geheime dienst. Ondanks die beperkingen is het een zeer leesbaar boek geworden, met tal van nieuwe inzichten over de vele operaties, zowel mislukkingen en successen, van wat momenteel wordt aangeduid als de Security Service.

Artikel overgenomen van de Belgische website: www.werktitel.be