Op de studiedag rond de expositie ‘De ark van Noach’ in het museum ‘Het Oude Raadhuis’ op Urk waren op 26 oktober verschillende christelijke wetenschappers aanwezig. Vier lezingen vormden het kader voor de gedachtewisseling over de verschillende creationistische modellen die de wereldgeschiedenis beschrijven aan de hand van de geologische gegevens van de aardlagen. Alle christenwetenschappers kennen een enorme rol toe aan de zondvloed van Noach, die gedurende iets langer dan een jaar de aarde totaal omgewoeld heeft. Er is echter verschil van mening welke aardlagen tijdens de zondvloed, en welke daarna zijn gevormd.

Het meest verbreid, vooral in Amerika, is de gedachte dat het grootste deel van de aardlagen tijdens de zondvloed is afgezet. In Europa overheerst de gedachte dat een belangrijk deel van de aardlagen pas tijdens rampen na de zondvloed zijn ontstaan. Tijdens de discussie werden verschillende argumenten voor en tegen deze modellen aangevoerd.
Aan het einde van de dag was men unaniem van mening dat er meer gedaan moet worden om deze zaken voor een breder publiek toegankelijk te maken. Aan de studiedag namen ook vertegenwoordigers uit het onderwijs deel. Zij benadrukten dat het vooral voor jongeren belangrijk is om te weten dat er alternatieven zijn voor de beschrijving van de aardgeschiedenis. Jonge mensen nemen op school kennis van de evolutietheorie, maar voor een evenwichtige meningsvorming moeten ze de gelegenheid krijgen om een weldoordacht alternatief onder ogen te zien, waardoor de eenzijdigheid op dat punt doorbroken wordt.
Het streven is om in 2009 een antwoord te hebben op de activiteiten die de organisatoren van het Darwin-jaar voor dat jaar op stapel hebben staan.

Ook steeds meer seculiere wetenschappers erkennen dat in het verleden een enorme waterramp de aarde moet hebben geteisterd. Lange tijd heerste onder hen de gedachte dat de verschillende aardlagen heel traag sedert miljoenen jaren in betrekkelijke geologische en astronomische rust zijn gevormd. Spreken over catastrofes was taboe. Het besef begint echter door te dringen dat onze aarde verschillende ontzettende rampen heeft moeten verduren. Een voorbeeld van deze veranderende denkrichting is de acceptatie van de meteorietinslag, die verantwoordelijk wordt gehouden voor het uitsterven van de dinosauriërs.

Niet alleen in de geologie, maar ook op biologisch en genetisch gebied beginnen de vaste evolutionistische denkbeelden scheuren te vertonen. Onlangs werd ontdekt dat onder invloed van extreme milieufactoren sluimerende erfelijke eigenschappen plotseling tot uiting kunnen komen, en andere juist onderdrukt. Zo kan een organisme zich heel snel aanpassen aan het door catastrofen veranderde klimaat. Dit verschijnsel wordt methylering genoemd. Het onderzoek daarnaar bevindt zich nog in de beginfase.

Deze gegevens, en de vorderingen op alle gebieden van de wetenschap, leiden tot een herbezinning of de door velen aangehangen evolutietheorie wel een juist beeld geeft van de werkelijkheid.