Blijkens publicaties van de “Middle East Newsline”, “Arutz Sheva” en “The Jerusalem Post” heeft Syrië de laatste hand gelegd aan het vervaardigen van “Scud” geleide projectielen met chemische wapens.
Noord Korea heeft geholpen met het ontwerpen en installeren van de koppen voor “missiles” die een gevarieerde reikwijdte hebben van 250 tot 700 kilometer.


De chemische stof, die hiervoor is gebruikt, heet Sarin, dat als uiterst vergiftigt wordt beschouwd.

Volgens de Amerikaanse staatssecretaris John Bolton begon Syrië reeds in 1970 met het werken aan dit wapen, dat het gevaarlijkste is van alle chemische wapens, die in de Arabische wereld voorkomen. Sarin is een zenuwgas, dat zowel door bommen uit vliegtuigen als door geleide projectielen kan worden “afgeleverd”.
Het Israëlische parlementslid Efraim Sneh zegt, dat er in het zuiden van de Libanon honderden van zulke projectielen op zijn land gericht staan, die daar naartoe zijn gebracht door de Hezbollah (terreur organisatie). Als Syrië en Hezbollah samen deze wapens op Israël zouden afvuren, zou de verwoesting ongelofelijk groot zijn, aldus het “International Christian Zionist Center” in Jeruzalem.

In het verleden waren Syrië en Israël in een conflict met elkaar betrokken. Het begon reeds in 1948 toen Israël net gesticht was. Toen nam Syrië deel aan de acties van de Arabische Liga, maar Israël overleefde het. Syrië legde grote fortificaties aan op de hoogte van Golan. Ze beschoot aanhoudend de vlakte van Galilea. In 1967 was het tweede conflict. Syrië, ditmaal samen met Egypte en Jordanië, raakten in oorlog met Israël. Golan kwam terug in Israëlische handen.
Maar zes jaar later kwam “Yom Kippoer”, de plotselinge overval van Syrië en Israël moest een zware strijd voeren om Golan te houden (een vitaal bastion geworden).
Sindsdien heeft Syrië zich verder ontwikkeld tot een centrum van haat tegen iedere Jood op de wereld, de belangrijkste bron voor het aanmoedigen en bewapenen van terroristen en het herbergen van de gemeenste misdadigers, die Israël willen uitroeien.

De hoogte van Golan is onmisbaar voor het voortbestaan van de Joodse staat. Dit werd reeds vastgelegd in het “Mandate for Palestine” in 1922, door de toenmalige Volkerenbond in Genève toevertrouwd aan Engeland voor de stichting van een “Jewish National Home”. Een jaar later gaf Engeland het zowaar aan Syrië. Dit was echter in artikel 5 van het mandaat verboden.
Hierna gaf Engeland het aan de Fransen, die het inlijfden in hun eigen mandaat over Syrië, dat in 1945 onafhankelijk werd.
Daarop volgde het ombouwen van de Golan door de Syriërs, die niet aarzelden er een indrukwekkende operatiebasis van te maken voor het vernietigen van het “Jewish National Home” waar de Joden van droomden.

Zij droegen de Syriërs als buren geen kwaad hart toe en zij zouden zich er eerder van bewust zijn geweest, dat ze te maken hadden met doodsvijanden, als zij meteen hun tanden hadden laten zien. Israël heeft Syrië vrede aangeboden, plus economische en culturele samenwerking, maar dan moet het eerst een eind maken aan het bevorderen van terreur, het onderdak bieden aan terroristische organisaties, het indoctrineren van schoolkinderen met anti-joodse leuzen, en het voortdurend verspreiden van anti-Israël propaganda.

Daar kan niet over worden onderhandeld. Het is een normale grondslag voor beschaafd gedrag. Dat schijnt de regering in Damascus echter niet te interesseren. President Bashas Al-Assad koestert kennelijk heel andere plannen.