Kunnen we van landen, die bezig zijn de wereld te vergiftigen, verwachten dat zij vrede en welvaart zullen brengen in het Midden-Oosten?
Die vraag stelt Gerahom Gale in ‘The Jerusalem Post’.
Hij wijst met een beschuldigende vinger naar Syrië en het door haar bezette gedeelte van Libanon (met name de Bekaä-vallei).

De Syrische dictator is kwaad op de regering in Washington, omdat die heeft geweigerd zijn land te schrappen van het officiële lijstje internationale handelaren in verdovende middelen.
Velen hadden verwacht, dat de handelsbetrekkingen tussen Damascus en de Amerikanen hersteld zouden worden. Dat kan nu niet.

Degene, die plotseling een spaak tussen het wiel heeft gestoken, is Jesse Helms. Hij is o.m. voorzitter van de ‘coalition for Freedom’. Helms heeft als woordvoerder van het comité voor buitenlandse betrekkingen in de senaat gedreigd namen bekend te zullen maken van al de hooggeplaatste personen in Syrië, die bij de illegale handel betrokken zijn.
Iedereen wist, dat daar namen bij zouden zijn van de familieleden van president Hafez al Assad zelf. Dit terwijl Washington tevergeefs geprobeerd heeft Assad ertoe over te halen een vredesverdrag met Israël te tekenen.
President Clinton loopt in een grote boog om deze zaak heen.
#Tenslotte zijn handelaren in ‘drugs’ net zulke erge schurken als terroristen zoals Yasser Arafat.

Reeds in december 1992 heeft een comité van vertegenwoordigers van het Congress (criminaliteit en justitie) een rapport uitgebracht over de rol van Syrië bij het leveren van heroïne. Daar stond in, dat voordat Syrië Libanon binnenviel, in 1976, er maar heel weinig papavers werden verbouwd door de boeren. Daarna is het het voornaamste export-produkt geworden (in de vorm van hasj) om de economie van Libanon overeind te houden… onder de leiding van Syrië.

Negentig procent van de Bekaä-vallei staat vol papavers. Twintig procent van alle heroïne, die de Verenigde Staten binnenkomt is in Libanon gemaakt. Het rapport zei: “De Syrische regering en de Syrische militairen profiteren rechtstreeks van deze handel. Zonder hun hulp zouden produktie en transport stil vallen”.

#De hele boel is corrupt. Officieren en hoge ambtenaren werken persoonlijk eem aan het cultiveren en verzenden.
Een broer van de president, Rifaat, is erbij betrokken. Ook de minister van defensie Mustafe Tiaas, generaal Ali Doebah (hoofd van de Syrische militaire inlichtingendienst), en generaal Ghazi Kenaan (van dezelfde dienst, maar dan speciaal voor de afdeling Libanon).

Syrië neemt een steeds groter deel van de heroïnehandel op de wereld voor haar rekening, en legt alle protesten uit ‘het buitenland’ naast zich neer.
Rachel Khrenfeld schrijft in ‘The Wall Street Journal’, dat de Amerikaanse experts op het gebied van drugs hebben ontdekt, dat er via de luchthaven van Damascus grote hoeveelheden herone van elders naar fabrieken in de Bekaä-vallei worden gestuurd om ‘verfijnd’ te worden. Minstens vier ton cocaïne en heroïne per jaar.

Een groot deel hiervan is bestemd voor ‘de Europese markt’ en levert miljarden dollars op. Dat geld wordt gebruikt voor het financieren van terroristen, die dan op ‘het westen’ worden losgelaten met alle gevolgen van dien.

Sommige leden van de P.L.O. schijnen niet tevreden te zijn over de hoeveelheid geld die ze van deze handel ontvangen. Er zijn ruzies, die tot gewelddaden leiden.
Zo werd P.L.O. medewerker Halil Aboe Ma’alek onlangs in Yunis dor zijn ‘vrienden’ vermoord toen hij uit zijn limousine stapte. De Amerikaanse regering bemoeit zich hier zo weinig mogelijk mee, om president Assad niet onaangenaam te zijn.