Meerdere malen heeft de A.N.C.-leider Mandela in vage bewoordingen gesuggereerd dat hij het christendom welgezind is. De feiten bewijzen het tegendeel. Het zal niet anders zijn dan zijn (Mandela’s) flirt met de Islam en het Hindoesme.

Op 24 oktober 1993 is door het A.N.C. een cultuurfeest georganiseerd waaraan 60.000 mensen deelnamen. Daar hebben 32 toverdokters (sangomas) de geesten van de voorouders opgeroepen om Nelson mandela te zegenen. Deze ceremonie, kushisha impepho geheten, wordt doorgaans gebruikt om een mens macht, gezondheid, rijkdom en geluk te schenken. Mensenvlees en -bloed worden gewoonlijk gebruikt om de zegen kracht te geven. Vandaar veel rituele moorden. De hulp en de leiding van de vooroudergeesten wordt ingeroepen.

De plechtigheid werd gevolgd door 90 minuten gebed, zang en dans, geleid door een goeroe,een iman en een predikant. Het thema daarvan was: veel cultuur, één volk. Zelfs de Nationale Partij heeft een toverdokter geraadpleegd bij het kiezen van het nieuwe logo.

De volkstelling van 1990 wees uit dat 78% van de Zuidafrikaanse bevolking verklaarde christen te zijn. 4% was een andere godsdienst toegedaan en 18% zonder godsdienst. Maar in de overgangsgrondwet is vastgelegd dat geen taal, gen godsdienst en geen cultuur een bevoorrechte positie boven de andere mag hebben. Dit is niet bepaald democratisch. Een uitvloeisel van deze regel is dat christenonderwijzers verplicht worden daadwerkelijk bij te dragen aan de afbraak van het christendom.

Twee christelijke voorgangers, bisschop Isaac Mokoena en de heer Tamsanga Linda, die in 1986 in Duitsland protesteerden tegen de bevrijdingstheologie en de halsbandmoorden, zijn bij verstek ter dood veroordeeld.

Godsdienst wordt geaccepteerd als zij bijdraagt tot het door het A.N.C. gestelde doel. Welke godsdienst het moet zijn is van minder belang.