Jacob Lentz, de ontwerper van het Nederlandse Persoonsbewijs met foto en vingerafdruk maakte in 1940 op de Duitsers grote indruk vanwege de hoge kwaliteit van zijn werk. Het project Persoonsbewijs omvatte niet alleen de invoering van een verplicht bewijs voor iedereen maar bovendien de organisatie en uitvoering van een compleet bevolkingsregister. Nu op de drempel van het nieuwe millennium beschikt men over technieken waarvan Lentz nooit had kunnen dromen.

Het nieuwe Nederlandse paspoort dat uitkomt in 2001 zal waarschijnlijk met de volgende nieuwe technieken worden uitgerust:
1- Biometrie. Er komt een chip in die gegevens moet bevatten van een lichaamskenmerk, men denkt hier aan vingerafdruk, maar er zijn ook andere opties zoals de vorm van de hand, het oor, of zelfs de iris.
2- De foto wordt verwerkt in de pagina. Een digitale foto die opgeslagen kan worden in de computer behoort ook tot de mogelijkheden, maar dat is nog een onderwerp van nadere studie.
3- Er komt een soort antenne om informatie uit te zenden, zo kunnen paspoorten elektronisch worden gecontroleerd (bijv. als men door een poortje loopt) en  tevens informatie geregistreerd.

Al deze technieken, die men nu voor het paspoort wil gebruiken, worden elders al toegepast, ook in Nederland. Zo hebben alle asielzoekers een verplichte kaart met hun vingerafdruk. Biometrie wil men ook gaan gebruiken voor een nieuwe kaart, de ‘Burger Service Kaart’ voor o.a. uitkeringsgerechtigden. Delft wordt de eerste gemeente waar een experiment met deze kaart van start gaat en het is de bedoeling dat alle 100.000+ gemeenten spoedig zullen volgen.
Digitale foto’s die ook in de computer worden bewaard worden o.a. al gebruikt voor de NS kortingskaart. Zelfs het antennetje wordt al gebruikt, niet alleen bij huisdieren maar ook op scholen. Op het Graafschapcollege in Doetinchem heeft iedere leerling een verplichte chipkaart met antenne, gefabriceerd door Nedap in Groenlo. Zo kan de leraar op zijn scanner zien wie er in de klas zit. Over de nadelen van deze identificatie- en registratie technieken wordt in Nederland veel te weinig nagedacht, over de ethiek wordt al helemaal niet gediscussieerd.

Biometrie kan aanwijzingen geven over iemands gezondheid of emotionele toestand, ook kunnen raskenmerken worden afgeleid. Biometrie is ook niet zo onfeilbaar als het ons wordt voorgesteld. Zo bestaat bij een gering percentage personen de mogelijkheid dat zij bij hernieuwde biometrische identificatie door de apparatuur worden geweigerd. Omgekeerd bestaat de mogelijkheid dat die zelfde apparatuur andere ‘verkeerde’ personen wel accepteert.
In de wetenschap is men al druk op zoek om een relatie te leggen tussen biometrie en DNA. Vandaag de dag zijn DNA-databanken met gegevens van gevangenen (VS, Oostenrijk) maar ook gewone arrestanten (Engeland) al een feit.

Persoonlijke vrijheden komen steeds meer onder druk te staan, de grenzen die o.a. door de wet werden gesteld worden steeds meer verschoven ten nadele van de burger. In onze samenleving krijgt het paspoort een steeds grotere rol, het is niet alleen een reisdocument, het recht op allerlei voorzieningen zoals werk, onderwijs, ziektekostenverzekering enz. wordt steeds meer afhankelijk gemaakt van een identiteitsbewijs.
Omgekeerd worden identiteitsbewijzen steeds meer gebruikt om informatie te verkrijgen. Door het sofi-nummer, dat tegenwoordig machinaal leesbaar op het paspoort en rijbewijs staat als zoeksleutel te gebruiken, kan informatie uit diverse computerbestanden worden opgeroepen en gekoppeld.

Bij het verbeteren van het paspoort staat niet de mens maar het fraudegevoeligheid vraagstuk centraal. Men meent de oplossing gevonden  te hebben in biometrie, en zoekt daarom niet verder naar andere niet-persoonsgebonden technieken. Niemand kan echter, op dit ogenblik, de consequenties overzien van een wereldwijd identificatiesysteem op basis van biometrische kenmerken, waaraan bestanden met persoonlijke informatie kunnen worden gekoppeld.
In het kader van fraude- en criminaliteitsbestrijding wordt er een verregaand controlesysteem opgebouwd waarbij diep in de persoonlijke levenssfeer wordt ingegrepen. Het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, (een van de grootste verworvenheden van deze eeuw) wordt erkend in artikel 10 van de Grondwet, artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en artikel 17 van het Internationaal Verdrag Burgerlijke en Politieke Rechten.
Privacy wordt omschreven als het recht om met rust gelaten te worden. Door de opkomst van de informatietechnologie is er ook een ander privacybegrip ontstaan nl. de aanspraak om zelf te bepalen, wanneer, en welke informatie aan anderen wordt verstrekt. Voor biometrie gelden beide definities.

Als we  bovendien tegen onze wil aan biometrie worden onderworpen is ook artikel 11 van de Grondwet in het geding, het recht op onaantastbaarheid van het lichaam, bij de grondwetsherziening gedefinieerd als “het recht op afweer van invloeden van buitenaf op het lichaam.” Daarbij worden twee componenten onderscheiden, nl. het recht te worden gevrijwaard van schendingen van en inbreuken op het lichaam door anderen, en het recht zelf over het lichaam te beschikken.
Als we biometrie als vernederend ervaren zijn ook artikel 3 EVRM en artikel 7 IVBPR in het geding, waarin wordt bepaald dat niemand mag worden onderworpen aan foltering of andere onmenselijke of vernederende behandeling. Artikel 7 IVBPR is ook een waarborg tegen medische en wetenschappelijke experimenten waaraan men niet vrijwillig wordt onderworpen.

Veel mensen hebben dan ook ernstige bezwaren tegen deze ontwikkelingen, en verzoeken de regering om in de wetgeving op dit gebied een ontheffingsartikel op te nemen voor gewetensbezwaren. Om mogelijke gevaren te voorkomen is het echte het beste geheel van het biometrische paspoort af te zien.