De hoeveelheid fysiek geweld in tekenfilms steeg van gemiddeld 6 minuten per film in 1940 naar gemiddeld 9,5 minuten in 1999. Vooral de recentere animatieprenten zoals de Disney-film ‘The Hunchback of Notre Dame’ of ‘The King and I’ behoren met 24 minuten geweld per film tot de gewelddadigste die ooit gemaakt werden.
Tot die conclusies kwamen onlangs onderzoekers van de Faculteit Gezondheid van de Universiteit van Harvard. Hun studie werd gepubliceerd in het medisch vakblad ‘Journal of Medical Association’.


Het cliché dat een Disney-prent geen kwaad kan en per definitie het stempel ‘kinderen toegelaten’ krijgt, behoort definitief tot het verleden.

De onderzoekers hebben 74 tekenfilms van de afgelopen zestig jaren geanalyseerd. De belangrijkste vaststelling is dat de hoeveelheid opzettelijk fysiek geweld, of dat nu veroorzaakt wordt door vuurwapens, messen of zelfs pure toverkunst, in de hedendaagse langspeleranimatiefilm fors is toegenomen. In elke film had ten minste één personage bijna de hele tijd de bedoeling een lichamelijke gewelddaad te plegen. Toverkunsten worden in 23 procent van alle gevallen als wapen gebruikt.
In 62 procent van de animatiefilms wordt ten minste één persoon het slachtoffer van een gewelddaad.

Tekenfilmpersonages die als kwaadwillig worden geportretteerd krijgen veel meer te maken met geweld en doodslag dan de andere personages. De helft van alle gewelddaden is gericht op animatiefiguren met slechte bedoelingen. De meerderheid van de geweldacten in tekenfilms wordt dan ook gepleegd door goedaardige of neutrale karakters die het opnemen tegen de slechteriken. Bijna 75 procent van de onderzochte tekenfilms bevat een gemeen hoofdpersonage dat als tegenwicht moet dienen voor vredelievende karakters.

Geweld wordt in deze tekenfilms steeds meer naar voren geschoven als het ultieme middel om problemen of conflicten op te lossen. De boodschap is simpel: Goed kan alleen Kwaad overwinnen door gebruik van fysiek geweld. Daardoor krijgt geweld een steeds positievere lading.
Geweld in tekenfilms wordt als plezierig en grappig voorgesteld. De Walt Disney studio’s hebben hierbij niet alleen de jongste kinderen op het oog, maar in toenemende mate ook jonge volwassenen.

De vaststelling dat in tekenfilms slechteriken veel sneller het slachtoffer van gewelddaden worden dan de goedaardige personages, brengt bij kinderen de gevaarlijke boodschap over dat personages met slechte bedoelingen die gewelddaad met of zonder afloop verdienen, terwijl karakters met een goede inborst onvatbaar moeten blijven voor pijn en lijden in een fysieke confrontatie. Op die manier groeit een verkeerd wereldbeeld. Kinderen denken immers volgens de onderzoekers dat dit in het échte leven ook zo is. Geweld dat uitgaat van goede of neutrale karakters wordt in tekenfilms ten onrechte voorgesteld als minder serieus, juist door die personages voor te stellen als grappig of altijd goed gemutst.

Volgens Jan van den Bulck, professor communicatiewetenschappen aan de Katholieke Universiteit van Leuven gaat de Harvard studie niet ver genoeg. “De hoeveelheid geweld in tekenfilms wordt nog onderschat”. Er is volgens van den Bulck sprake van veel meer geweld in tekenfilms. Als er een slechterik verongelukt of iets vreselijks meemaakt, wordt dat in de Amerikaanse studie niet meegerekend. De onderzoekers leggen er te sterk de nadruk op dat geweld kinderen agressief maakt.
Het belangrijkste effect is volgens van den Bulck nog altijd dat geweld in tekenfilms aanvaardbaar wordt gemaakt. Bij kinderen worden mogelijke andere effecten van geweld onderschat. Een kind kan door het zien van geweldsscènes zeer angstig worden. Uiteindelijk is de kans groot dat kinderen geweld associëren met emotionele voldoening.

Van den Bulck vindt het positief dat de onderzoekers het aandurfden enkele Disney films openlijk als te gewelddadig te betitelen. “Iedereen die zo’n studie publiceert, riskeert veel reacties vanuit de filmindustrie. Er staan enorme commerciële belangen op het spel”. De Walt Disney studio’s aanvallen, zelfs met een wetenschappelijke studie, betekent in Hollywood inderdaad zoveel als heiligschennis. Bovendien beschikt Disney in Amerika over een enorme lobbymachine en een researchafdeling die hun uiterste best doet om het tegendeel te bewijzen. Journalisten die kritiek op Disney-films durven geven, krijgen het hard te verduren.