Tolerantie is een begrip dat bij de meeste christenen op ‘goodwill’ kan rekenen. Immers, het is goed om verdraagzaam te zijn, om rekening te houden met anderen die er wellicht anders over denken. Maar tolerantie binnen het christelijk denkkader kent een andere inhoud dan wat het woord tolerantie vandaag in brede lagen van de samenleving betekent.


De arts en christen Gerrit Jan van de Meent wilde solliciteren naar een part- time functie als ambtenaar van de burgerlijke stand om huwelijken te sluiten.
In de advertentie stond nadrukkelijk vermeld dat de sollicitant bereid moest zijn om alle huwelijken te sluiten, ook die tussen personen van hetzelfde geslacht. Hij  stapte naar de Commissie Gelijke Behandeling en diende een klacht in omdat hij zich gediscrimineerd voelde. Immers, hij werd uitgesloten van een functie vanwege zijn christelijke levensovertuiging. Van de Meent: “Wie letterlijk wil leven naar Gods Woord, kan niet aan een huwelijk tussen personen van gelijk geslacht meewerken!”

Van de Meent vond dat er tolerant zou moeten worden omgegaan met zijn gewetensbezwaren en hij leek de wet aan zijn kant te hebben. Zes jaar geleden, in 2002, oordeelde de Commissie in een gelijk geval immers nog dat iemand op basis van zijn gewetensbezwaren niet kan worden uitgesloten van die functie. Een dergelijke ambtenaar met een gewetensbezwaar is ook voor een gemeente geen problemen Als er tenminste voldoende anderen beschikbaar zijn die wel homohuwelijken willen sluiten.

Maar de tolerantie die er in 2002 in de samenleving nog wel was, bleek in 2008 verdwenen: Van de Meent werd in het ongelijk gesteld. Volgens de Commissie mag een gemeente niet discrimineren en biedt een gemeente in feite ruimte om te discrimineren als ze een ambtenaar in dienst heeft die niet alle huwelijken wil sluiten. Daarmee worden christenen die willen vasthouden aan de normen en waarden van de Bijbel effectief uitgesloten van bepaalde functies.

Het opmerkelijke is dat wat in 2002 nog volkomen in orde is, zes jaar later 180 graden gedraaid is, en als verkeerd veroordeeld wordt. De voorzitter van de Commissie Gelijke Behandeling prof Alex Geert Castermans beantwoordde na de uitspraak op de BNR Nieuwsradio enkele vragen. Het feit dat er in 2002 anders werd geoordeeld dan vandaag, verklaarde hij door de gewenning. Hij zei letterlijk dat christenen inmiddels een aantal jaren hebben gekregen om te wennen aan de nieuwe wet en ze nu maar moeten accepteren dat de regels zijn zoals ze zijn. Oftewel: wij zijn nu een aantal jaren tolerant geweest en nu is het uit.

Deze vorm van ‘tolerantie’ is een andere vorm dan die wij als christenen voor staan. Bij deze nieuwe vorm van ‘tolerantie’ is het feitelijk verboden om over bepaalde zaken een waardeoordeel uit te spreken. Niet langer mag gezegd worden dat bepaalde gedragingen zondig zijn, dat overspel, hoererij en onreinheid door God niet geduld worden (net zo min als gierigheid, lasteren of opvliegendheid om maar een paar dingen te noemen).
Op de keper beschouwd, lijkt het probleem neer te komen op het volgende: er worden geen vaststaande absoluten meer geaccepteerd. Goed en kwaad is niet absoluut, niet langer vaststaand, en al helemaal niet bepaald door de levende God en door Hem neergelegd in het Woord van God, de Bijbel.

De nieuwe ‘tolerantie’ kent nog wel normen en waarden, maar die worden bepaald door de heersende meningen en kunnen daarom verschuiven. Zo is het op dit moment verboden om onderscheid te maken op geslacht, seksuele geaardheid en religie. Maar morgen, of over tien jaar, kan dat weer anders zijn. Waar dergelijke ‘losse’ normen van goed en kwaad toe kunnen leiden, toont de geschiedenis aan, met excessen in Nazi-Duitsland, Maoïstisch China en Cambodja. Ook daar golden ‘eigen’ normen en waarden die tot absolute wet werden verheven.
De voorzitter van de Commissie Gelijke Behandeling Castermans gelooft niet in
vaststaande normen en waarden: “De wereld is niet onveranderlijk, dus de mensen ook niet.” En vervolgens gaat hij verder: “En godsdienst evenmin, want de tijden veranderen. Dus kan een toepassing van elke Bijbeltekst als een kameleon veranderen.”
En als iemand dat niet wil accepteren? Dat is volgens hem niet mogelijk. “Ik geloof niet in christenen die niet bewegen.” “Wie dat niet doet, is onverstandig en doet aan uitsluiting..”

Botsende grondrechten
De strijd rond het homohuwelijk en gewetensbezwaren is een strijd tussen de zogenaamde ‘botsende grondrechten’. Hierbij speelt de vraag wat zwaarder weegt: in dit geval het gelijkheidsbeginsel uit de grondwet, of het recht op godsdienstvrijheid. De jongste uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling wijst erop dat men het gelijkheidsbeginsel een zwaarder karakter begint toe te kennen dan de andere grondrechten.
Een ander punt is dat de grondwet feitelijk bedoeld is als een bescherming van de burger tegen de mogelijke willekeur van de overheid. Maar in de samenleving wordt steeds vaker gehoord dat het principe van grondrechten ook van toepassing is op burgers onderling. Bij de Wet gelijke behandeling is dat al een feit, Als u iets verkoopt of verhuurt buiten een zeer beperkte kring, is het al wettelijk verboden om iets exclusief te verkopen aan een christen, een vrouw of een heteroseksueel.

Genoemde uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling over een ‘trouwambtenaar’ die geen homostellen wilde trouwen, is vrij geruisloos aan Nederland voorbij gegaan. In het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad verschenen enkele commentaren en een enkele ‘zegsman in christelijk Nederland’ die beseft wat op het spel staat, toonde zich (terecht) geschokt. “Een aantasting van de democratie”, zei Peter Schalk, directeur van de Reformatorische Maatschappelijke Unie (RMU). Want iemand die weigert een homohuwelijk te sluiten, komt al bij voorbaat niet in aanmerking voor een baan als ambtenaar burgerlijke stand. “Dat is pas ongelijkheid”, aldus Schalk.
Maar wat we onder onze ogen zien gebeuren is in feite veel meer dan de discriminatie van enkele christenen; het is openlijk ongewenst verklaren van enkele zeer fundamentele normen en waarden zoals God die in de Bijbel geeft. Daarmee wordt God opnieuw aan de kant gezet. Te lang al hebben wij christenen geprobeerd om ons aan te passen aan de veranderende situaties, onszelf voorhoudend dat er nog wel mee te leven viel. In de Algemene Wet Gelijke Behandeling waren immers werkbare uitzonderingssituaties opgenomen voor christelijke scholen en kerken….? Langzamerhand wordt duidelijk dat die uitzonderingssituaties slechts tijdelijk geduld worden. Wat betreft de samenleving staat er maar één weg open, en dat is ons aanpassen aan de normen en waarden van deze tijd. Wie dat niet wil, wordt langzamerhand ongewenst.
Nu het verder accommoderen en aanpassen onmogelijk lijkt te worden, rest er nog maar één oplossing: terug naar het Woord van God. Ook in de maatschappelijke discussie dienen we dat te laten gelden als de enige gezaghebbende autoriteit. Laten we bidden dat er mannen, die vervuld met de wijsheid en het gezag van God opstaan, zullen opstaan en kunnen zeggen: zo spreekt de Heere.
Christians for Truth Nederland