“De bescherming van de persoonlijke levenssfeer is de afgelopen jaren steeds meer teruggedrongen en wordt in de kern bedreigd.  Over de hele samenleving wordt geleidelijk een onzichtbaar net van bewaking en controle gespreid. Het bestaan daarvan wordt ons pas duidelijk als we met de negatieve gevolgen daarvan geconfronteerd worden.”
Dit is een gevolg van de toenemende automatisering en digitalisering van het openbare leven en met de onstuitbare opmars van de computermaatschappij waarbij alle privacy van de burger op de tocht staat.


Steeds meer mensen in de wereld hebben toegang tot internet. Dit gigantische computernetwerk kent een wereldomvattende informatiestructuur met een onoverzienbare hoeveelheid informatie, met name persoonsinformatie die in principe met elkaar verbonden kan worden, onafhankelijk van het oorspronkelijke doel waarvoor de gegevens zijn verzameld.
Steeds meer openbare diensten leveren hun waar via internet, steeds meer commerciële activiteiten spelen zich af op het internet, steeds meer privé-leven van de burger komt op internet terecht. En ook steeds meer criminaliteit vindt plaats via internet. Deelnemers op de digitale snelweg laten steeds meer sporen na op het internet. Opsporing en bestrijding van criminaliteit vindt al voor een groot deel plaats via internet.
Door internet ontstaat een virtuele wereld, een nieuwe digitale realiteit, die voor velen niet meer van de reële wereld te onderscheiden valt en waar persoonlijke contacten vervangen zijn door contacten via toetsenbord en beeldscherm. Door al deze toenemende activiteiten op de digitale snelweg kunnen er ook makkelijk zg. gebruikersprofielen samengesteld worden, via de IP adressen.
Er komt steeds meer info op het internet over steeds meer mensen waarover steeds beter per individu klassificerende uitspraken gedaan kunnen worden. Zo kan internet ook als instrument in een onderdrukkingsapparaat worden gebruikt.

Dit stelt Peter Schaar in zijn recente boek ‘Das Ende der Privatsphäre – Der Weg in die Überwachungs gesellschaft’.

Door zogenaamde Community Services worden gemeenschappelijke sociale, politieke, religieuze of elke andere interesse met elkaar door personen verbonden. Zo kunnen omvangrijke sociogrammen van hele maatschappelijke groeperingen opgesteld worden.
Nu is het al mogelijk om iemand na te trekken welke scholen hij of zij gedurende zijn leven heeft bezocht. Het verzamelen van informatie over zo iemand via klas- en studiegenoten is een peuleschil geworden. Voor een deel als gevolg van het feit dat mensen zelf hun privé leven via internet etaleren.

In ‘Ubiquitous Computing’ (Ubicom) bestaat er eenvoudig geen privacy meer. De mensen zijn omgeven door een verzameling kleine en grote computers die veelal draadloos met elkaar kunnen communiceren en die in dienst staan van degenen die van hun diensten gebruik willen maken.
Hierbij kan gedacht worden aan onderwerpen als energie efficiënte architecturen, ubiquitous computing in huis, lichtgewicht ad-hoc netwerken en toepassingen en sensor netwerken.
Ubicom wordt wel beschreven als een nieuwe periode waarin een nieuwe generatie computers het voor het zeggen zal hebben en waar alle controle en beslissingscapaciteit uit handen genomen wordt door computers.  Je kan hierbij denken aan een chip in je hoofd waarmee je veel sneller studeert. Bier dat zichzelf, met behoud van smaak, alcoholloos maakt op het moment dat je te dronken wordt. Niks geen toekomstmuziek. Vandaag de dag kan het allemaal.
Een ‘zelfdenkende’ auto die het rijgedrag controleert en corrigeert. Een ‘intelligent’ huis dat zichzelf op slot gooit als het zich ‘onveilig voelt’. RFID zal hierin een grote rol gaan spelen. De mobiele mens in de 21e eeuw moet ten allen tijde bereikbaar, traceerbaar en controleerbaar zijn, aldus Schaar.

Schaar vraagt zich af of er onder deze omstandigheden nog wel een adequate privacybescherming kan bestaan. Alle technische programma’s die de privacy enigszins moeten beschermen zijn verdacht, omdat ze dankbaar door criminelen misbruikt worden. De burger heeft nauwelijks nog zelfbeschikking om te bepalen aan wie hij wel of geen geen persoonlijke gegevens wil afstaan.
Schaar behandelt in zijn boek de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van de informatietechnologie, voor zover er een link bestaat met privacybescherming. Peilzenders, GPS systemen in mobiele communicatie-apparatuur, Location Based Services, scoring-systemen, database marketing methoden, identiteitsfraude en controle- en volgsystemen om mensen 24 uur per dag in de gaten te houden.
Vaak worden altijd de voordelen van dit soort systemen uitvergroot, maar over privacyaantasting wordt nauwelijks gerept. Gebrek aan privacybescherming wordt op de koop toe genomen.
Maar ook telefoontaps, genentests, uitgebreide videocamera controle in de openbare ruimtes en biometrische identificatiesystemen passeren de revue.
Met behulp van tolsystemen met automatische kerntekenherkenning is men in staat om iemand met een openstaande boete feilloos uit een grote verkeersstroom te filteren. En met name op het gebied van de gezondheidszorg hakken deze ontwikkelingen er diep in. Privacybescherming staat hier wel het meest onder druk.

Na de aanslagen van 11 september 2001 is er in de hele wereld wetgeving aangenomen die nog meer op controle en preventie van terrorisme en andere vormen van criminaliteit is gericht. De privésfeer van de burger is na 11/9 sterk ingeperkt. Het is de kritiek van alle privacy experts in de westerse wereld.
Schaar: “Tegen de teugelloosheid van de staat inzake controle van de burger moet de samenleving tegenwicht bieden.” “We zijn eigenlijk al veel verder met allerlei controle- en bewakingstechnieken zoals George Orwell die in zijn boek ‘1984’ beschreef. Een boek dat in 1948 verscheen.
Maar de visie van Orwell is gelukkig niet werkelijkheid geworden. De democratie is tegenwoordig wezenlijk meer verbreidt dan toen.” “Maar overheden zien hun burgers wel steeds meer als een risicofactor, als potentieel criminelen of als daders. Hoe meer de staat de burger controleert, des te slechter is het met de privacybescherming gesteld.”

De komst van de Patriot Act in de Verenigde Staten, een maand na de aanslagen, en de uitwerking daarvan in Duitsland worden door Schaar terloops aangestipt. Grondrechten worden steeds meer ingeperkt. Een ontwikkeling die tot op de dag van vandaag gaande is.
Ook de scheiding tussen politie en geheime dienst, c.q. de Bundesnachrichtendienst, wordt steeds vager. Na de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers door hun ervaringen met Hitler tussen politie en geheime dienst een strikte scheiding aangebracht. Een scheiding die anno nu, met verwijzing naar terrorismebestrijding, steeds onduidelijker wordt. Ja, er is sprake van vergaande overlappingen in taken en inzetgebieden.

Privacybescherming moet al in een veel eerdere fase serieus genomen worden en niet pas naijlend, achteraf. Bij de implementatie van allerlei geautomatiseerde systemen moet privacybescherming een zelfstandig onderdeel van het systeem worden. Dit lijkt op een technisch probleem, in feite is het een ethisch vraagstuk: hoe wil de samenleving met technieken en de daarbij horende elektronische sporen die een ieder van ons achterlaat, omgaan. “Pas als er over deze vraag een consensus bestaat, is er hoop om de persoonlijke levenssfeer in het informatietijdperk in stand te houden of weer te herstellen.”

Peter Schaar (1954) is auteur van verschillende boeken over privacyvraagstukken. In de afgelopen twintig jaar heeft hij zich beziggehouden met alles wat met privacybescherming te maken heeft. Sinds 2003 is hij door het Duitse parlement aangesteld als privacybeschermer. (Bundesbeauftragter für den Datenschutz und die Informationsfreiheit).

Peter Schaar: Das Ende der Privatsphäre – Der Weg in die Überwachungsgesellschaft -,
C. Bertelsmann, München, 2007, 255 pag.