“De transhumane mens is een verbeterde mens, niet noodzakelijk een beter mens. Net als de huidige mens is de transhumane mens imperfect in een imperfect universum. Ook hij zal dus zowel existentiële als dagelijkse problemen moeten overwinnen, maar wel op een hoger niveau”. Dit beweerde Philippe van Nederveld onlangs in het Flux magazine, een uitgave van het Rathenau Instituut.

Van Nedervelde is onder andere Europees directeur van het Foresight Nanotech Institute, een Amerikaanse denktank op het gebied van nanotechnologie. Hij is onder meer adviseur van het Belgische leger en een van de oprichters van de Order of Cosmic Engineers, een nieuwe transhumanistische organisatie die onder meer mensen een wetenschappelijk verantwoord ‘warm en toegankelijk’ alternatief wil bieden voor de ’emotionele’ kilte die is ontstaan door het verdwijnen van de religie.

Het transhumanisme is een convergentie van evolutie, humanisme en informatietechnologie, waarbij uiteindelijk mens en computer zullen samensmelten. Het transhumanisme is een recente vorm van speculatieve filosofie die probeert om de door de natuur gestelde grenzen van het menselijke bestaan te doorbreken. Transhumanisten beogen hiermee het traditionele humanisme tot de uiterste grens te verkennen en zelfs te overstijgen. Het doel waar transhumanisten naar streven is om posthumanisten te worden.

Transhumanisme wordt door sceptici beschouwd als de diepgewortelde behoefte van de mens, en ook de wetenschappelijke georiënteerde en materialistische mens, om toch het paradijs te scheppen met behulp van supertechnologie waarbij de mens boven zijn grenzen uitstijgt en zichzelf tot God transformeert.

Het transhumanisme heeft oude wortels. Vele filosofen hebben de afgelopen eeuwen nagedacht over hoe de mens te verbeteren is. In de vorige eeuw is het transhumanisme in een stroomversnelling terechtgekomen omdat belangrijke wetenschappers en futurologen zich gingen bezighouden met de praktische kanten van het transhumanisme.

Momenteel is er uitgebreide literatuur voorhanden van diverse voormannen en stromingen binnen het transhumanisme. Transhumanisten willen niet alleen een verbeterde mens, maar ook uiteindelijk een beter mens. De maakbare samenleving vanuit de bottom-up gedachte. Zo kunnen allerlei technologieën ingezet worden om deze mensverbetering te realiseren. De meest zorgwekkende ontwikkeling zijn de zgn. convergerende technologieën, een samensmelting van nanotechnologie, biotechnologie, informatietechnologie en cognitieve wetenschappen.

Bovengenoemde transhumanist van Nederveld zei in Flux magazine dat de komende decennia deze ontwikkelingen “ons kunnen verpletteren”.  Het transhumanisme gaat zelfs zover om overledenen in te vriezen met het doel, als in de nabije toekomst het juiste medicijn op de markt is, hen weer tot leven op te wekken. Zo bestaat er in de Verenigde Staten een organisatie genaamd Alcor. Deze vriest dode mensen in met de bedoeling ze weer tot leven te wekken als wetenschap en techniek er klaar voor zijn.

In de verdere toekomst, als de mensheid de zogenaamde technologische singulariteit bereikt, worden volgens hedendaagse transhumanisten de mogelijkheden welhaast onbegrensd. Zo verwachten transhumanisten dat ook de aarde zelf, het zonnestelsel en uiteindelijk eventueel de rest van het universum worden aangepast aan de behoeftes en wensen van de posthumans, dit met behulp van Megaschaal technologie en Ruimte-Tijd technologie.

Transhumanisme is dus een filosofie die het gebruik van de technologie verdedigt ten behoeve van de overwinning van onze biologische tekortkomingen en de transformatie van het menselijk bestaan. De snelle groei van de technologische ontwikkeling opent het uitzicht op revolutionaire ontwikkelingen zoals bovenmenselijke kunstmatige intelligentie en moleculaire nanotechnologie.