Soner Onder (21 jaar), lid van een godsdienstige-etnische minderheid in Turkije, werd veroordeeld tot de doodstraf omdat hij ‘zogezegd’ had deelgenomen aan een aanslag op een groot warenhuis in Istanboel in december 1991. Omdat hij nog minderjarig was op het ogenblik van de aanslag, werd zijn straf omgezet in levenslang.


Aldus Willy Fautré, die voor EGLISI een interview heeft afgenomen met de zuster van Soner Onder, mevr. Circis M.Simset

Sinds zijn aanhouding op 25 december 1991 is Soner Onder gevangengehouden in Bayrampasa, de wreedste gevangenis van Turkije. Hij werd twee weken lang ondervraagd zonder een advocaat te mogen raadplegen of enig bezoek van zijn familie te ontvangen. Pas tien dagen later kreeg de familie kennis van wat er met hem was gebeurd, en dan nog via een vriend van hem.
Een broer van hem, Yakup, brengt hem nu tweemaal per week bezoek maar in barbaarse toestanden. Zij zijn gescheiden door twee rijen tralies en staan op tien meter afstand. Gedurende de bezoeken, die collectief en zeer luidruchtig zijn, loopt een agent heen en weer in het zogenaamde niemandsland.
Voedselpaketten mogen niet afgegeven worden, tenzij men een gedeelte ervan, of geld, afgeeft aan de bewaker.

Op kerstdag 1991 was Soner Onder naar de mis gegaan in de Syrisch-Orthodoxe kerk te Bakirkoy. Na de dienst stapte hij in een busje om naar huis terug te gaan. Onderweg werd het busje tot stilstand gedwongen door de politie.
P.K.K.-jongeren hadden een aanslag gepleegd tegen een groot warenhuis in Bakirkoy, waarbij twaalf mensen het leven hadden verloren. De politie zocht de verdachten in de richting van mensen afkomstig uit het Zuid-Oosten van Turkije, waar Koerden wonen.
Een van de agenten begon de paspoorten na te zien en vroeg of er ook studenten waren. Soner Onder maakte toen bekend dat hij een student was. Hij studeert voor ingenieur aan de Technische Universiteit in Instanbul.
Op de vraag of hij een Armeniër was, antwoorde Onder dat hij dat niet was, daarbijvoegend dat hij woonachtig was in Midyat, een stad in het Zuid-Oosten van Turkije.

De agent gebood hem toen uit het busje te stappen en Onder werd toen meegenomen naar het politiebureau. Daar werd hij op een brutale wijze geslagen en aan electrische schokken onderworpen.
Vervolgens werd hij aan zijn handen opgehangen en met brandende sigaretten gefolterd, en daarna sexueel mishandeld. Zijn folteraars hebben ook nog getracht hem te besnijden, maar dat is niet gelukt.
Twee weken werd Onder op zo’n wijze gemarteld dat zijn gezondheidstoestand gevaar liep. Daarna werd hij in een militair ziekenhuis onder medische behandeling geplaatst. Daar werd bevestigd dat hij inderdaad gemarteld is.

Officieel werd Soner Onder beticht er van deelgenomen te hebben aan de aanslag op het grote warenhuis. Onbegrijpelijk, vindt mevr.Simset, daar hij zich niets van politiek aantrok.
Na twee weken foltering werd hij geblinddoekt en legde men hem een document voor (waarvan hij de inhoud niet kende) en werd hij gedwongen dit te ondertekenen.
Voor de rechtbank heeft hij zijn gedwongen bekentenissen ingetrokken. Volgens het politierapport, dat hij geblinddoekt moest ondertekenen, stond dat hij op de plaats van de aanslag werd aangehouden met een molotov-cocktail in zijn hand. Deze molotov-cocktail zou hij hebben gekregen van een zekere Luftu Yavuz. In datzelfde rapport stond ook dat hij op heterdaad werd betrapt met nog vijf andere verdachten, waaronder Luftu Yavuz; allen gewapend met molotov-cocktails.

Het politierapport is volgens mevr.Simset echter van a tot z vervalst. Aan het eind van de rechtspraak werden 18 van de 28 beschuldigden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Soner Onder en zeven anderen kregen de hoogste straf, ‘levenslang’. De doodstraf voor Onder werd vanwege zijn toenmalige leeftijd in ‘levenslang’ omgezet.

Volgens mevr.Simset is het onbegrijpelijk dat haar broer niet wegens gebrek aan bewijs is vrijgesproken. Soner Onder heeft beroep aangetekend bij het Hoogste Gerechtshof, waarvan de beslissing elk moment kan binnenkomen. Er kan slechts gehoopt worden op barmhartigheid of een presidentiële gratie.
Blijft hij opgesloten, dan kan zijn geval gebracht worden bij de Europese Commissie van de Rechten van de Mens, en dan het Europese Hof te Straatsburg. Maar daarvoor is veel hulp nodig. Aldus DDLH.