De belangrijkste banken, gas-en oliemaatschappijen in Hongarije zijn in korte tijd in handen van buitenlandse multina­tionals gekomen. Er is sprake van een totale uitverkoop van belangen aan kapitalistische superconcerns die Hongarije tot een massale privatiseringsgolf hebben gebracht.

Halverwege de jaren negentig werd een begin gemaakt met de privatisering van grote Hongaarse bedrijven. Sindsdien stromen de westerse multinationals en kre­dietverleners het land binnen. Ook geldt Hongarije als ‘over-banked’. Liefst 42 banken bewegen zich op de financiële markt. “Dat is meer dan genoeg”, aldus Werner Gnoth van het Instituut voor Economisch Onderzoek in Halle.
Volgens de Süddeutsche Zeitung zijn er in Hongarije vanaf begin dit jaar 21 geprivati­seerde of nieuw opgerichte banken actief. Daarbij komen nog 19 grote kredietverleners die in buitenlandse handen zijn.
Alleen de Hongaarse Handelsbank en de Eximbank zijn nog in handen van de Hongaarse staat. Maar twee derde van het totale kapitaal in de Hongaarse banken is in bezit van buitenlandse banken. En sinds begin dit jaar mogen nu ook buitenlandse banken in Hongarije zelfstandig filialen opzetten in het land. Door bemiddeling van de OECD en de EU kon het zover komen.

In 1995 werd de Budapest Bank als eerste Hongaarse bank gedeelte­lijk aan de European Bank for Reconstruction and Development en CE Capital verkocht. Twee jaar later volgde de privatisering van de nationale spaarbank OTP.
Ook de op twee na grootste bank van Hongarije, de Handels-en Kredietbank, werd voor 55 miljoen mark aan de Belgische Krediet­bank en het Ierse verzekerings­concern Irish Life verkocht.

Dit alles heeft de Hongaarse regering veel geld gekost, maar daarentegen kunnen Hongaarse bedrijven nu nog makkelijker aan westers kapitaal komen dankzij talloze wetsveranderingen en hervormingen. Het gevolg daarvan is dat de privatise­ringsgolf nog meer toeneemt en meer bedrijven in handen van westerse supercon­cerns vallen. Handels-en investeringsbanken, verzekeraars en andere financiële instellingen zien op lange termijn goede tijden tegemoet in Hongarije.

Ook Duitse banken zijn zeer actief in Hongarije. De Deutsche Bank opende in 1990 een kantoor in de hoofdstad. Begin april jl. nam de Deutsche Genossen­schaftsbank de Hongaarse Takarekbank voor 61% over. In 1994 was de Bayerische Landesbank Girozentrale voor een kwart betrokken bij de Hongaarse Spaarbank. Eind 1995 partici­peerde de Deutsche Entwicklungsgesellschaft voor 33,8% in de Hongaarse Spaarbank. Het totale volume van buitenlandse investe­ringen in Hongarije bedraagt momenteel 32 miljard mark, waarvan 2 miljard direct in de financiële sector werd gepompt.
In 1997 volgde de Buitenlandse Handelsbank, waar de Bayerische Landesbank een belang van 50,8% in kreeg. Volgens de Wall Street Journal onderhandelt Dresdner Kleinwort Benson momenteel met de Hongaarse staat en de Postabank inzake een financiële injectie. Dresdner Kleinwort is onderdeel van de Dresdner Bank AG, een bank die zeer actief is in overnames in Oost-Europa.

Bestuurslid Drabbe van de ABN Amro zei recentelijk in de Telegraaf: “Wij willen niet gezien worden als lijkenpikkers”, Dit zei hij toen zijn bank de Thaise Bank of Asia bezig was in te lijven. Kennelijk hebben bestuursleden van banken enige schroom voor de publieke opinie als het gaat om hun reputatie. Overnames zijn allen gebaseerd op dezelfde principes en belangen.

Maar niet alleen Hongaarse banken worden opgeslokt, ook de gas-en electrici­teitsbedrijven in het land worden opgekocht. Internatio­nale concerns kopen eenvoudigweg het staatsmonopolie op. (Süddeutsche Zeitung, 19 maart)
De energiesector is een gevoelig terrein. Vanaf eind 1995 zijn de meeste Hongaarse concerns in een sneltreinvaart in buitenland­se handen gekomen. De regering heeft aan de uitverkoop hard meegewerkt. Prijzen voor gas, olie en electriciteit stegen met 25% of meer.
Het Hongaarse gasconcern MOL is inmiddels aan de beurs genoteerd. De twee belangrijkste aandeelhouders van MOL zijn een Hongaars staatsorgaan en de Bank of New York.
Van de zes regionale stroomverdelerstations zijn nu twee in bezit van Bayernwerk AG en een Frans concern. De stroomverzorging van Boedapest is voor bijna 50% in Duitse handen. De gasverzorging van de hoofdstad ligt voor 39% in handen van Ruhrgas.
In het zuidwesten van Hongarije dicteert Bayernwerk AG de gasverzorging. In het westen is Bayernwerk voor 23,8% betrokken bij het regionale gasconcern. Overige gasconcerns in Hongarije zijn inmiddels al dan niet geheel opgeslokt door Gaz de France en een Italiaans bedrijf.

De kans is groot dat binnenkort de Fransen een belangrijke vinger in de pap krijgen in de strijd om het beheer van de Hongaarse kerncentrales.
Tractebel (België), PowerGen (Engeland), AES (VS) en een Fins-Japans consortium strijden om de macht wie in Hongarije de scepter over de energiesector mag zwaaien. Als RWE Energie AG zijn zin krijgt om in het noord-oosten van Hongarije een waterkrachtcentrale en een bruinkolencentrale te bouwen, zal dit volgens Klaus Bussfeld, lid van de raad van bestuur, “het grootste financiële buitenlandse engagement in de geschiedenis van het concern zijn”.