Bulgarije is zelden in het nieuws sinds het einde van de tweede wereldoorlog en heeft in stilte geworsteld, de gevolgen van jarenlange communistische terreur van zich af te schudden.  Daar is plotseling dit jaar verandering in gekomen, omdat tijdens de verkiezingen de bijna vergeten koning Simeon II (die in 1946 werd weggejaagd door Stalin) als kandidaat van de ‘Hervormingspartij’ won en eerste minister werd.

Dit is een unieke combinatie. De 64-jarige christelijke vorst is een zeer bekwame econoom, met vele belangrijke contacten in de internationale zakenwereld. Hij heeft een regering gevormd,die geheel bestaat uit gewezen bankiers, industriëlen en experts op het gebied van onderwijs, wegenbouw, geneeskunde, enz. Hij wil, dat zijn land zich aansluit bij de Europese Unie en de Navo.
Alle corrupte ambtenaren zijn de deur uit gezet. Buitenlandse ondernemingen zijn welkom en hoeven maar weinig belasting te betalen (met maatregelen als deze hoopt de koning de werkeloosheid in zijn land te bestrijden). Hier werkt een team aan, gevormd door prins Kyril, Milen Velchev (minister van financiën) en Lubka Katchakova (voorheen accountant in Brussel). Zakenmensen uit vele landen lopen reeds de deur plat om ontwikkelingsplannen met de regering te bespreken.

De koning is heel populair, zijn partij heeft een grote meerderheid in het parlement (zijn politieke tegenstanders hebben koning Simeon hun medewerking toegezegd; zij bewonderen zijn moed en idealisme).

De Bulgaren hebben hun eigen orthodoxe kerk, in 1870 afgescheiden van de Griekse orthodoxe kerk. In 1877 werd de eerste christelijke koning ingezegend. Die eerste koning was Alexander van Battenberg, een bekwaam generaal, die een veldslag tegen de Turken won, maar de Russische regering was bang van hem en dwong hem in 1886 tot aftreden. Zijn opvolger, Ferdinand van Saksen-Coburg, werd eveneens weggejaagd door de Russen.
Zijn zoon, Boris, werd door Oostenrijk met de nek aangekeken omdat hij orthodox was, en leefde bovendien op gespannen voet met Macedonië. Tijdens verschillende Balkan-oorlogen verloren de Bulgaren grondgebied aan hun buren. Koning Ferdinand kwam terug maar werd spoedig vervangen door zijn zoon, Boris III (1918-1943).

Tot wanhoop gebracht door allerlei conflicten, koos de koning tijdens de tweede wereldoorlog de zijde van Duitsland en verklaarde de geallieerden de oorlog. Hij kreeg hierdoor Macedonië en een stuk van Roemenië terug, maar alles ging in 1944 verloren aan de Russen, die echter de jonge koning Simeon onder regentschap met rust lieten tot 1946.

Onder Stalin kregen de Bulgaren een waar schrikbewind te verduren. Alle aanhangers van de koning en de leider van de boerenpartij werden door de Russen vermoord. Het land werd een communistische republiek onder leiding van Dimitrov (die een politieke rivaal liet ophangen). Na zijn dood nam zijn schoonzoon Tsjerwenkov de touwtjes in handen. Maar hij kreeg minder steun van Moskou, zodat Bulgarije langzamerhand de kans kreeg zich te herstellen.