Recente daden van vandalisme tegen Protestantse kerken en een officieel beleid dat de normale werkzaamheden van vreedzame en gezagsgetrouwe godsdienstige minderheden dwarsboomt wijzen niet op verbetering van het onverdraagzame klimaat van de laatste twee jaar in Bulgarije.

Op 7 sept. j.l. werd het Bulgaarse Helsinki-Comité door Pavel Ignatov, predikant van de Bulgaarse Kerk van God op de hoogte gesteld van het feit dat er in zijn kerk ingebroken was. Er werd voor Fl. 30.000 aan goederen meegenomen. Dit was de derde inbraak in twee jaar. Schade Fl. 150.000. In diezelfde tijd werden er vijf auto’s gestolen. Aangifte bij de politie en het Directoraat voor Godsdienstzaken had geen enkel resultaat.
Ook kerken in andere plaatsen hadden te lijden van vandalisme. Op muren werden vijandige slagzinnen gekalkt.

Het Comité kreeg eveneens te horen dat de bouw van een evan­ge­lische kerk in Velingrad door de autoriteiten tegengewerkt werd. Het Ministerie van Onderwijs weigert de Christelijke Akademie ‘Logos’ in Sofia te erkennen. Een ander wapen gebruikt door de overheid is de weigering religieuze minderhe­den te registreren.

In een brief van 31 augustus, gericht aan dhr. Granitski, de voorzitter van de Bulgaarse Nationale Televisie, klaagde Kras­simir Kanev, de voorzitter van het Bulgaarse Helsinki-Comité fel tegen de manier waarop het bezoek van verscheide­ne leden van de verboden protestantse minderheidsgroep ‘Het Woord des Levens’ aan een Bijbelcursus in de Tsjechische plaats Brno ver­slagen werd. Ondanks het feit dat zij geen enkele wet overtre­den hadden werden ze belasterd. Zij kregen niet de gelegenheid zich te verdedigen.
In zijn brief bracht Kanev naar voren dat er slechts 20.000 Protestanten in Bulgarije waren en dat het simpel was om die tot mikpunt van vijandigheid te maken, vooral in een periode van economische crisis en geestelijke frustratie.

Een copie van dit protestschrijven is gestuurd naar Amnesty Internatio­nal en naar de voorzitter en de 15 ondervoorzitters van het Europese Parlement.