Vroeger heetten ze huurlingenlegers. Nu worden ze Private Military Companies genoemd (PMC). Het aantal PMC’s neemt sterk toe en ze worden in toenemende mate ingezet in steeds meer landen ter wereld. Daardoor wordt het geweldsmonopolie van de staat, dat gewoonlijk gehanteerd wordt door het reguliere leger, langzamerhand ondermijnd.

In een rapport van het International Consortium of Investigative Journalists dat onlangs is uitgegeven door het Amerikaanse Center for Public Integrity, wordt de verwachting uitgesproken dat de inzet van PMC’s de komende jaren verder zal toenemen.

Het karakter van de oorlog in de 21e eeuw is dramatisch veranderd door technologische ontwikkelingen in het leger. Legers die steeds meer de strijd op een ‘high tech’ manier uitvechten, kunnen niet in alle probleemgebieden ter wereld meer aanwezig zijn. In dit vacuüm stappen de PMC’s. Met name na de terroristische aanslagen van 11 september zijn de activiteiten van PMC’s sterk toegenomen.

Sommige critici zien het bestaan van PMC’s als een destabiliserende factor in de internationale  politiek. (low-intensity warfare).
Het inschakelen van PMC’s voor militaire operaties maakt volgens het rapport deel uit van een wereldwijde trend om militaire taken van de overheid uit te besteden aan privé ondernemingen.
Veel regeringen vinden het aantrekkelijk om mogelijke politieke risico’s af te wentelen op huurlingen die voor eigen risico het vuile werk opknappen. Want als er slachtoffers vallen hoeven ministers zich niet te verantwoorden.

Armor Group, een onderdeel van Armor Holdings, werd door de Britse regering ingehuurd om Britse ambassades te beveiligen. Dit naar aanleiding van een bomaanslag van Al Qaida bij een ambassade.
Een andere PMC, Kellogg Brown & Root heeft de kampen gebouwd op Guantanamo Bay in Cuba, waar gevangen genomen Taliban strijders worden vastgehouden. Ook leverde zij logistieke steun voor de Amerikaanse troepen in Oezbekistan.

Tijdens het conflict in Sierra Leone, Haïti en Liberia werd International Charter Inc. of Oregon (ICI) ingezet.
ICI bestaat uit voormalige US Special Forces en werd voor deze taken door het Amerikaanse State Department ingehuurd.
ICI heeft ook geholpen met de evacuatie van medisch- en ambassade personeel uit gebieden waar strijd wordt geleverd. Deze PMC is momenteel populair bij hoge Amerikaanse beleidsmakers.
En passant worden door de PMC’s, die voor het overgrote deel van Britse, Amerikaanse of Zuid-Afrikaanse oorsprong zijn, de politieke doelen van de zendstaat nagestreefd, voor geld uiteraard. Want PMC’s inhuren is niet goedkoop. Vele Britse PMC’s worden gerund door ex-leden van geheime diensten.
In Afrika, Azië, Zuid-Amerika en in een aantal voormalige Sovjet republieken worden PMC’s ingezet.
Alle Amerikaanse PMC’s hebben hun lobbyisten ingezet om hun belangen te behartigen op het Capitool, aldus het rapport.

Volgens het rapport zijn er meer dan 90 PMC’s in de wereld. Het overgrote deel is in westerse landen geregistreerd en is actief in meer dan 100 landen. Ook hier vinden er, net als in het bedrijfsleven, fusies plaats. Kleinere PMC’s worden door grotere overgenomen.

De grens tussen militaire operaties, het trainen van soldaten en veiligheids- en logistieke taken komt steeds meer te vervagen. Geldelijk belang dreigt voor nationaal belang te gaan en er is in toenemende mate sprake van vriendjespolitiek en nepotisme tussen de nationale regering en zijn voormalige werknemers bij PMC’s. Ontwikkelingen die ook op gespannen voet staan met het Amerikaanse recht.

Sinds 1994 heeft het Amerikaanse ministerie van Defensie meer dan 3000 contracten afgesloten met 12 van 24 PMC’s, die in de Verenigde Staten zijn geregistreerd. Meer dan 2700 contracten werden afgesloten met twee firma’s: Kellogg Brown & Root en Booz Allen Hamilton.
Interessant is dat Kellog Brown & Root een onderdeel is van Halliburton, dat onder andere olieboortorens exploiteert en andere off-shore faciliteiten biedt. Van 1995 tot 1999 stond  de huidige vice-president van de VS, Dick Cheney aan het hoofd van Halliburton.
Dit bedrijf kreeg vele contracten toegespeeld. Vanaf 1992 toen Cheney minister van defensie was, moest Kellogg Brown & Root een belangrijk beleidsrapport samenstellen over toekomstige operaties van PMC’s. Uiteraard werd daarin een stralende toekomst voor de PMC’s voorgespiegeld.

Booz Allen Hamilton houdt zich onder andere bezig met de training van Saoedische mariniers en met de organisatie van een militaire academie in het land.

Een andere Amerikaanse PMC, Vinnell Corp., kreeg in 1975 de opdracht van de Amerikaanse regering om de Nationale Veiligheidstroepen van Saoedi-Arabië te trainen met het doel de olievelden te beveiligen. Dat was het eerste ‘military service’ contract dat de Amerikaanse regering sloot met een privé onderneming.
Van 1995 tot 2000 was Vinnell actief met trainingen van piloten van de Saoedische luchtmacht.
Ooit stond Frank Carlucci, voormalige minister van defensie onder Ronald Reagan, aan het hoofd van BDM, een onderdeel van Vinnell. Carlucci is ook voorzitter van de Carlyle Group, een zakenbank die BDM beheert. In de top van Carlyle zitten ex-president George Bush en voormalig minister van Buitenlandse Zaken James Baker.

Ook Military Professional Resources Incorporated (MPRI), dat in 1987 is opgericht, heeft een onstuimige groei gekend. De huidige president is Carl Vuono, stafchef van het Amerikaanse leger van 1987 tot 1991.
Onder zijn leiding greep het leger in Panama in en was betrokken bij de Golfoorlog, alles onder regie van George Bush senior.
Een ander lid van de top van MPRI is Harry Soyster, voormalig hoofd van de inlichtingendienst van het Amerikaanse leger, en Crosbie Saint, voormalig commandant van de Amerikaanse troepen in West-Europa.
MPRI heeft 700 man in dienst en heeft verder beschikking over 12000 mensen die ze op contractbasis kan inhuren.

In Kroatië werd het leger gereorganiseerd door MPRI, evenals onderdelen van het Macedonische, Bulgaarse, Nigeriaanse en het Columbiaanse leger. In het laatste geval droeg MPRI bij aan de doelen van de Amerikaanse regering in ‘the war on drugs’. MPRI is verder nog actief in Koeweit, Taiwan, Kroatië en Bosnië-Herzegovina.

Volgens een rapport van de Defense Science Board uit 1995 kan het Pentagon met de inzet van PMC’s jaarlijks 6 miljard dollar besparen. Donald Rumsfeld, de huidige minister van defensie onderstreepte deze visie onlangs nogmaals.

Het is wellicht interessant om de ontwikkelingen in Irak te volgen zodra de oorlog voorbij is. Dan zullen er wellicht een aantal regeringsvriendelijke PMC’s het land bezoeken.