Noord-Koreaanse vluchtelingen worden in Chinese werkkampen bijna net zo slecht behandeld als in de beruchte kampen van Noord-Korea. Met dit verschil dat ze er vaker levend uitkomen. In Noord-Korea lopen vluchtelingen die door de Chinese autoriteiten zijn teruggestuurd grote kans op de kogel. Op videofragmenten van de Japanse Nippon Televisie is te zien hoe een vuurpeloton personen doodschoot die hadden geholpen mensen uit Noord-Korea te ontsnappen. Afgelopen maand januari zou Noord-Korea zeventig teruggestuurde vluchtelingen hebben gefusilleerd.

Rondreizend evangelist
Medewerkers van Open Doors spraken onlangs in China met Koreaanse vluchtelingen. Zij reisden regelmatig (illegaal) tussen China en Noord-Korea met bijbels en hulpgoederen voor de Koreaanse christenen. Een van hen, een vrouw die anoniem wil blijven, vertelde dat ze in 1997 in Noord-Korea christen was geworden door het getuigenis van een rondreizend evangelist. “Mijn moeder en ik namen Jezus Christus aan als onze Heere en Heiland en regelmatig hielden we geheime gezinsbijeenkomsten in ons huis. Toen ik in China was om medechristenen op te zoeken werd ik gearresteerd en in een werkkamp gestopt. Na zeventig dagen kwam ik dankzij de hulp van een (Chinese) christen vrij. In dat kamp hebben ze me heel slecht behandeld. Ik mocht zelfs niet zonder toestemming opkijken en een hele dag moest ik geknield blijven. Vaak werd ik opgeroepen voor verhoor. Dan werd ik vreselijk geslagen en uitgescholden. Als ze zo met me bezig waren, bad ik altijd hardop tot God om hulp. Dan folterden ze me nog erger, maar ik kon m’n geloof niet opgeven. Ik bad vooral voor de redding van m’n folteraars, omdat ze niet wisten dat wat ze deden tegen de wil van de hemelse Koning is. Deze mensen beschouwden en behandelden ons als beesten. Ze sloegen ons met ijzeren staven, ook in het gezicht, en soms gooiden ze ons net zo lang tegen een ijzeren balk tot we hevig bloedden.”
“Door Gods genade kon ik tegenover sommige medegevangenen getuigen van Gods liefde, en we baden samen om Zijn bijzondere leiding en bijstand. Nadat ik was vrijgelaten, kon ik niet meer terug naar huis omdat ik gezocht werd. Ik woon nu als een wild dier in de bergen.”

Een andere vluchteling vertelde dat hij twee maal gearresteerd was, voordat ze hem in een werkkamp stopten. Daar bleef hij drie maanden, totdat ook hij door bemiddeling van een (Chinese) christen vrijkwam. Hij moest er 18 uur per dag werken onder de ergste omstandigheden. “De kampleiding verschafte twee maal per dag eten, elke keer een kommetje met 90 gekookte maïskorreltjes. Ik kwam bijna om van de honger en het zware werk. De meeste gevangenen zaten vol haat; ze klaagden de hele dag. Maar de christenen baden alleen maar, ook al werden zij vreselijk geslagen en slechter behandeld dan de anderen. Eens zag ik een christelijke vrouw die vreselijk gemarteld werd. Ze gingen maar door met haar te slaan, omdat zij niet ophield met bidden. Ze stierf vredig onder hun handen, terwijl ze de Heere aanriep.”

Overlopers
De medewerkers van Open Doors kregen te horen dat de Chinese regering, op aandringen van de regering van Noord-Korea, de kerkelijke leiders had gewaarschuwd om geen Koreaanse “overlopers” te helpen. Als ze het toch deden, zouden ze een zware boete krijgen en zou hun kerk worden gesloten. Volgens de Koreaanse woordvoerders heeft dat tot gevolg gehad dat het aantal vluchtelingen de afgelopen winter drastisch is afgenomen. Vluchtelingen die er in slagen de bevroren grensrivier met China over te steken, worden nu snel opgepakt omdat ze nergens heen kunnen.

Uitzichtloos
Toch blijven de mensen vluchten, want de situatie in Noord-Korea is uitzichtloos. Er is gebrek aan alles, variërend van schoon drinkwater tot voedsel, medicijnen en elektriciteit. Mensen sterven op straat van ontbering. De Chinese regering heeft in oktober vorig jaar de rijstexport naar Noord-Korea stopgezet. Er wordt nu druk rijst gesmokkeld, die tegen woekerprijzen op de zwarte markt verkocht wordt. In deze ellendige omstandigheden proberen de christenen te maken wat er van te maken is. Zij helpen elkaar zoveel mogelijk. Sommige christenen hebben zelfs een zogenaamde “districts eenheid” opgezet met het doel om de allerarmsten in een district te helpen. Open Doors helpt deze mensen zoveel mogelijk. Regelmatig smokkelen de christenen briefjes het land uit waarin ze hun dank betuigen. Zo schreef een anonieme werker: “We weten niet hoe we onze dank moeten uitdrukken. We zijn echt heel erg blij dat u tot nu toe zo goed voor ons gezorgd hebt. Dankzij uw overvloedige hulp en uw gebed leven wij dagelijks vanuit de overwinning. Hierbij bevestig ik de ontvangst van de bandrecorders, de batterijen, radio’s, medicijnen en andere spullen. We beraden ons nu hoe we de goederen het beste kunnen doorgeven aan de mensen die er zo’n behoefte aan hebben.”
In een ander briefje stond: “Wij oefenen ons geloof in het geheim uit, en komen samen op plaatsen waar het druk is met andere mensen, zodat we niet opvallen: rivieroevers, parken en markten. Wij zijn heel dankbaar dat we ons geloof kunnen delen met buitenlandse christenen die om ons geven.”

Gebedsactie
De hulp die Open Doors kan verschaffen wordt zeer gewaardeerd, maar is erg beperkt doordat het extreme regime het land volledig geïsoleerd houdt. Maar gebed doorkruist alle grenzen en is onbeperkt. Daarom is Open Doors dit jaar een gebedsactie begonnen voor Noord-Korea. De bedoeling is dat er continu gebeden wordt voor dit land dat met kop en schouders bovenaan de Ranglijst Christenvervolging staat. Wanneer duizend mensen 10 minuten per week bidden, is de cirkel rond. Op dit moment hebben al meer dan 1.700 mensen zich opgegeven om tien minuten per week te bidden. De eerste cirkel is vrijwel gesloten, maar de tweede is nog niet helemaal rond. Vooral voor de nachtelijke uren zoekt Open Doors nog bidders. Zij kunnen zich opgeven via de website www.opendoors.nl en een tijd uitzoeken die hun past.