Onder de titel ‘Mondiale Integratie: wereldbestuur als actuele opdracht’ organiseerde de Wereld Federalisten Beweging Nederland in samenwerking met het blad Civis Mundi vorige week vrijdag 16 maart in het gebouw van de Tweede Kamer een symposium.

Na de opening door drs. J.Th.Hoekema, D’66 kamerlid en voorheen directeur VN-zaken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, spraken onder andere prof.dr.S.W. Couwenberg, verbonden aan Civis Mundi, het blad dat dit jaar 40 jaar bestaat. Couwenberg is al decennia lid van de Wereld Federalisten Beweging.


Volgens hem zijn er twee visies op de ontwikkeling naar een wereldbestuur. De liberale visie waarin de zelfregulerende rechtsorde op het kompas van de liberale economie naar een wereldbestuur evolueert en waarin de Verenigde Staten, zolang de VN nog niet optimaal functioneert, als een soort remplaçant van het wereldbestuur optreedt.
De federalistische visie gaat volgens Couwenberg uit van de installatie van een federaal wereldgezag waarin handhaving van de mensenrechten één van de belangrijkste kwesties zal zijn. Het milieuprobleem en het armoedeprobleem moeten wereldwijd worden aangepakt.

Andere sprekers die hun visie gaven op wereldbestuur, wereldregering, humanitaire interventie en wereldvrede waren onder andere prof.mr.drs.J.Berkouwer, een fervent voorstander van de invoering van een wereldregering, prof.dr.N.J.Schrijver, drs. D.A.Leurdijk en prof.dr.P.R.Baehr.

Schrijver constateerde dat de wereld als gevolg van mondialisering en globalisering steeds meer één wordt. Binnen de internationale politiek hebben milieubewegingen, religieuze bewegingen en niet-statelijke entiteiten een steeds grotere invloed. Met name milieuvraagstukken en mensenrechten problematiek staan hoog op de internationale agenda. De VN is de organisatie die deze problemen kan aanpakken. “Zij is op tal van punten uitermate gebrekkig, maar is vooralsnog het beste wat we hebben. Soevereiniteit van de staat is geen sta-in-de weg, het zit vast aan de nationale staat en is de belangrijkste bestuurslaag, daar moeten we oog voor hebben”.
Volgens Schrijver regelt de nationale staat het behoorlijk bestuur en is verantwoordelijk voor het mensenrechtenbeleid. “De wereldregering staat nog ver af, gelukkig maar ook”, aldus de spreker die vond dat alle paspoorten in de wereld verbrandt moeten worden. “Het zijn ondingen, maar voorlopig nog onmisbaar”.
Drs. D.A. Leurdijk van het instituut Clingendael, de Nederlandse versie van de Amerikaanse Council on Foreign Relations, maakte in zijn toespraak de balans op van de geschiedenis van na de Koude Oorlog. “Het is een teleurstellende en frustrerende ontwikkeling, maar ook een ontwikkeling die ik voor tien jaar geleden voor onmogelijk had gehouden”.
Leurdijk doelde op het Joegoslavië tribunaal, dat “tien jaar geleden onmogelijk zou zijn geweest, net als de deelname van de Russen aan de KFOR en SFOR operaties. Dat geeft wel aan dat de ontwikkeling naar mondiale integratie in horten en stoten gaat”. Ook roept de internationale gemeenschap nationale leiders steeds meer ter verantwoording.
Leurdijk die ooit lid was van het project ‘Reshaping the International Order’, dat onder leiding van de econoom Jan Tinbergen stond, meende dat we niet op weg zijn naar een wereldbestuur of wereldregering. “Global governance is geen wereldbestuur, ik ben niet zo optimistisch”. Elders zei Leurdijk “cynisch te zijn ten opzichte van wereldbestuur”. “Ik geloof er niets van dat de VN een wereldregering wordt. Ik ben zeer sceptisch. Een wereldregering zal ik niet meer meemaken, maar we hebben wel een enorme dynamiek meegemaakt”. Volgens Leurdijk is wereldfederalisme met name een discussie over geloof.

De inleidingen van prof.dr.P.R.Baehr, aangekondigd als de grote mensenrechten deskundige van Nederland, schrijver van het bekende handboek over de VN en van drs.Leon Wecke handelden voornamelijk over de mensenrechten.
Volgens Baehr staat het westerse karakter van de mensenrechten te veel op de voorgrond, terwijl het juist universele mensenrechten moeten zijn. Na de Tweede Wereldoorlog is er een Universéle Verklaring van de Rechten van de Mens ontworpen.
Wecke zette de nodige vraagtekens bij humanitaire interventies, militaire acties bedoelt om nog grotere mensenrechtenschendingen een halt toe te roepen. “Zij zullen tot in de verre toekomst illegaal blijven”.
Volgens Wecke zijn deze interventies partijdig, selectief, onnodig, hollen het soevereiniteitsbeginsel uit en dienen als legitimatie voor het nastreven van politieke en economische doelen. Dat het publiek dit toch accepteert is het werk van de pers, die misleiding en manipulatie als wapens inzet.

De Vlaamse drs. B.van Waesberghe ging in zijn betoog in op de culturele aspecten van de mondialisering. “Het gaat over technologie en economie en heel weinig over cultuur en culturele identiteit. Veel volkeren hebben dus moeite met die mondialisering”. Er zijn volgens van Waesberghe nieuwe pijlers nodig, een ander fundament en basis van de natiestaat en dat zijn cultuurstaten, gelijke cultuurgebieden die elkaar aantrekken, al dan niet binnen een multiculturele staat. Maar het gevaar van een superstaat is niet ondenkbeeldig. “Staatsgrenzen vervagen, maar niemand weet waar het naar toe gaat”. Volgens de inleider moet er rekening gehouden worden met locale gevoeligheden, nestwarmte is belangrijk. “Als de mondiale integratie te snel gaat, grijpen mensen terug naar particuliere identiteiten en zal het politiek extremisme toenemen”. “Je kan niet alle problemen op wereldniveau oplossen, dat is praktisch onmogelijk, maar juridisch kan het wel”.
Ook Couwenberg vond dat mensen kleinere leefverbanden nodig hebben, culturele aspecten mogen niet ondergesneeuwd worden.

Net als alle andere sprekers was ook van Waesberghe van oordeel dat het subsidiariteitsbeginsel als noodzakelijk uitgangspunt genomen moet worden. Namelijk, een hiërarchisch model waarin elk politiek beslissingsniveau het probleem van dat specifieke niveau behandelt. Van dorps- tot wereldstaatniveau. Dat het subsidiariteitsbeginsel van roomse huize stamt, werd slechts terloops medegedeeld. Dat dit beginsel uit een pauselijke encycliek uit de jaren dertig stamt en de basis vormt van de Rooms-katholieke sociale leer werd niet vermeld.

De Nieuwsbrief van de Wereld Federalisten bevatte in het maart nummer een artikel over de wereldregering waarin de vergelijking gemaakt werd met een soort ‘spiritueel ontwaken’.
De lezing van prof.mr.drs.J.Berkouwer was daarentegen gespeend van alle religieuze en culturele gevoeligheden.
Zijn benadering is die vanuit de economie, d.w.z. maximaal welzijn voor de burger is de voorwaarde voor een optimale sociale orde. Zo leveren diverse overheden goederen en bevredigen daarmee behoeften: de locale, de provinciale, de nationale en de Europese, continentale overheid.
Berkouwer zag problemen met de internationale overheid. Beslissingen moeten afdwingbaar zijn, maar een zwak punt blijft de nationale soevereiniteit. En wie gaat dit bestuur financieren?, zo vroeg Berkouwer zich af.
Maar, “grensoverschrijdende problemen eisen grensoverschrijdend bestuur. Alle landen moeten hier verplicht aan mee werken”.
Bij de installatie van een wereldregering zal er geen vetorecht meer zijn, dit is afgeschaft.
De Algemene Vergadering van de VN die nu nog een praatclub is, zal verregaande bevoegdheden krijgen. “Er zal een zekere mate van dwang zijn”. Hoe ver zal die dwang van de wereldregering dan gaan? Desgevraagd gaf Berkouwer als commentaar dat die landen er dan maar uit moeten stappen. Maar puur eigenbelang zal hen daarvan weerhouden.
Of die wereldregering haalbaar is? “Haalbaarheid is strijd, het ís haalbaar, het moet”. “Internationale problemen als het armoede en milieu probleem moeten door een wereldregering aangepakt worden, net als de nationale staat binnen zijn eigen grenzen doet”.