Een uitgebreid onderzoek heeft geleerd, dat al de Vietname­zen (en hun kinde­ren), die in de loop der jaren naar het Westen zijn ontsnapt, hard werken en als regel heel wat hebben be­reikt.
Het gaat hier vooral om degenen, die zich als immigranten in Australië hebben gevestigd en daar nu een belangrijke plaats innemen, als Australi­sche staatsbur­gers.

Hun ijver heeft die van vroegere Griekse en Italiaanse immi­granten ver overtrof­fen, schrijft Damien Murphy in het week­blad ‘The Bulletin’.
De nieuwe generatie heeft de scholen en universiteiten met enthousiasme overweldigd, en met uitstekende cijfers. Vooral de vakken medicijnen, rechten en constructie-werk (de inge­nieurs) hebben hun belangstel­ling.

21 jaar sinds de val van Saigon, voelen ze zich in hun nieuwe vaderland thuis als vissen in het water.
Hun ouders haalden de kust van Australië in lekke scheepjes, ziek, uitge­put, van alles beroofd, waren soms maanden onderweg geweest, de wanhoop nabij, maar daar wordt nog maar zelden over gesproken. Behalve als er wat nieuwe vluchtelingen bij komen, die vaak eerst een poos in een kamp hebben doorge­bracht of in een ander land hebben vertoefd als ‘tussen-station’.
De jongeren beklimmen de maatschappelijke ladder via hun universitaire studie, waarvoor zij zich alles ontzeggen wat een belemmering zou kunnen vormen. Zij verkwisten geen tijd aan onnutte zaken, laten zich door niemand van de wijs bren­gen. Eerst een plaats bereiken in de samenleving; daarna komen andere dingen aan de orde.

Een goed voorbeeld daarvan is Tina To-Troeong, die nu in haar tweede jaar is als studente in de rechten aan de Macqua­rie-universiteit in Sydney.
In Saigon zaten haar ouders in de handel van tweede-hands goederen, haar grootvader was een hoogge­plaatste ambtenaar in de laatste vrije regering van Diem. Daarom werd het hele gezin vervolgd door de communisten. Tina bereikte met haar moeder en een broer in 1982 een eiland in Indonesië; zij werden een jaar later toegelaten in Australië. Haar Moeder vond baantjes als schoonmaak­ster en naaister, terwijl de kinderen naar school gingen. Tina zegt nu: “De meesten van onze leeftijd zijn er zich terdege bewust van, dat onze ouders Vietnam in de eerste plaats verlieten met het oog op de toekomst van hun kinderen. Dat wij nu wat presteren in het leven, is onze manier van laten zien, dat wij de opofferingen van onze ouders erkennen en waarderen”.

Robert Birrell, die studeert aan de Monash universiteit in Melbourne, zegt dat zijn generatie geen klassenstrijd kent, maar waardering en respekt heeft voor wat men heeft bereikt. “Maatschappelijke achtergronden doen er niets toe. Er zijn al drie advokaten van Vietnamese afkomst in de staat Victoria, en een arts in Melbourne”. Er zijn ook veel koks en handelaren in groenten en fruit; zij hebben in vele plaatsen afgetakelde wijken tot nieuwe bloei gebracht met hun midden­standsbedrij­ven. Bestaande zaken werden overgeno­men en uitgebreid. Geen sprake van werkloosheid, behalve dan wat oudere mensen, die nog moeit hebben met de taal, maar zij worden niet in de steek gelaten door de anderen. Zij zijn meestal te vinden in de textiel-industrie, waar zij naaien voor een be­scheiden vergoe­ding.

Soms verzwijgen ze de verdiensten, omdat ze bang zijn anders hun aanspraken op steun van de overheid te zullen verliezen (maar dit wordt door de vingers gezien).
Volgens Nancy Viviani (universiteit van Brisbane) zijn er 195.000 Vietname­se Australiërs in het Land. Destijds hebben anderhalf miljoen mensen Vietnam verlaten en in allerlei landen rond de Grote Oceaan terecht gekomen. Een deel ook in de U.S.A. en Canada. Onder hen bevinden zich groepjes commu­nisten uit Noord-Vietnam, die door de anderen met de nek aangekeken worden.